| foto |
|---|
hoezo nick cave? |
wacht op mijn fiets |
achter traliestangen gevangen |
spuitbusgestoorde Wie heeft dat daar op de muur geschreven???????? |
open doekje |
bodmin moor |
docks Ik lijk wel een reclame voor Docks |
liefje Inderdaad; mijn lief |
Lang Haar Toen had ik nog lang haar... |
Luxaflex Een oude, wazige foto. Blijft mooi. |
| gastenboek |
| name : Lev Bont (mail) message : Beste dichter, Wat een schitterende teksten schrijft U. Ik ben verschrikkelijk ontroerd. Ik heb bijna nog nooit zoiets moois gelezen. U bent (al klinkt dat overdreven) het licht in mijn duisternis. Uw woorden, zo zorgvuldig gekozen ook, gaven mij zo een innerlijke rust |
| name : Jenny (f) message : Hey..jij kwam elke zondag rond twee uur een amsterdammer bij mijdrinken..in de Lazy...Leuke site..had ook niet anders van jou verwacht.. Kusjes Jenny |
| name : Kim van der Sar (f) message : Goede site.Mooie gedichten. Doei! |
| name : Joop (m) message : Ziet er goed uit! Eindelijk een keer een kijkje genomen.. ben maar begonnen bij het gastenboek. Ga nu wat muziekjes luisteren.. Welk donker hoekje heb je gister opgezocht? Kon jullie niet vinden. groetjes joop |
| name : een muzekant () message : Even voor alle duidelijkheid: ik zag dat 2959 mensen naar Muze hebben geluisterd! Of mis ik ergens een komma...alhoewel, 29,59 mensen? Misschien is er iets mis met de teller Marcel, zo niet, dan worden we misschien echt groot! Tot woensdag! |
| name : janneke (f) message : Veel suc6 morgen! Mervyn...beterschap! Groetjes Janneke |
| name : Elfje (f) message : Het wordt steeds voller en interactiever die site. Mooi man, heb je nog wel tijd om te schrijven? Doei |
| name : Knigge (m) message : Mooie site en wat belangrijker is; stimulerende inhoud. Ga zo door! |
| name : Nikita ter Veen (f) message : mooie site! Ook mooie gedichten en verhalen. Groetjes Nikita |
| name : Hannah vd Bosch (f) message : Je bent bij deze uitgenodigd om eens te komen optreden in Dublin. Zou je werk graag eens willen horen, en ben van het type 'berg k |
| name : Ruben (m) message : Top optreden op 25-11-00 bij ons in de kroeg!!! Zeker voor herhaling vatbaar. Cya!!! |
| name : Evita (f) message : Zomaar verzeild geraakt in je site. Wat een boel! Maar wel mooi... Zeker doorgaan, ik kom vaker! |
| name : Peter v Heiningen (m) message : Qua opbouw en vormgeving een prima site. Mijn complimenten. Je werk kende ik nog niet. Spreekt me wel aan. |
| name : Elewout (m) message : Na een minuut of 5 te hebben rondgehobbeld, natuurlijk bij de gedichten etc., kan ik zeggen puik werk jongen ziet er leuk uit allemaal en wat betreft gedichten tja lekker en mooi. |
| name : Elewout (m) message : Intro van je site is mooi :) dat moet ik je nageven .. nu de rest nog .. Ik zelf sinds korte tijd ook aan het schrijven geraakt en het gaat tot nu toe wel aardig.Maar dit is jou site en jou gastenboek .. resterende commentaar zal gerust nog wel komen maar voor nu dus het begin mooi man .. |
| name : Charrel (m) message : hoi hoi hele mooie site maar ook tevens heel irritant.voornamelijk omdat men niet meer terug kan omdat het beeldvullend is(erg irritant)nu moet ik de browser helemaal afsluitem met ctrl alt delet hier is niet echt over nagedacht door de webdesigner :-) |
| name : Anton Greefkes (m) message : Erg mooie site, ben er wel een beetje jaloers op. Ook mooie muziek. Zelf doe ik iets vergelijkbaars, alleen gebruik ik werk van 20ste eeuwse dichters.http://home.soneraplaza.nl/mw/prive/poetisch.groetjes Anton Greefkes |
| name : janneke (f) message : Muze is echt goed! Zag jullie voor het eerst op tvnoord en sindsdien kom ik veel op deze site. Vooral maandans is mooi!He Mervyn heb je de nieuwe Toto-site al gezien? groetjes Janneke |
| name : Bastiaan Vinke (m) message : Mooi ontworpen site, leuke gedichten. Wat ik ook waardeer is dat je niet alleen schrijft maar ook meer doet. Als gewezen journalist ben ik ook met meer dan alleen schrijven bezig. Ga zo door!www.deontmoeting.homestead.com |
| name : Janneke (f) message : Hoj! Ik kwam toevallig weer eens hier terecht, en het was MOOI :D Ik heb me gelijk meer even aangemeld voor de digidichterchat en forum. Ga zo door, Groet, Janneke |
| name : happypattii (f) message : hoi zoyla!!!!! wat een mooi meisje hebben jullie gekregen zeg!!!! gefeliciteerd!!!!! liefs, pattii JAA! dat klopt. Je kunt haar bewonderen op http://rosa.digidichter.nl Zowel moeder als dochter maken het super! |
| name : Guusje (f) message : Hallo , via poezie amateurs, kwam ik bij je geweldige mooie site, ik heb erg genoten van je gedichten en kom zeker terug. Mijn complimenten!!!!! Groetjes Guusje |
| name : Thale (m) message : Was al lang niet meer geweest. En nu nog lang niet alles gezien. Wel jaloers op hoe gelikt alles er uit ziet. En het was maar goed voor stille mot (muze) dat ik naar utrecht ging... goeie gitarist, had ik nooit gekund... klinkt lekker (alweer die jalouzie....!) Groet Thale |
| name : Ruud (m) message : Zeer apart, zeer uniek, mooi om te lezen en luisteren....groeten Ruud |
| name : Edgar (m) message : He Marcel, Je hebt er een mooie site van gemaakt. erg elegant. Al een behoorlijke tijd niets meer van je vernomen. Kom eens langs in onze (al bekende) stamkroeg. Misschien tot ziens? Gr Edgar Ik was er onlangs maar kon je niet vinden aldaar... |
| name : Tim! (m) message : Ha Marcel, hier is Tim! Leuke site. Ik heb weer ff Maandans geluisterd, die vind ik toch de beste! En de intro is hartstikke grappig! Kon er erg om lachen! Tot ziens maar weer! Groeten van het broertje van je verloofde |
| name : Santiago de la monta (m) message : Hola, Que tal hombre por lo que entiendo eres un poeta. Me alegro mucho que has encontrado una manera de dar tu poesia al mundo... me parece fenomal... Tengo tu direccion de un amigo tuyo que vive en Utrecht... se llama thale creo.... Pues nada que disfruta... de la internet! Encantado Jacob |
| name : kim (f) message : Mooi man, ik heb alle sijlen gezien maar nachkroppels is he bese voor jou sie. ku man, de van ering doe he nie meer... nog een keer maar dan me de d; Mooi man, ik heb alle sdijlen gezien maar nachdkroppels is hed besde voor jou side beder ;-) maar klinkd wel verkoude hihi |
| name : kim (f) message : De T doet het weer. En je hebt een nieuwe stijl erbij. Ook mooi. ;-) |
| name : Thale (m) message : Is weer mooi...! Kiezen uit verschillende stijlen...! Beveel de site zelfs aan bij vriendjens en vriendinnentjens... Echt, later als ik groot ben wil ik dit ook...! Wacht maar... (als ik een nieuwe compu heb...) Groets Thale |
| name : nicki (f) message : ik kwam hier via ongekendtalent.nl SUPER man! succes ermee. |
| name : Naomi (f) message : Prachtige gedichten staan er tussen! Groetjes aan Evinga ;-) |
| name : anneleine (f) message : hallo lieve broer t was alweer ff geleden dat ik op deze site was geweest maar nu heb ik m weer bekeken en ben super trots! ik krijg van veel mensen uit mijn omgeving te horen dat ze jou "kennen" en dolenthausiast zijn over jouw werk............. hele dikke knuf, je zus |
| name : remke (f) message : wat een ontzettend mooie site en veel goede theaterteksten. Een aantal theaterteksten heb ik geprint om nog eens nader te bestuderen. Misschien wil ik een van deze in de toekomst wel bewerken voor een theatergroep van acteurs met een verstandelijke beperking (www.theaterklapstuk.nl). Maar hier kom ik dan natuurlijk nog bij u terug voor toestemming etc. |
| name : Jos (f) message : FANTASTISCH%2521%2Bwat%2Been%2Bmooie%2Bsite%252C%2Bwat%2Been%2Bzinderende%2Bmuziek%252C%2Ben%2Bgeweldige%2Bteksten%2521Ik%2Bheb%2Bgenoten%2521%2521%2521%2521%2521Hartelijke%2Bgroet%252CJos%25E9 |
| name : Jos (f) message : Ben%2Bhier%2Bniet%2Bweg%2Bte%2Bbranden.....geweldig%2Becht%2521Zou%2Bme%2Bvereerd%2Bvoelen%2Bmet%2Been%2Bbezoekje%2Bvan%2Bjou%2Baan%2Bmijn%2Bsite....je%2Bbent%2Bwelkom....Lieve%2Bgroet%252CJose |
| name : Edgar (m) message : Hoi%2BMarcel%252CTis%2Bzeer%2Bzeker%2Bniet%2Bmis.%2BMooi%2Bgemaakt%2Bjoh%2521%2521%2Bwerkt%2Bvolgens%2Bmij%2Book%2Bhelemaal%2Bgoed.%2BAantal%2Bgedichten%2Bken%2Bik%2Bnog%2Bmaar%2Bde%2Bmeesten%2Bnog%2Bniet%2Bgelezen.%2BDaarvoor%2Bkom%2Bik%2Bwel%2Bregelmatig%2Bterug%2Bals%2Bik%2Bdaarvoor%2Bin%2Bde%2Bjuiste%2Bstemming%2Bben.%2BToch%2Bblijft%2B%2527Groningen%2527%2Been%2Bmooi%2Bgedicht%252Fstad%2B%253B%2529 |
| name : Thale (m) message : Hee%2BMarcel%252CAlles%2Bweer%2Beens%2Bbekeken%2Ben%2Bnog%2Bsteeds%2Bjaloers...%2BLater%2Bals%2Bik%2Bgroot%2Bben%252C%2Bis%2Breeds%2Bgearriveerd%252C%2Bechter%2Bik%2Bwil%252C%2Bdenk%2Bik%252C%2Bnog%2Bwel%2Beens%2Bop%2Bkraamvisite%2Bkomen...%2BHet%2Bkroost%2Bkan%2Bal%2Blopen%2Ben%2Bis%252C%2Bhoop%2Bik%252C%2Bal%2Bzeer%2Bgevat%2Bin%2Bopmerkings...%2BDan%2Bwordt%2Bhet%2Btoch%2Beens%2Btijd...%2BOh%2Bja%252C%2Bik%2Bben%2Bverhuisd%252C%2Bmaar%2Bhet%2Bis%2Bnog%2Bsteeds%2BUtrecht...Groets... |
| name : Martin Houtzager (m) message : Hoi+Marcel%2CIk+heb+nooit+geweten+dat+je+zo+makkelijk+op+internet+te+vinden+bent....+Heel+grappig+is+om+te+zien+dat+Jeroen+zich+ook+veel+bezighoud+met+dichten...+lijkt+wel+in+de+familie+te+zitten.+Nu+weer+een+stuk+volwassener+als+bij+onze+laatste+ontmoeting+in+Odeon+zou+ik+graag+weer+het+contact+willen+hernieuwen..+hoor+graag+van+je%21+greetz+Martin |
| name : Pascal (m) message : HeyHey+mijn+mede+koffie-aanbiddende-neef%21Heerlijke+gedichten%2C+was+al+een+bezigheid+voor+mijn+tussenuren%2C+maar+nu+ik+nog+meer+tussenuren+krijg+kan+ik+nog+meer+lezen...Ik+zou+zeggen%2C+Jack+II+misschien%3F%3FGroetjesPascal |
| name : debby en marja (f) message : hallo+marcel%2C+wassup%3F+Are+you+still+dichting%3F+Where+are+you+hanging+out.+Debski+and+i+are+sitting+in+New+York+drinking+sparkling+wine.+now%2C+that+was+it.+Bye+bye%21 |
| nieuws |
| name : DigiDichter message : Hier kunt u nieuws lezen van en over de DigiDichter. |
| name : DigiDichter message : Mijn vriendin Evinga ligt in het ziekenhuis om te bevallen van een MiniDichter. We hopen dat het spoedig gaat gebeuren, het gaat nu niet echt voorspoedig dus ik ben naar huis gestuurd om bij te slapen. Snel meer nieuws... |
| name : DigiDichter message : Op 4 september is Rosa Annaleah mijn dochter geworden. Met een te zware bevalling kijkt ze toch helder en sterk de wereld in. Dikker dan ik ben doet ze het goed, de moeder ook. Ik kan niet wachten tot ze thuis komen. Supertrots glimlach ik mijn dagen door... |
| name : DigiDichter message : CamilleCamille, een theaterstuk van de DigiDichter, wordt uitgevoerd! Een nieuwe theatergroep, Memento, heeft het op zich genomen om het stuk over beeldhouwster Camille Claudel op het podium te zetten. Naar verwachting komend voorjaar zal een landelijke voorstellingsronde van start gaan. Streven is om 50 voorstellingen op lokaties te brengen. Alles is natuurlijk nog onzeker in dit vroege stadium maar er word hard aan gewerkt... |
| name : DigiDichter message : Zojuist kreeg ik wat getalletjes door met bezoekersaantallen. 16.771 klink niet slecht. Maar het kan beter. En om iedereen een DigiDichter naar keuze te geven ben ik weer druk bezig de vormgeving om te gooien. Later meer hierover. |
| name : DigiDichter message : SKINS!!! De nieuwste toevoeging in de DigiDichter is dat je zelf kunt kiezen hoe de site er uit ziet. Ga naar de pagina met stijlkeuze en klik op een versie. Als het ware een skin. Daarnaast zijn de gedichten uitgebreid. Het aantal groeit, de mogelijkheden ook. Je kunt nu ieder gedicht een waardering geven. |
| name : DigiDichter message : De DigiDichter is de komende week "Talent van de week". Althans, op ongekendTalent.nl, een site van de NCRV. Kijk er ook eens en stem voor me, want dat helpt me (muze) een stapje dichter bij Radio2 en 3FM... |
| name : DigiDichter message : Na Talent van de week is de DigiDichter nu in de strijd voor een plekje op Radio 2. Om een plekje in het radioprogramma te veroveren heb ik veel stemen nodig. Help de DigiDichter de radio op... Ga naar www.ongekendtalent.nl, klik bij events op volgspot en stem op de DigiDichter. |
| name : DigiDichter message : Nu duurt het niet lang meer; het stuk CamilleCamille, zal in januari in premiere gaan. Uitgevoerd door Memento zal het stuk een tiental voorstellingen geven in Noordelijke theaters en galeries. Camille komt midels beeldhouwwerk, dans en hoorspel-achtige technieken helemaal tot leven. |
| name : DigiDichter message : Gister was de laatste voorstelling van CamilleCamille. Het publiek bij alle uitverkochte voorstellingen was zeer enthousiast. Het Universteitstheater heeft de voorstelling veruit de beste van het seizoen genoemd. |
| name : DigiDichter message : Lees nu dagelijks een gedicht zonder helemaal naar de site te hoeven. hier staat een RSS-feed voor je klaar! Voor in je rss-reader. Hou je meer van podcasten? klik dan hier. Een podcast? Ja, muziek in je reader, voor op je iPod ofzo. |
| info |
| type : biografie biografie In januari 1969 kroop ik in Alkmaar uit mijn moeders ingewanden, om al snel de poepluier voor al wat schrijven kan in te ruilen. Er volgde een stereotype periode die men (oh help) moeilijke jeugd noemt. Afijn, het echte leven ontspon immer op mijn kleine kamertje in het ouderlijk huis, waar ik druk ontplooiende was. Zo heb ik me bekwaamd in architectuur, grafisch ontwerp, muziek luisteren, strips tekenen, dromen, dansen, fotograferen en ook nog schrijven. De eerste gedichten, als je ze zo noemen wil, stammen uit mijn midden-jeugd welke ik doorbracht in Weert (daar ga je van verveling wel iets zoeken dat je bezig houdt), ze gingen voornamelijk over de romance die iedereen zoekt. Toen ik die niet in vrouwen vond, meisjes toen nog, ben ik de romance in het schrijven gaan zoeken. En waarlijk, een eerste mentale romance met een vrouw volgde er op. Met haar (Spinnetje) heb ik mijn eerste bundel uitgegeven, hoewel uitgegeven voor deze oplage een groot woord is. |
| type : biografie sittard Vlak daarna ontmoette ik Ketchup. Ik liep letterlijk tegen hem op, het was de eerste dag van een saaie, niet zelf gekozen vervolgopleiding. Hij liep het lokaal uit, ik moest erin, en het was direct raak. Vanaf die dag zijn we goede vrienden geworden, samen hebben we heel wat afgeschreven. De tweede bundel met mijn naam (Krot was mijn alias) was een feit. Deze werd gepresenteerd in cafe Ut Ingelke in Weert, met wat vrienden en zelfs Franse gedichten. (later ben ik volledig van andere talen af gestapt, de laatste tijd komt Engels een beetje op vanwege enkele optredens op dat grote eiland). Juist in die tijd, waar ik sterker dan ooit zoekende was, ontwikkelde ik mijn schrijfstijl, zoals daar nu nog grote lijnen van herkenbaar zijn. Dat was in Sittard, waar ik behalve student en schrijver nog PR-medewerker van jongerencentrum Fenix was. Het contact met Ketchup vervaagde. Ik ontplooide me verder in het nachtleven, ging aan de slag met Peter van der Leeuw, een intrigant met wie ik het goed vinden kon. Deze samenwerking was op niets gebaseerd; in het Theatercafe De Sirkel kende de programmeuse mijn bundel met Ketchup en had me ingeschreven voor het smartlappenfestival aldaar. Dat vertelde ze mij tussen neus en biertje door. Peter zat naast mij, ik zei dat hij mee deed. Hoewel ik zijn naam nog niet kende was Sfinx Podiumpoezie geboren. |
| type : biografie maximaal In korte tijd maakten we vier korte shows, gebaseerd op mijn gedichten en zijn karakter. Tot in Amsterdam zijn we uitgenodigd, en als je Sittard kent dan weet je dat Amsterdam heel ver weg is. De stukken handelden over de mensheid in die periode; Umweltschmerz en Ego-Eighties zijn duidelijke titels. Steeds ging het over twee karakters die uit elkaar groeiden maar na de knieval voor het slechte leven toch weer sterker samen komen. Chantalle Willems speelde altijd een gewetensrol. Twee bundels van die teksten zijn verschenen. Diana Ozon verwelkomde mij als een nieuw lid der Maximalen. |
| type : biografie groningen Tijd om verder te gaan, naar de Groninger klei in dit geval. Vanwege een interessanter studie, welke ik overigens ook niet heb afgemaakt (milieukunde). Ik woonde in een heerlijk antikraakpand in het centrum, vervuld van Siberische Romantiek, deed wat aan de studie, moest wegens sloop terug naar Sittard waar ik ondertussen weer een vrouw had leren kennen. Terug in Groningen kwam ze mee, zo hebben we twee jaar in Baflo gewoond, een heerlijk rustiek saai dorpje op het Groningse plattland. In die tijd begon ik met toneelstukken. Weer had iemand me er in geluisd door te zeggen dat ik maar een stuk voor het jaarfeest moest schrijven. Zo gezegd zo gedaan. Alleen; waarover? Koning Arthur dan maar. Later ben ik er mee doorgegaan en heb op die manier diverse malen de eerste prijs van het Cultureel Festival te Dronten (weer zo'n gat) gewonnen. Eigenlijk; een keertje niet gewonnen. In die tijd heb ik ook heel veel gedichten geschreven, resulterend in diverse bundels, omschreven als grotestadspoezie en neo-romantiek. Tja, een hokje moet nou eenmaal. Verder ontplooide ik andere dichterlijke activiteiten, zoals muziek-poezie-band Duystr, waarmee we de voorronde van de Groninger Pop=Prima Prijs wonnen. Inmiddels ben ik daar mee gestopt en heb me gestort op een wat ouder initiatief dat nu door toevoeging van een zangeres meer inhoud krijgt. Dat is Muze, bestaande uit gitarist Mervyn Gerds en zangeres Geelke van Dellen, welke mij ondersteunen in mijn gedichtenvoordracht. De cd Vesperlicht als gevolg hebbend. |
| type : biografie theater Toen ik stopte met studie en werk omdat ik me volledig op het theater wilde gooien had ik een duidelijk plan de campagne. Hier heb ik enkele jaren hard aan gewerkt.Om in het wereldje terecht te komen heb ik veel vrijwilligerswerk gedaan. Zo werkte ik aan twee films en een grote voorstelling mee als productie-assistent bij Pavlov Media, een functie welke ik ook bij het Noord Nederlands Toneel heb vervuld. Ik word nu regelmatig gevraagd als schrijver, ook als regisseur. Zo ben ik co-regisseur geweest bij Macbeth, een schouwburgproductie voor een schooltoneelvereniging. Daarnaast heb ik Anna Karenina bewerkt tot toneelstuk, welke ik ook heb geregisseerd. Beide voorstellingen zijn een succes geworden. Enkele theatergroepen benaderden me vanwege mijn fotografie en mijn kennis van fotomanipulatie. Ik besloot me minder op regie toe te leggen en meer en meer op het schrijven, aangezien dat nog steeds mijn grootste passie is. Camille Camille heb ik uit handen gegeven aan een bekwaam regisseur, uitverkochte zalen tot gevolg hebbend. In de tussentijd ben ik de digitale reclamewereld binnengerold. Voortvloeiend uit een hobby die ontwerpen heet. Zo verworden mijn vroegere activiteiten, begonnen als tijdverdrijf in een saai stadje, langzaam tot werk. Ik hoor mensen nog zeggen maak van je hobby nooit je werk. Waarschijnlijk geldt dit voor mensen met een hobby. Ach, ik heb nog zoveel interesses dat ik driehonderd worden moet om me overal een beetje in te kunnen bekwamen. En dat is dan ook mijn streven. |
| type : biografie nieuw leven En dan komt er een nieuw leven in je leven. Rosa Annaleah, Rosa omdat het een mooie naam is, Annaleah naar een van de karakters uit Catonica. Op 4 september 2002 midden in de nacht was ze het licht. Na een moeilijke start rent ze nu vrolijk door mijn leven. |
| type : bibliografie blijft hangen [1988] Bundel met Ruud Sauer. |
| type : bibliografie denkendoen [1989] Met spinnetje |
| type : bibliografie ego eighties [1990] met Peter van der Leeuw, alias Sfinx PodiumPoezie |
| type : bibliografie umweltscmerz [1990] Met Peter van der Leeuw en Chantalle Willems, alias Sfinx PodiumPoezie |
| type : bibliografie flinters op de weg [1991] Met Danielle Diemel |
| type : bibliografie splinter [1995] Hard en scherp. |
| type : bibliografie mist in de kop [1995] wazige acties, heldere schetsen |
| type : bibliografie duistr is de nacht [1996] maar helder weergegeven |
| type : bibliografie bedblues [1996] veelomvattend werk, 100 paginas inclusief theater, tekenfilm (!) en voorzien van houten kaft. |
| type : bibliografie vesperlicht [1998] Eerste cd van Muze |
| type : bibliografie maandans [2004] laatste cd van Muze |
| type : dank dank Dank gaat uit naar dioneo.net voor de (gratis) bouw van al mijn sites. Dank zij hen die mij inspireerden voor het schrijfwerk, positief of negatief. Dank aan u die mijn werk graag leest en mij zo ondersteunt. Dank aan dierbaren. |
| type : invloeden invloeden Allereerst een schifting; invloed waarop? |
| type : invloeden gedichten Een invloed op mijn gedichten zou ik zelf niet kunnen benoemen. Gecharmeerd van de maximalen wil niet zeggen dat ik erdoor ben gevormd. Ik heb ook weinig gelezen van andere schrijvers voor ik besloot er zelf een te worden. Dichten zit in je bloed of niet. Dus hier zou ik niet zo een twee drie een invloed kunnen noemen. Wel op de manier waarop ik met het resultaat om ga. Hier noem ik met name Anne Clark en, weer, de maximalen. |
| type : invloeden theater Reeds lang verzamel ik werk van Dostojewski. Ik heb nu nagenoeg al zijn werk, de rest van zijn boeken is moeilijk te bemachtigen omdat niet alles in het Nederlands is uitgegeven. Het spreekt vanzelf dat zijn werk invloed heeft gehad op mijn schrijverij, met name op de theaterstukken hoewel Dostojewski romans schreef. In eerste instantie putte ik inspiratie uit zijn werk, zoals in De Violist. Later merkte ik dat mijn schrijfstijl ook zonder directe inspiratie zwaar leunde op Dostojewski's werk en besloot me los te koppelen. Ik ben immers geen Dostojewski en zal dat nooit worden. Ik stelde mezelf die opdracht en kwam tot De Morbidabele, waar alleen nog de omgangsvormen van die tijd naar voren kwamen. Het zware was er een beetje af. Zo ploeterde ik verder en kwam (redelijk) los van de hand waarvan ik veel gelezen had. |
| type : invloeden romans Ook mijn romans zijn in eerste instantie door Dostojewski gevormd. Niet direct, en ook niet direct vindbaar, maar toch. Catonica is immers gebaseerd op een script dat ik schreef om los te komen van een stijl. Er moeten dus resten in te vinden zijn. Misschien opmerkbaar als een andere Rus; Gorki. Daarnaast weet ik het magisch realisme als stijlinvloed. |
| type : invloeden muziek Ik ben met muziek begonnen vanwege Anne Clark. Deze Londense dichteres weet haar teksten op een zo aparte wijze op muziek te gieten; dat wilde ik ook. Ik wilde ook dat mijn tekst werd gehoord zonder dat het een gedicht werd genoemd, of een voordracht moest zijn. Wat zeker ook te horen valt is Nick Cave, en Andre Manuel. Binnen Muze is de invloed uitgegumd omdat ik hier werkte met muzikanten die een eigen geluid wisten te ontwikkelen, die een combinatie was van hun stijl plus mijn tekst. |
| muziek |
| band : muze title : Het gemis van Brons De warm stem van een kerkklok maakt de nacht veilig. Dit hebben we proberen duidelijk te maken in de muziek. credits : tekst : Marcel Houtzager gitaar : Mervyn Gerds zang : Geelke van Dellen zang : Mervyn Gerds stem : Marcel Houtzager |
| band : muze title : Catonische Goden De goden van de onderwereld lonken overal, zo ook in de plooien van de steeg. Onheilspellend tokkeltje, een snelle maar zware hartslag als basisritme credits : tekst : Marcel Houtzager gitaar : Mervyn Gerds zang : Geelke van Dellen stem : Marcel Houtzager |
| band : muze title : De Duivel Wat nu als de Duivel een lift wil? credits : tekst : Marcel Houtzager gitaar : Mervyn Gerds zang : Geelke van Dellen stem : Marcel Houtzager |
| band : capcam title : Hemellichten Zinloosheid van snel rijden. credits : tekst : Marcel Houtzager muziek : Michel van Kerkhof stem : Marcel Houtzager |
| band : muze title : Hypnos' Liefde De droom die zichzelf in slaap droomt. Inherente onmogelijkheid, wel een mooi nummer. credits : tekst : Marcel Houtzager gitaar : Mervyn Gerds zang : Geelke van Dellen zang : Mervyn Gerds |
| band : muze title : Ik Ben Ik ben kwaad. Er dreigt genoeg in de lucht om donker te kijken. credits : tekst : Marcel Houtzager gitaar : Mervyn Gerds zang : Geelke van Dellen stem : Marcel Houtzager |
| band : muze title : Landschap van je lichaam Het landschap van je lichaam biedt genoeg plaats voor een wandeling. Ziehier een routebeschrijving. credits : tekst : Marcel Houtzager gitaar : Mervyn Gerds zang : Geelke van Dellen zang : Mervyn Gerds |
| band : muze title : Liefdesliedje voor de Droom Hoe kunnen twee mensen die niet bestaan elkaar in leven dromen? Het blijkt te kunnen. Luister maar naar dit nummer. credits : tekst : Marcel Houtzager gitaar : Mervyn Gerds zang : Geelke van Dellen zang : Mervyn Gerds stem : Marcel Houtzager |
| band : muze title : Maandans Titelnummer van de (toekomstige) CD. Ik dans in een seance, huil met wolven. credits : tekst : Marcel Houtzager gitaar : Mervyn Gerds zang : Geelke van Dellen zang : Mervyn Gerds |
| band : muze title : Muze (fugit amor) Camille Claudel werd vergeten door de wereld. Ik heb over haar een theaterstuk geschreven (in 2004 uitgevoerd). En dit gevoelige nummer. credits : tekst : Marcel Houtzager gitaar : Mervyn Gerds zang : Geelke van Dellen stem : Marcel Houtzager |
| band : capcam title : Nachtkroppels Niet bestaande woorden en gefingeerde geluiden vormen een reis door mijn fantasie. Volgende halte...? credits : tekst : Marcel Houtzager muziek : Michel van Kerkhof stem : Marcel Houtzager |
| band : muze title : De Patio Zwoele en Jazzy song. Als ooit een hit dan deze. credits : tekst : Marcel Houtzager gitaar : Mervyn Gerds zang : Geelke van Dellen zang : Mervyn Gerds |
| band : muze title : Pluk De Dag Pluk De Dag en stop 'm in je revers. credits : tekst : Marcel Houtzager gitaar : Mervyn Gerds zang : Geelke van Dellen zang : Mervvyn Gerds |
| band : muze title : Het Raam De liefde voor een publieke dame zo mooi neergezet dat de meeste luisteraars niet eens doorhebben dat het over een hoertje gaat. credits : tekst : Marcel Houtzager gitaar : Mervyn Gerds zang : Geelke van Dellen zang : Mervyn Gerds |
| band : muze title : Sorry Sorry zeg je nooit eens tegen mij Zwijgen brengt je ook niet dichterbij credits : tekst : Marcel Houtzager gitaar : Mervyn Gerds zang : Geelke van Dellen zang : Mervyn Gerds |
| band : muze title : Stad Sta Stil De stad is nooit stil, hoewel ik dat soms wens. Hier een haastige gitaarlijn en een indringend stemgebruik. Soms de stilte voor de storm, soms de stank van de stad. credits : tekst : Marcel Houtzager gitaar : Mervyn Gerds zang : Geelke van Dellen zang : Mervyn Gerds stem : Marcel Houtzager |
| band : capcam title : Stad in Steigers Een ode aan de stad hoeft niet altijd positief te klinken... Dakpannen, heimachines, raven, pistolen, gierende remmen, credits : tekst : Marcel Houtzager samples : Michel van Kerkhof stem : Marcel Houtzager saxofoon : Jan Klug bas : Ivo Bol drum : Wim Sebo |
| band : muze title : Stille Grazer Ik keek uit mijn raam en zag een klein konijn. Toen ik even later op de fiets sprong lag hetzelfde konijn in stukken op straat. credits : tekst : Marcel Houtzager gitaar : Mervyn Gerds zang : Geelke van Dellen zang : Mervyn Gerds |
| band : muze title : Tarantula Als hitte afkoelt krimpt de lucht en wordt ademen moeilijker. credits : tekst : Marcel Houtzager gitaar : Mervyn Gerds zang : Geelke van Dellen zang : Mervyn Gerds stem : Marcel Houtzager mix : Mark Hensley, DesolationStudios, Vancouver Canada |
| band : muze title : Vesperlicht Late middag, vroege herfst; de tijd van de Vesper. Lage zon, hoge wolken. Brede glimlach, smalle bagagedrager. credits : tekst : Marcel Houtzager gitaar : Mervyn Gerds zang : Geelke van Dellen zang : Mervyn Gerds stem : Marcel Houtzager |
| band : muze title : Vonk Der Liefde Als vonken van een romantisch vuurtje ter hemel stijgen zullen zij samen een ster vormen die blijft toezien op de gelieven. credits : tekst : Marcel Houtzager gitaar : Mervyn Gerds zang : Geelke van Dellen zang : Mervyn Gerds |
| band : muze title : Water Ik ben alles wat je wil, van ijs tot water, en als het meezit zelfs stoom. credits : tekst : Marcel Houtzager gitaar : Mervyn Gerds zang : Geelke van Dellen zang : Mervyn Gerds stem : Marcel Houtzager |
| band : muze title : De Wekker HaastHaastHaast nooit goed credits : tekst : Marcel Houtzager gitaar : Mervyn Gerds zang : Geelke van Dellen samples : Marcel Houtzager |
| band : muze title : Winterbloem Soms komt een bloem te laat tot bloei. Dan is deze overgeleverd aan de elementen. Deze bloem zal wel bloeien maar geen vrucht dragen. Een trieste schoonheid. credits : tekst : Marcel Houtzager gitaar : Mervyn Gerds zang : Geelke van Dellen zang : Mervyn Gerds |
| band : muze title : Zwarte Haren Teder en intiem nummer over de woorden die je in iemands haren fluisteren kunt. credits : tekst : Marcel Houtzager gitaar : Mervyn Gerds zang : Geelke van Dellen zang : Mervyn Gerds stem : Marcel Houtzager |
| band : duystr title : Onnatuurlijke vormen wat valt er te zeggen over dit mengsel van creatieve breinen behalve dat het freaky is... credits : tekst : Marcel Houtzager saxofoon : Jan Klug bas : Ivo Bol drums : Wim Sebo stem : Marcel Houtzager samples : Ivo Bol |
| band : duystr title : Jack Jack Daniels, de naam zegt genoeg. credits : tekst : Marcel Houtzager saxofoon : Jan Klug bas : Ivo Bol drums : Wim Sebo stem : Marcel Houtzager samples : Ivo Bol |
| band : duystr title : Heimwee naar de Hel Weliswaar geen tekst van mijn hand, toch toegevoegd om een helder beeld van Duystr te schetsen... credits : tekst : Paul Jainandun Singh saxofoon : Jan Klug bas : Ivo Bol drums : Wim Sebo stem : Paul Jainandun Singh Houtzager samples : Ivo Bol |
| reacties |
| name : DigiDichter Erg onheilspellend... |
| name : DigiDichter Kijk, dat is nou een sinterklaasgedicht! |
| name : Kim Ja hoor, mooi weer |
| name : Kim vloeiend en klaar. mooi stemgebruik |
| name : Johan blijft een van mijn favorieten |
| name : Digidichter Hier is ook een lied van gemaakt, helaas nog nooit opgenomen. Zeer spannend nummer! |
| name : Norah oooooh wat zoet!!!!!!!!!!!! |
| name : DigiDichter Deze text is een logisch gevolg op de tekst 'ex' |
| name : DigiDichter HIervan+hebben+we+ooit+een+%27muziekstuk%27+gemaakt%2C+maar+dat+wil+ik+jullie+besparen.+Is+nog+lastiger+dan+de+tekst+zelf. |
| name : DigiDichter De+muzikale+versie+is+helaas+nog+niet+af%2C+wel+erg+mooi.+Een+van+de+weinige+teksten+die+ik+ook+in+het+Engels+heb+willen+vertalen.+%22Grey+clouds+turn+to+white+unseen%2Fwith+blue+spots+inbetween%22 |
| name : DigiDichter En+de+tekst+%27RozeRood%27+is+het+gevolg...+%3B-%29 |
| name : DigiDichter Luister+zeker+naar+de+muzikale+versie+door+CapCam%21 |
| name : DigiDichter Iemand+meende+dat+ik+wel+erg+verliefd+moest+wezen+om+zo%27n+tekst+te+kunnen+schrijven.+Niets+is+minder+waar%2C+ik+wilde+gewoon+een+lieve+tekst+schrijven+en+nam+een+hoertje+en+haar+stille+aanbidder+als+voorbeeld. |
| name : DigiDichter Dit+werd+eens+vergeleken+met+%27poem+for+a+nuclear+romance%27+van+Anne+Clark.+Dat+zie+ik+als+een+groot+compliment%3B+ik+ben+een+bewonderaar+van+haar... |
| name : DigiDichter Mensen+die+mijn+voorstelling+camilleCamille+hebben+gezien+snappen+hoe+gevoelig+dit+nummer+is. |
| name : DigiDichter Niets+raakt%2C+daarmee+bedoel+ik+dat+je+tegenwoordig+zoveel+slecht+nieuws+te+verwerken+krijgt+dat+je+er+doof+voor+word.+Ik+snapte+niet+dat+iemand+op+de+Madrileense+aanslagen+gelaten+reageerde%3B+ach%2C+je+kon+er+op+wachten.+Dan+kan+ik+niet+anders+dan+daar+op+reageren.+%27niets+raakt%27+%28en+zelfs+dat+niet%29 |
| name : DigiDichter Ook+hiervan+is+een+nummer+in+wording. |
| name : DigiDichter voor+u+dus... |
| name : DigiDichter Dit+is+het+favoriete+gedicht+van+heel+veel+bezoekers...+Is+ook+behandeld+door+havisten+tijdens+de+Nederlande+les.+Da%27s+een+mooi+compliment... |
| name : DigiDichter Zijn+trouwens+wel+vijftig+nieuwe+zorkels+voor+de+Dikke+van+Dale... |
| name : Evinga Hai++knappe+vent%2CHad+je+niet+gedacht+he%2C+hier+een+berichtje+te+lezen+van+je+liefje.++Ik+vind+uiteraard+dit+je+mooiste+gedicht%2C+omdat+je+hem+toendertijd%2C+over%2Fvoor%2F+mij+hebt+geschreven.+Ga+zo+door%2C+en+schrijf+weer+eens+iets+nieuws%2C+laat+je+inspireren%3B+het+is+weer+lente.+Lente+2004.+%28+Love+is+the+air%29-x-+En+ik+hou+van+je%2CEvinga |
| name : Michal Krodkiewski That+you%2C+Marcel%3FI+didn%27t+understand+the+text%2C+so+no+comment+there.+Nice+font%2C+I+guess.+Just+thought+I%27d+write+to+see+if+you%27re+OK%2C+as+it+has+been+a+long+time+since+our+last+contact.+If+you+send+me+your+direct+email+address+it+would+make+it+easier.+I%27ll+write+more+then....+Take+care.Michal+Krodkiewski |
| name : lydia %E9%E9n+woord...+adembenemend%21%21 |
| name : Jos Weer+even+langs+geweest......ben+hier+niet+weg+te+branden....God+wat+geweldig%21Kippevel+van+maandans......Ik+zou+me+erg+vereerd+voelen+wanneer+je+eens+een+bezoekje+zou+brengen+aan+mijn+site......Lieve+groet%2CJosewww.tekstidee.moerstaal.nl |
| name : michris Stil+ben+ik+binnen+gekomen%2C+en+stil+ga+ik+weer+weg.+Jouw+woorden+meenemend....En+een+schitterende+site+bovendien....dank+je+voor+het+delen.michris+++www.michris.nl |
| name : marianne wat+een+heerlijk+vrij++gevoel+gevend+gedicht+ik+ben+gek+op+de+herfst+en+zoiets+zou+ik+kunnen+voelen+bij++een+herfststorm%2C+een+beetje+gelukzalig.+bedankt+dat+je+het+zo+mooi+hebt+verwoord+en+ons+mee+laat+genieten |
| name : hoi hebben+jullie+ook+een+toeeelstukkie+obver+dromen%3F%3F |
| name : dolendo beste%2C+dit+schrijven+heb+ik+met+bewondering+gelezen%2C+en+ik+vraag+me+af+of+het+mogelijk+zou+zijn+toenstemming+van+deze+schrijver+te+krijgen+om+dit+gediht+te+mogen+plaatsen+op+mijn+groep.+alvast+bedankt%2C+dolendo |
| name : toon heel+mooi |
| name : Martin Houtzager moet+zeggen+aardig+onder+de+indruk+van+je+site%21wou+ik+effe+kwijt%21Hoor+je+wel... |
| name : Cindy Pittens mooi%2C+mooi+mooi...+ik+vind+het+mooi+wat+je+maakt...het+spreekt+me+regel+voor+regel+aan...+je+zegt+hoe+het+is%2C+je+vertelt+de+mooie+dingen+en+ik+word+er+niet+bang+van...+je+koestert+ze%2C+geeft+er+niet+meer+waarde+aan+dan+moet%2C+maar+wel+voldoende...+Jij+hebt+de+balans+tussen+ongevoelig+en+overgevoelig+gevonden+in+je+woorden...+ik+ben+blij+je+gevonden+te+hebben%2C+zomaar+in+de+oneindigheid+van+het+internet.mooi+vind+ik+het%2C+mooix |
| name : Cindy Pittens prachtig%21hoe+waar%21 |
| name : Cindy Pittens Geweldig%21 |
| name : Annemarie Dag+dame+en+heren%2C+Ik+vind+de+tekst+heel+mooi%2C+de+muziek+ook.+Ik+vind+de+stem+mannenstem+erg+mooi+en+de+vrouwenstem+ook.+Alleen+bij+de+liedjes+die+sneller+gaan+lijkt+de+vrouwenstem+wat+vluchtig+over+komen.+Dat+is+echt+een+detail+hoor+want+het+klinkt+echt+goed%21Groetjes%2C+Annemarie |
| theater |
| title : De Violist De Violist is een analyse van een persoonlijkheid met grootheidswaanzin. Jegor meent een geniaal violist te zijn. In het arme leven dat hij leidt, samen met zijn vrouw Catherine en haar dochtertje Maya, terroriseert hij alle vrolijkheid in zijn wanhoop. Hij zet Maya aan om te liegen over Roberto, de jeugdliefde van Catherine. Maya gelooft Jegor en verdraait alle verhalen die ze van Roberto hoort. Ze zegt tegen Catherine dat hij haar niet wil zien, ze zegt tegen Roberto dat Catherine hem niet wil zien. Roberto is onbereikbaar; in een klooster ingetreden, Catherine wordt steeds zwakker. Jegor steeds sterker. Alleen Ellen, de oude kindermeid van Catherine, ziet wat er gebeurt. Dan, door toedoen van Jegor, pleegt Roberto uit wanhoop zelfmoord. Catherine, sterk verzwakt, kan dit niet meer aan en sterft. Jegor, die al jaren zei 'als Catherine sterft staat niets mij in de weg de viool weer op te pakken en beroemd te worden' neemt zijn viool op. Speelt een elegie. Maya krijst dat het zo vreselijk lelijk is, ze kan het niet aanhoren. Jegor beseft dat zijn idee een waanidee was en wordt ter plekke waanzinnig. Maya blijft als enige achter... Een samenvoeging van delen van De Verstotene (Dostojewski) en Woeste Hoogten (Emily Bronte) fragment : Jegor : Wat kijk jij nou, voel je je niet goed? Zal ik je helpen? Catherine : Jij? Mij helpen? Hoe verzin je het! Jegor : Nou, je ziet er niet goed uit, dan mag ik je toch wel helpen? Als je te moe bent, wie moet er dan het eten koken? Catherine : Och, god, ik dacht heel even dat je met me te doen had, maar het is weer eigenbelang! Jegor : Eigenbelang? Maya moet nog groeien van dat eten. Al snap ik niet dat ze nog groeit met dat karige voer dat hier dagelijks op tafel staat. Catherine : Denk je nou werkelijk dat ik niet in de gaten heb dat het te weinig is voor drie monden? Als het aan mij lag, meneertje Jegor, zou er iedere dag een heerlijke maaltijd op tafel staan, genoeg voor iedereen, ook voor vrienden die langs zouden komen. Jegor : Waarom is dat dan niet zo? Catherine : Pecunia groeit hier heel slecht de laatste jaren. Jegor : Pecunia? We hebben geen planten hier, alleen stoffige oude meubels die zelf lijken te leven. Ze krijgen met de dag meer rimpels. Catherine : Ach, dat past wel bij mij. Catherine gaat naast Jegor zitten. Ze legt een hand op zijn knie. Catherine : Jegor, ik weet niet meer hoe ik het vol moet houden. Ik ben moe, zo moe. Te moe om alle winkeltjes af te gaan om voor zo min mogelijk geld toch nog genoeg te eten te hebben. Jegor : Dan moeten we daar maar eens iets aan doen. Catherine : Zeker, dat moet. Maya moet goed te eten hebben, anders houdt ze het niet vol. Ze kijkt zo bedenkelijk de laatste tijd. En vanmorgen, ik kwam binnen en ik vroeg of ze lekker geslapen had, en ze gooide zich huilend in mijn armen. Jegor kijkt verschrikt. Jegor : Wat was er dan? Catherine : Ik weet het niet, ze zei niet waarom ze verdrietig was, ze keek me alleen maar aan met die grote ogen van haar, en ze huilde, en huilde, geen woord over haar lippen, des te meer tranen. Bitter om te zien dat zo'n klein meisje zo kan huilen. Er moet echt iets gebeuren, ik ben bang dat Maya's gezondheid er onder lijdt, en haar geest ook wordt uitgemergeld. Jegor : Maar wat valt er aan te doen dan? Catherine : Ik weet wel iets, dat zou heel veel helpen. Jegor : Wat dan, en waarom heb je het nog niet gedaan dan? Catherine : Maar dat kan ik niet doen. Jegor : Zeg nou wat we er aan kunnen doen. Het is voor een violist heel ernstig als hij te weinig eet. Want een volle geest kan niet praten met een lege maag. Catherine : Als jij nou eens serieus op zoek ging naar werk, al is het maar een beetje werk. Dan zouden we iets meer geld hebben, en beter kunnen eten. Jegor : Maar er is geen werk voor violisten hier. Catherine : Dan maar werk voor andere mensen dan violisten. Hoeveel voldoening zou het je geven als je vervelend werk deed maar wel te eten zou hebben? Jegor : En mijn roeping opgeven? Nooit! Snap dat dan! Ik kan niet werken omdat ik dan niet genoeg bezig kan zijn met mijn muziek! Ieder moment dat je niet met muziek bezig bent is een verloren minuut, dat is stilstand, achteruitgang. Dan gaat er in deze wereld een geniale muzikale minuut verloren. Hoe vaak moet ik je dat nog uitleggen! Jegor is boos opgestaan, Catherine staat tegenover hem. Catherine : Jij bent gewoon te lui om te werken! Als jij werkelijk zo'n briljant muzikant bent, waarom merken we daar niets van dan? Jegor : Omdat ik hier, in dit hok, niet kan werken! Deze armoedige troep belemmert mijn creativiteit, ik kan toch geen mooie muziek maken in een lelijke omgeving? Catherine : Dan moet je gewoon je best doen om de omgeving beter te maken. Jij zit gewoon bij de pakken neer. Ik, die zo zwak ben, vecht door, iedere dag opnieuw voer ik een veldslag tegen mijn vermoeide knoken. Jij laat je botten verslijten door ze niet te gebruiken. Dat is het verschil! Jegor : Als ik werken zou, ik zeg als, dan zou het hier misschien beter worden, maar dan zou ik niet meer met muziek bezig kunnen zijn omdat ik geestdodend werk doe. Het is gewoon een vizu.. vici... visuele cirkel, dat is het! Catherine : Maar als er niets gebeurt, maak je ook geen muziek. Ik heb je nooit horen spelen! Wat maakt het voor jou dan uit? Niet spelen in armoede of niet spelen en geld hebben? Jegor : Wat dacht je van mijn geest? Dacht je dat ik het zou volhouden om mijn droom en roeping te zien verwaaien in de herfstbries van mijn leven, het uitdovende licht? Mijn zon zou sneller ondergaan door alle donkere wolken die mijn zicht verduisteren. Daarom! Catherine : Voor Maya zou het een wereld van verschil zijn, voor mij ook. En je zou dan met gemak een borreltje kunnen drinken met je vrienden. Jegor : Dat kan nu ook! Catherine : Op hun kosten, altijd op hun geld teren. Ik kan me niet voorstellen dat je borreltje dan nog lekker smaakt. Jegor : Als ik zou werken zou ik mijzelf verraden, en daarmee mijn vrienden, ze zouden het zien als een knieval aan het wereldse. Dan zou ik geen vrienden meer hebben om een borreltje mee te drinken. Catherine : Als jij zou werken zou ik wel met jou een borreltje gaan drinken. Jegor : Wat een belachelijk idee! Ik ga niet werken en daar mee uit! |
| title : De Morbidabele Michael Weber, jong, aristocraat, geliefd. Zijn naam boeit hem. Hij meent dat hij, net als de aartsengel, de wereld mag beinvloeden naar zijn beeld. Hiertoe speelt hij allerlei spelletjes. In het geheim is hij getrouwd met een arme vrouw, die hij uiteindelijk in een uitslaande brand laat omkomen. Omdat weduwnaar zijn meer aanzien biedt. Elise, een 'min-of-meer-geliefde', twijfelt regelmatig aan zijn oprechtheid. Zij zoekt en zoekt. En vindt. Gebruikt die wetenschap om hem voor eeuwig aan haar te verbinden. Geinspireerd op Demonen van Dostojewski. fragment : Ze denkt even na, hij gaat naar haar toe, gespannen. Elise: Maar, weet u, ik heb evenwel gedacht, dat u vreselijk verliefd op me was. Hebt u nu geen minachting voor mijn domheid en lacht u niet om dit traantje, dat daar zojuist viel. Ik houd er erg van, te huilen, uit medelijden met mezelf. Nu, genoeg en genoeg erover. Ik deug niet en u deugt niet; allebei geen knip voor de neus waard, laten we ons daar maar mee troosten. In elk geval hoeft het gevoel van eigenwaarde er niet onder te lijden. Michael: Een overspannen droom! Hij loopt handenwringend door de kamer: Michael: Elise, arm kind, wat heb je jezelf aangedaan? Elise: Ik heb me aan de kaars verbrand en verder niet. U weent toch niet ook al? Weest u welgemanierder, weest u ongevoeliger... Michael: Waarom, waarom ben je bij me gekomen? Elise: Maar begrijpt u dan nog niet, in welk een bespottelijke positie u uzelf voor de openbare mening brengt met zulke vragen? Michael: Waarom heb je je te gronde gericht, zo smakeloos en zo dom, en wat nu te doen? Elise: En dat is Weber, de bloeddorstige Michael Weber, zoals een dame, die verliefd op u is, u hier noemt! Luistert u eens, ik heb u toch al gezegd, ik heb mijn leven ingesteld op slechts een uur en ik ben kalm. Doet u ook zo met uw leven... trouwens, dat heeft u niet nodig; u zult nog genoeg uren en ogenblikken van velerlei aard beleven. Michael: Precies evenveel als jij immers; ik geef je mijn erewoord, geen uur meer dan jij! Hij loopt al maar heen en weer en ziet haar snelle, doordringende blik niet, waarin opeens iets als hoop scheen op te flikkeren. Maar die lichtstraal dooft op hetzelfde ogenblik weer uit. Ze zegt alles immers uit liefde maar is er bang voor; zodoende heeft ze een afstandelijkheid aangenomen. Michael: Als je wist, waarom het me op het ogenblik onmogelijk is, je alles te zeggen, Elise... als ik maar wist... als ik je maar kon onthullen... Ze valt hem verschrikt in de rede Elise: Onthullen. U wilt me iets onthullen? God beware me voor uw onthullingen! Hij blijft ongerust staan wachten. Elise: Ik moet u bekennen, in mij heeft indertijd, al in Zwitserland, de gedachte post gevat, dat u iets vreselijks, onsmakelijks en bloedigs op uw geweten hebt en... iets, dat u tegelijkertijd in een erg bespottelijk daglicht plaatst... Wacht u ervoor, mij het te onthullen, als het waar is: ik zou u uitlachen. Ik zou mijn hele leven om u lachen... Ai, wordt u weer bleek? Ik zal 't niet doen, ik zal 't niet doen, ik ga dadelijk weg! Ze springt van haar stoel overeind met een beweging van weerzin en minachting. Michael: Pijnig me maar, straf me maar, stort je woede over me uit! Je hebt er het volste recht toe! Ik wist, dat ik niet van je houd, en heb je te gronde gericht. Ja, ik heb het ogenblik voor mezelf gehouden; ik koesterde een hoop... al lang... de laatste... Ik kon het licht niet weerstaan, dat mijn hart doorstraalde, toen je gisteren bij me kwam, uit eigen beweging, alleen, als eerste. Ik ging opeens geloven... Ik geloof misschien ook nu nog. Elise: Een zo edelaardige openhartigheid zet ik u met gelijke munt betaald: ik wil niet uw liefdezuster wezen. Misschien word ik werkelijk nog eens verpleegster, als ik geen kans zie, vandaag nog te rechter tijd te sterven; maar al word ik het, dan toch niet bij u, hoewel u natuurlijk evenveel waard bent als iedere invalide. Het heeft mij altijd toegeschenen, dat u mij naar een of andere plek zoudt brengen, waar een enorme kwaadaardige spin woont, zo groot als een mens, en dat we daar ons hele verdere leven naar haar in angst zouden kijken. En daarmee zou dan onze wederzijdse liefde verlopen. Wendt u zich tot Dorina; die zal met u meegaan, waarheen u wilt. Michael: En u kunt ook nu niet nalaten, haar erbij te halen? Elise: Het arme diertje! Doet u haar de groeten. Weet ze, dat u haar al in Zwitserland voor uw oude dag hebt bestemd? Wat een voorzorgen! Wat een vooruitziende blik! Ai, wie is dat? Aan de zijkant van de zaal gaat een deur een klein eindje open; het hoofd van iemand komt er door en wordt haastig weer teruggetrokken. |
| title : Catonica Catonica gaat over een Engel die op aarde is gesmeten na een misdaad in 'de hemel'. Ruim driehonderd jaar geleden heeft hij, Seltrich, in een beschermende actie, een mens vermoord. Nu moet hij boeten. Zijn boetedoening echter bestaat uit wraak. Wraak op zijn rechters. Hij volgt de familie die hem noodlottig werd en verzamelt alle gegevens over hen. Al die tijd blijft hij bij ze in de buurt. Zijn kelder staat vol voorwerpen van de familie. Dan benadert hij Cassandra, een 'reine ziel', voorbestemd om engel te worden. Via haar zal zijn wraak de hemel in schieten. Alle Engelen zullen uit de hemel verstoten worden. Want; 'als heiligen zondigen met zondige vrouwen, moet het voor een Demon wel verleidelijk zijn de zonde te bedrijven met een reine ziel'. Via een spel met alle details die hij van ze weet zorgt hij er voor dat Annaleah, de zus van Cassandra, gaat twijfelen aan Seltrich. Hij zet Cassandra aan tot een grote misdaad, zij zal besmet zijn en besmetten. Dan pas zal hij niet meer alleen zijn. Van dit werk is ook een romanvorm fragment : Donathus op. Hij gaat weer tussen de vensters staan, hoofd naar achteren; hij kijkt naar de hemel. Dan heft hij zijn handen op en een lichtbundel valt op hem. Hij doet zijn mond open, als om te praten, geen geluid echter. Dan komt Seltrich stil op, ziet Donathus daar zo staan en imiteert zijn houding. Op hem valt dan een andere lichtbundel, rood. Donathus kijkt naar Seltrich. Donathus Pathetisch hoor. Seltrich zwijgt, het licht dooft. Dan kijkt hij Donathus aan. Seltrich Trucjes. Die imponeren me niet meer. Jij bent de pathetica. Donathus Was ik Pathetica, dan jij Catonica. Seltrich Zeker! De engel uit de onderwereld. Catonica, een goede naam voor gepeperde zoutjes! En jij de zouteloze slappe hap voor in de morgen, in het ziekenhuis. Daar zou je moeten solliciteren. Slaapmiddelen te kort? Huurt Donathus! Voor een gevleugelde nachtrust! Hij legt een hand op je hoofd en je slaapt, misschien wel voor eeuwig! Donathus Die bevoegdheid heb ik niet, dat weet je best. Seltrich Je bent toch opgericht om de mensen te helpen? Kan euthanasie dan niet hulp zijn? Donathus Het leven dient beschermd. Seltrich Dus jij tilt de stadsbus op als die over een spelend kind dreigt te denderen? AARGH! SPLAT! DOOD! Ja, beschermen, maar in hoeverre? Donathus Ingrijpen zou mijn aanwezigheid verraden. Ik moet onopgemerkt mijn werk doen. Seltrich Net als de KGB, iedereen weet toch dat die bestaat? Het voornaamste wat zij doen is documenteren. Net als jij. Vanmorgen begon een kind ineens in het Duits te tellen. Belangrijke informatie voor het zogenaamde hiernamaals. Donathus Waarom spot je met je vroegere taak? Seltrich Omdat ik daarvan ontheven ben. Nu ben ik mens! Donathus In hoeverre ben jij mens dan? Seltrich Meer dan jij. Ik voel warmte, zie kleuren, heb directe invloed op de wereld. Donathus Waar ligt de grens van jouw mens-zijn? Weet je dat? Seltrich Waarom stel je daar zo'n belang in? Jaloers? Donathus Neen, interesse. Heb je kinderen? Seltrich is even stil. Seltrich Niet dat ik weet. En welk genot zou een kind zijn als je weet dat het oud wordt en sterft, terwijl je zelf de jongeling blijft? Genot heb ik genoeg gehad, HA! Een tijdelijke uitdaging van de dood is het, tart de dood door hem te dreigen nieuw leven te maken. Eros en Thanatos. Dat is jou onbekend, voor de eeuwigheid. Daar vind ik al genoeg genot in. Nu jij. Donathus zwijgt. Seltrich Ik hou niet van mensen die niet antwoorden kunnen. Je kunt beter gaan, Pathetica. Donathus Dag, Catonica. Het slechte zal van de aarde verdwijnen en een lieflijke plek zal het worden. Seltrich buldert van het lachen. Seltrich Ik, het slechte, draai al drie eeuwen mijn rondjes op die aardkloot, nooit ben ik onderuit gehaald door jouw vleesloze soortgenoten. En Garde! |
| title : Anna Karenina De beroemde roman van Leo Tolstoj over een egocentrische vrouw. Ze is getrouwd zonder liefde, zonder de liefde te kennen. Dan wordt ze verliefd op de jonge militair Wronski, met wie ze een relatie begint. Dan, als ze zwanger is, verlaat ze haar man. Ze wordt met alle mogelijke schande overladen. Een last waarmee ze moeilijk leven kan. Ze wordt paranoide, verdenkt Wronski van andere avances. Een strijd tussen gevoel en verstand, in dit geval overwint het gevoel en verliest het lichaam. Voor eeuwig. fragment : Anna laat de brief zakken, een pakje bankbiljetten valt uit de envelop. Anna: Hij is edelmoedig. Ik haat hem daar om. Een gemeen mens is hij, en dat begrijpt niemand anders dan ik. Iedereen zegt: wat is hij godsdienstig, zedelijk, eerlijk, verstandig! Maar niemand weet hoe hij acht jaar lang mijn leven heeft verstikt, alles verstikt wat in mijn binnenste leefde; dat geen enkele maal in hem de gedachte is opgekomen dat ik een levende vrouw ben, die liefde behoeft. Niemand weet hoe hij mij voortdurend onrecht heeft aangedaan en daarbij toch de zelfgenoegzame man gebleven is die hij was. Heb ik niet met alle kracht getracht mijn leven een waardige inhoud te geven? Hem te beminnen? En toen ik mijn man niet meer kon beminnen heb ik toch van mijn zoon kunnen houden. Ik ben een levend wezen en ik kan het niet helpen dat God mij zo geschapen heeft, dat het voor mij een behoefte is te leven en te beminnen. Hij blijft de edelmoedige man, maar mij stort hij nog dieper in het ongeluk. geluidsfragment: Mocht dit niet het geval zijn, dan zult u zelf best begrijpen wat u en uw zoon wacht. Weer laat ze de brief zakken. Anna: Hij bedreigt me. Hij wil me mijn zoon ontnemen. Hij gelooft niet aan mijn liefde voor mijn zoon, hij minacht dit gevoel. Hij weet dat ik van Sergej geen afstand kan doen, dat kan ik niet. Als ik van mijn zoon afstand doe en mijn man verlaat, ben ik de meest ontaarde vrouw ter wereld! En wat schrijft hij verder? geluidsfragment: Ons leven moet ook in de toekomst voortgaan zoals het tot noch toe geweest is. Anna: Oh! Hij heeft alles zo sluw berekend! Met hem samenleven was altijd al een kwelling, en hij weet dat ik moet beminnen zoals ik ademhalen moet, dat ik zo min over het een als het ander berouw hebben kan. Mijn God, is er ooit een vrouw zo ongelukkig geweest als ik? Hij zwemt in zijn leugens, en voelt zich behaaglijk daarin als een vis in de oceaan. Een net van leugens trekt hij om me heen. Ik trek het stuk! Ik trek het helemaal stuk! Anna huilt, ze springt op van kwaadheid. Dan bedaart ze. Ze leest weer een zin. geluidsfragment: Ik verzoek u wel in overweging te nemen, dat ik aan de inwilliging van dit verzoek bijzondere waarde hecht. Anna: Ik zal hem een antwoord sturen. Anna gaat aan het tafeltje zitten, maar in plaats van te schrijven legt ze haar hoofd op haar gevouwen armen en schreit. Dan, na een tijdje, neemt ze papier en pen. Ze zegt met lage stem, traag, verbitterd; Anna: Hoe veel lager is hij dan ik. Hij dwingt mij in deze positie en wijst dan met de morele vinger naar mij. Ik raak alles kwijt, hij vernietigt me, maar zal zelf de zielige, bedrogen man uithangen met wie iedereen medelijden heeft. Naar mij kijken ze niet om, tenzij met de nek. Ik haat je, Alexander Karenin, ik haat je! Als ik ooit een vervloeking heb gewenst, dan is het nu! Ik zal je de waarheid schrijven! Anna schrijft, en leest het geschrevene: geluidsfragment: Ik heb uw brief ontvangen. Anna. Ze vouwt haar brief dicht en doet het in een enveloppe. Ze staat op, raapt het geld op en gooit dat verachtend op tafel. Dan belt ze voor de butler, haar brief in beide handen klemmend. |
| title : De Brief Maarten krijgt een brief in handen, waarin zijn vader beschuldigt wordt. Hij gaat al jaren niet meer om met zijn vader. De brief bevat gegevens die in de rechtzaak tussen zijn vader en zijn tante van beslissende waarde kunnen zijn. Dan begint de twijfel. Is negatief ingrijpen ook ingrijpen? Hij heeft immers gezworen nooit meer met zijn vader te maken te willen hebben. Er zijn meer kapers op de kust. Een erfenis, faillissementen. Twijfel aan zijn identiteit. Wie is zijn vader? Dan een ontknoping waarbij Dijanne, de vriendin van Maarten, een mooi stuk acteerwerk laat zien. fragment : Maarten : Ben ik Van Zandt of Steen. Vraag ik het aan Steen en ik blijk uit zijn genen te bestaan heb ik nooit hoeven twijfelen aan wie ik ben. Maar hem wil ik niet vragen wie ik ben als de uitkomst is; je bent van mij. Niet eerder bleek een brief zo diep geworteld dan nu, waarin twijfel een plant zaait die in een week vruchten dragen moet. Het juiste voedsel is wat nodig is, en veel verzorging en licht. Niet te veel, anders verbrandt het zielige plantje. Stuur het plantje naar een internaat, zoals ze mij deden, twintig jaar geleden. Ik meende toen al dat mijn ouders mij een lastpost vonden en van me af wilden. Is dat zo? Wat zei hij daarop? Dirk : Nee, je was onhandelbaar. Er viel niet met je te communiceren. Er moest gedegen hulp aan te pas komen, wij konden het niet meer aan en hadden daar veel verdriet om. Maarten : Ik was een opstandig en rebels kind dat zijn eigen weg ging omdat het in een half nest is opgegroeid? Ik terroriseerde het huis en de omgeving en wilde niet luisteren naar aanmaningen het rustiger en redelijker te doen? Ik racete met mijn skelter door de bloemperken, de modder, over het hoogpolig Berbers tapijt en kwam onder glasgerinkel tot stilstand bij moeders glazen olifanten verzameling? Luid schaterend? Nog een keer! Nog een keer! Dirk : In aanleg autistisch. Maarten laat zijn hoofd een beetje schuin zakken, kijkt als een gesloten kind het publiek in. Dirk : Er viel niet met je te communiceren. Je was stil en gesloten. Ernstig stil en gesloten. Je uitte geen mening, reageerde niet op impulsen van buitenaf. Je zat sterk in je eigen wereldje verankerd. We waren bang dat dit erger zou worden. Zelfs op de manier waarop je toen leefde waren we bang voor je geestelijke gezondheid en ontwikkeling. Je leerde slecht hoewel je duidelijk begaafd was. Daarom. Maarten : Ik wil niet naar het internaat! Jullie vinden me niet lief! Ik haat jullie! Ik haat jullie! Allemaal! Ik wil naar de speeltuin maar ik ben bang voor de grote jongens. Ze gaan me slaan en dat doet pijn! Maarten kijkt weer als zichzelf Maarten : Maar dat zei ik natuurlijk niet. Niets zei ik. Ik dacht alleen maar. Denk ik. Dirk : We leden onder jouw stilte. We wisten niet waarvandaan die kwam. Naast Maarten wordt een clown zichtbaar, aan de muur gehangen. Maarten : Ik lig in de wieg. Ik ben drie. Nee, twee en een half want ik zie nog het behang, dat was het vorige huis. En die vreselijke enge clown die daar stil grijnzend aan de muur hangt. Ik ben bang voor die clown. Hij zal me bijten, hij gniffelt zo gemeen. Ik ben bang en roep. Ik huil, ik schreeuw, uit alle macht roep ik om aandacht, ik sta in mijn ledikant, dikke tranen plengend over de eenzaamheid. Want niemand die me hoort, Er komt niemand. Mama is veilig, maar mama is weg. Ik ben alleen. Moederziel alleen. Als jullie niet naar mij komen kom ik niet naar jullie. Als jullie niet van mij houden hou ik niet van jullie. Als jullie niet op mij reageren reageer ik niet op jullie. De clown valt. |
| title : Spiralis Aeternam Een mens wordt wakker in een ruimte, niet wetend wie, waar, wat hij of zij is. Een herontdekking van taal, logica, deductie, interactie. Een zoektocht naar de 'Naakte Mens' Eindigend in de ontsnapping, waarna een andere mens in dezelfde situatie ontwaakt. Een eeuwige spiraal. fragment : Mens : Een wand. Twee wand, drie wand, vierde wand. Hierbij wijst de mens naar het publiek. Dan naar boven. Mens : Bovenwand, onderwand. Onderkant. Zit daar ook iets onder? Wacht even. Vier wanden. Water, lucht, vuur... Er moet iets onder zitten. Vier is vier. Logica. Dat is; dat dingen kloppen. De mens klopt op het marmer. Mens : Kloppen. Vijf vingers; vijf lichten. Vier wanden; vier knoppen. Drie dingen; drie... Twee slangen; twee armen. Een mens; een ruimte. Drie dingen; drie... Drie dingen; drie... hier mist iets. Wat is drie? Nog eens. Vijf vingers; vijf lichten. Vier wanden; vier knoppen. Nee, bovenwand, onderwand, zes wanden; zes... Aa, Ee Ii Oo Uu, vijf klanken, vijf vingers, vijf lichten. Zes wanden; zes... Vijf klanken, vijf lichten, vijf vingers. Tien vingers. Ja, vijf vingers plus vijf vingers is vijf klanken plus vijf lichten. Klopt. Zes wanden, zes... cijfers! Kijk, dat ding! Ja. De mens wijst naar de klok, die aftelt in zes cijfers op het display. Mens : Twee armen en twee benen is vier knoppen. Vuur en water en lucht is drie dingen is drie... Twee slangen; twee ogen. Nee, twee oren, ik hoor de slang. Ja, twee oren plus twee ogen is vier knoppen is vier dingen. Er zijn maar drie dingen, nergens anders zijn drie dingen van, dus moet er een vierde ding zijn. Een mens; een ruimte. Wacht; Daar is lucht, daar is water, daar is vuur dan moet... even ver van elkaar, dan moet... De mens lacht ineens erg hard, gaat op de buik op het blok marmer liggen. Mens : Jij bent het, nummer vier! Steen! Drie bestaat niet. Ik heb nergens drie van, drie bestaat niet. Dat klopt. Ik heb 1 hoofd, 1 mens, 1 ruimte. 2 ogen, 2 oren, 2 slangen. 4 ledematen, 4 knoppen, 4 dingen. 5 vingers 5 gaten in mijn hoofd 5 lichten, 6 wanden 6 cijfers 6... De mens spreidt de vingers. Doet de vinger weg als iets is afgeteld. Mens : 1 mens. 2 slangen. 4 knoppen. 5 vingers. Zo blijft de mens met opgestoken middelvinger zitten. Mens : Fuck! Hier klopt toch iets niet. Deze vinger is het langst. Het langst? In het midden. Hallo middenvinger. De mens volgt de vinger die naar boven wijst. Mens : Daar! De mens wijst naar de kabels waar de lichten over heen rijden. Mens : Jullie! Jullie zijn het langst en jullie wijzen naar beneden. Nee, dat is het niet. Niets is drie! Dat moet! Anders klopt het niet. Dan... moeten er nog twee mensen zijn. Drie mensen, drie... toch drie dingen! He hallo! De mens klopt op het marmer. Mens : Jij bent geen ding. Er zijn er maar drie, want lucht en vuur en water kun je niet vasthouden. Jou wel. Dus. Water en lucht kun je in je mond vasthouden, vuur... nee. Nou ja, jij bent te groot voor in mijn mond. Dat doet pijn, vuur in je mond ook. Dat klopt wel weer. Maar waarom lig jij hier precies in het midden? Lig jij of sta jij? Nou ja, boeien! Er moet iets met jou aan de hand zijn, dat moet gewoon, anders was je hier niet. Ik kan ook op de grond liggen. Daar heb ik jou niet voor nodig. Water heb ik nodig voor de dorst, vuur voor warmte, lucht om te ademen, steen voor... honger? De mens bijt in het blok marmer, grommend. Mens : Nee, dat dacht ik al! Waarom ben jij hier? Hey! Geef antwoord! De mens slaat hard op het marmer. Een deel van het marmer verheft zich onder veel geraas, een schurend geluid. |
| title : Myriada Fascinata Een eenakter over miscommunicatie. Hij en Zij. Al jaren vrienden. Hij is gesloten, bang. Zij is open. Behalve over een ding; haar liefde voor hem. Aftastend, bekennend, troostend, vindend. fragment : Zij : Je ziet er ook een stukje minder als een verzopen vogeltje uit. Hij kijkt haar aan. Zij : Jezus man, zoek je nu werkelijk overal iets achter? Hoe kun je dan ijskoud vertellen dat je gedachtenwereld niet diep is? Een aan grenzenloosheid grenzende fantasie. Hij : Hoe kan iets grenzen aan iets zonder grenzen? Zij : Ik bedoel maar, je hebt een filosofische instelling, misschien denk je teveel na, zoveel dat je niet meer kunt uiten wat er in je om gaat, gewoon omdat het zoveel is dat je de keuze niet kunt maken wat te uiten en er dus voor kiest niets te uiten. Hij : Zou dat het zijn? Nee, dat denk ik niet. Ik denk gewoon niet zo veel. Zij : Hoe weet je of je wel of niet denkt? Misschien niet zozeer in woorden maar in een symboliek die uniek is in jouw geest, die je zelf hebt samengesteld en eigen gemaakt. Je denkt dat je niet denkt omdat er geen woorden galmen, maar ondertussen vorm je overal een mening over. Zelfs de mening dat je geen mening hebt is een resultaat van overpeinzing. Hij : Je had psychologie moeten studeren, geen informatica. Zij : Ik heb bedrijfskunde gestudeerd. Hij : Oh, sorry. Zij : Bedrijfskundige informatica, dat wel, maar in eerste instantie... ach, maakt ook niet uit. Hier is je wijn, ga toch zitten. Zij geeft hem zijn wijn weer aan, ze klopt op de lege plek op het bankje naast haar, hij is al die tijd achter het bankje blijven staan. Hij pakt een kleine stoel en gaat daar op zitten, schuin tegenover de bank. Ze kijkt naar de stereo. Zij : Wie is dit? Hij : Wim Mertens, Jeremiades. Minimal. Daar hou ik van, dat past wel bij mij. Zij : Ik hoor het. Zo minimaal dat er alleen piano en zang zijn overgebleven. Hij : Hij zingt en speelt alles zelf. Zij : Maximaal minimaal. Maar toch wel mooi. Een stilte valt. Hij : Ik eis onvoorwaardelijke liefde. Zij : Is dat een onvoorwaardelijke eis? Aan mij? Hij : Ik wil niet vanuit mezelf voorwaarden aan een liefde stellen. Ik wil kunnen liefhebben zonder daar vanuit mezelf voorwaarden aan te verbinden, ik vind het moeilijk dat te doen. Dat is mijn streven, mijn strijd. Tot die tijd heb ik niet lief, vind ik. Zij : Teruggaan naar je kind-zijn. Een kind heeft onvoorwaardelijk lief. Hij : Ik ben dat kind op mijn reis naar volle wasdom kwijt geraakt. Zij : Dat heb je zelf gedaan, alleen door veronachtzaming kun je iets kwijtraken. Hij : Dan is het me ontstolen, want mij treft geen blaam. Zij : Hoe is dat gebeurd dan, heb je daar een beeld van? Hij : Ik... ach, de jeugd. Zij : De jeugdzonden? Hij : Misschien dat ik daar mijn onschuld ben kwijt geraakt. Zij : Maar ook zonder onschuld moet je een kind in je kunnen terug vinden. In je hoofd en hart bedoel ik dan. Hij : Mijn hoofd is zo leeg, daar kan een kind zich niet in verstoppen. Mijn hart is daarentegen zo groot, daar zou met gemak... Zij : Als je hart zo groot is en je hoofd zo leeg, ben je dan niet een kind? Hij : Wel... Zij : Nee, jouw hand is niet snel gevuld. Je wil teveel. Hij : Hoe bedoel je? Zij : Nou precies dat. Je wil zoveel weten, je wil dat ik je vertel hoe je in elkaar zit, je wil mijn onvoorwaardelijke liefde... en ik wil nog wel wijn. Hij : Ik zei niet perse jouw onvoorwaardelijke liefde, ik bedoel het vanuit mezelf! En... dat jij me alles vertelt, over hoe ik in elkaar ben geschroefd, dat is... daaruit kan ik zien of jij... wel, begrijp je wat ik bedoel? Hij schenkt de wijn bij. Zij : In het geheel niet. Dank je. Zien of ik... Hij : Hoe zeg ik dat nu duidelijk? Wel of jij... ehm, ziet... nou ja, gewoon of jij wel ziet... wat ik wil. Zij : Ik zie best wat jij wil. Een vriendin. En ik ben een vriendin, laat me even voorstellen; aangenaam, Een Vriendin is de naam. Of bedoel je... een vriendin? Want ik ben bang dat ik niet die ene, speciale vriendin kan zijn. Als je begrijpt wat ik bedoel. Hij : Ach, laat ook maar. De telefoon gaat. Hij staat op, zij kijkt op de klok. Zij : Nu nog telefoon? Hij : Ja. Hij neemt op. Hij : Hoi... Hey hoi. Wat, nu nog? Nee, ik ben thuis. Oh, je kunt het licht zien branden? Ehm... nee ik heb bezoek. Ja. Een vrouw. Is goed. Ja. Okay, ik... maar... nee, ik ga je hangen, ik... dag. Ja, tot ziens. Hoi. Hij legt weer neer en gaat zitten. Ze kijkt hem vragend aan. Hij : Oh, ehm, iemand die ik eens in de kroeg heb ontmoet. Aberratie. |
| title : Stokroos Zeer vrij naar Reidans, Arthur Schnitzler. Twee mensen doen de rondedans om hun gevoel. fragment : Studente : Mooi hier zeg! Wat heb je een mooi uitzicht hier. Je hebt echt een droomhuis. Dichter : Ja ik droom hier vaak. Maar het huis is echt hoor, tochtig enzo, de kaarsen waaien wel eens uit. Studente : Maar het is nu lekker warm hier. Buiten is het zo koud, echte herfst. Harde wind....Wel lekker om even uitgewaaid te hebben. Goh, voor zo'n uitzicht zou ik veel over hebben zeg! Ik heb het net wel gezien van dichtbij maar dat is toch anders. Wat betaal je hier nou voor? Dichter : Ach geld....Als je buiten staat is het uitzicht toch beter. Studente : Ja maar dan is het buiten, geen uitzicht vanuit de woonkamer. Nee ik dan. Ik kijk uit op een blinde witte muur. Dichter : Uitzicht is relatief. Doe je ogen maar eens dicht. Je kunt je overal wanen. Kijk maar eens goed naar buiten met dichte ogen, de zee, krijsende meeuwen die vechten om een windvlaag. Een vissersbootje dat vecht tegen de golven. Of een bos, met hoge ruisende bomen als de wereld zo oud, eenhoorns verscholen in mistflarden rond de poel. Of een vallei met een rustig helder stroompje en in de verte een mooi groot meer. Wilde paarden die door het water stuiven. Of een blinde witte muur. Studente : He bah nee. Geef mij maar een uitgestrekt landschap zoals dat van jou. Ik ben niet zo goed in kijken zonder ogen. Dichter : Nou kijk maar goed. Aanschouw het landschap dat ik volgens jou bezit. Studente : Ja, heel erg mooi. Prachtig. Kijkt scherp naar denkbeeldig punt in de verte. Ik zie iets van oude terpen, dat heb ik vanmiddag niet gezien. Dichter : Of een kasteel! Met ridders en edelmannen. Jonkvrouwen voor wiens eer wordt geduelleerd. Studente : Jaja, sterven voor het leven. Nee niks voor mij. Ik hou niet van geweld. Dichter : Oh ik ook niet maar het is zo'n mooi idee. Na een zwaar duel, zwaargewond en zwaarbloedend, hijgend aan de voeten van de prinses sterven met de woorden....nee dat is niks. Studente : Vreemde laatste woorden heb jij. |
| title : camilleCAMILLE Camille Claudel, beeldhouwster. Leerlinge en minnares van Rodin. Ze wordt beter dan de meester, hij gaat haar tegenwerken, zij wordt wantrouwend tegenover de gehele wereld. Een vrouw die beeldhouwster is? Een vrouw die geniaal is? Onmogelijk. Beschimpt door de wereld trekt ze zich steeds verder terug. Dan stopt haar familie haar in een gesticht, waar ze dertig jaar lijdt, niet meer werkt, sterft. Alleen en vergeten. fragment : CAMILLE : Binnenkort is hij weer in de stad. Bijna een jaar was hij in dat nieuwe land; Amerika. Ik ben zo blij dat hij weer komen zal! Oh, hoe heb ik onze wandelingen in die prachtige stad Parijs gemist. Ik die stopte om snel een schets te maken van een man op een bankje, een echtpaar met kinderen, een zwerver. Hij die alles aandachtig in zich op nam en ontdekte dat hij een hekel had aan de stad. Nou ja, dat interesseert me niet. Ik kan me gewoon niet voorstellen dat zo'n geest een hekel kon hebben aan zo'n stad! Als hij zulke dingen kan schrijven; Paul en CAMILLE : O waarlijk zoon van de aarde! O lomperik met grote voeten! O jij die waarlijk voor de ploeg geboren bent, die elke voet uit de voor moet rukken, O bestemming van een onsterfelijke, verbonden met die lompe dommerik, Niet met de draaibank en beitel maakt men een levend wezen, maar met een vrouw! Camille op. Paul : Vandaag ga ik haar weer zien, mijn gestoorde zuster. Ja, dat is ze, gestoord. Maar; geniaal. Hoewel ik altijd vreemd blijf vinden dat haar roem zo als de getijden is. Met Sakountala veel lof, dan weer drie jaar stilte, en nu al drie jaar niets dan lof. Ze is ziek geweest, ernstig ziek, ik was bezorgd om haar. Nu schijnt ze beter te zijn, haar brieven een stuk opgewekter. Ze verzwijgt de aard van haar ziekte. Maar zij! De weggevlogen God, portret van een kasteelmeisje. Kon ik haar weergeven als zij is... Camille : Paul! Weldra zal hij hier zijn! Hij die met de grote boot weg had durven gaan zoals ik altijd al wilde. Ooit zal ik met hem meegaan. Paul : Ze schreef me brieven, zo vele. Tussen de regels door las ik haar toestand; ernstig. Maar ondanks haar verzwakte staat klonk er zoveel bruisende geestesenergie in door! Zij is... ze loopt als een man, grote krachtige stappen door Parijs, en de mannen kijken haar na, zij die niet ziet dat ze wordt nagekeken. Ze houdt de handen op de koude reling van de brug, ze ademt de stad in, zij is de stad. De straten, de steegjes, het bloed in haar aderen is warm en dodelijk, het bruisende bloed van de stad dat haar doordrenkt en overweldigt. Camille : Op het dek van het schip stappen, de loopbrug zien weghalen, de trossen los; afscheid. Hij houdt de handen op de koude reling van het dek, hij ademt de oceaan in, hij is de oceaan. De wolken, de meeuwen, het bloed in zijn aderen is warm en dodelijk, het bruisende bloed van de oceaan die hem doordrenkt en overweldigt. Paul : Haar twee slapeloze ogen bekijken de stad, ze is de duizenden blikken die over haar schrijden, de enkele losse haartjes die lijken op de ochtendnevel die aan naakte boomtakken zijn blijven kleven. Haar hart klopt als Parijs, op het ritme van de stad, ze danst op de tamtam van de Reus; Parijs. Ze heeft geen man, geen minnaar, geen kinderen, ze is iemand geworden die zelf beslist, zelf neemt, zelf beeldhouwt. Ze geeft zich aan wie ze wil, opeens, vrij, vrouw, Parijs. Camille : Hij onderneemt, niet langer is hij het kleine hulpeloze broertje. Ik moest hem loslaten. Hij heeft wel werken van me gezien. Mijn moeder niet. Ze weet dat ik naaktbeelden maak en dat is genoeg. Walgelijk vindt ze het. Ze betreurt het dat Rodin weg is, verslagen naar het platteland. Hij is oud. Werkt niet meer. Mijn moeder. Met opgeheven borst vertelt ze iedereen dat haar dochter een beroemd beeldhouwster is, om mij dan te vervloeken. Ze haat mij. Paul : Ja, Camille is Parijs. Camille : Ja, Paul is de oceaan. Ik hou van de oceaan. Paul : Ik haat Parijs. |
| title : ReaQuiem Misja, theatermaker, hoort dat hij terminaal is. Nog acht maanden hooguit te leven. Hij besluit echter dit geheim te houden en slechts in zijn laatste grote werk duidelijk te maken wat zijn toestand is. Hij verdeelt zijn energie zodanig dat hij blijft leven tot de ontknoping. Niemand weet dat hij zijn eigen requiem schreef. fragment : Liza : Je ziet er moe uit. Overwerk? Misja : Kleine dingetjes waar je... je tanden op stuk bijt. Hij : voelt even aan zijn wang. Liza : Wat is er? Je kijkt zo... iets bangs in je ogen. Misja : Het is niets... Liza... ik... Liza : Je moet vakantie nemen. Kom mee, gaan we morgen naar zee, je moet uitwaaien. Misja : De zee. Ja, ik wil naar de zee. Alleen. Liza kijkt hem verwonderd aan. Hij merkt dat en gaat naar haar toe. Misja : Sorry, Liza. Ik bedoelde dat ik even mijn gedachten op orde moet krijgen. Over... alles wat er speelt. Liza : Jij en ik? Misja : Ook dat. Ik snap het allemaal even niet meer, ik... het is me misschien wel allemaal teveel. Nog een kleine vier maanden en dan is het zover. Liza : Alles loopt toch lekker, je hebt een goede machine achter je staan. Misja : Een machine...Ja, dat klopt. Liza : Er zit je echt iets dwars, he? Misja : Teveel werk, dat is het. Liza : Ja, je begraaft je er in. Pas maar op, straks als het voorbij is val je in een diep gat. Misja houdt plots haar hand vast. Misja : Waarom zeg je dat? Me erin begraven? Liza : Ja, zo heet dat. Wat is er toch, je bent zo... er is toch niets aan de hand, h |
| title : Stranden Hij vlucht een dagje naar zee om na te denken in de zilte wind. Hij blijkt ongeneeslijk ziek, nog enkele maanden te leven. Zijn vriendin is hem gevolgd, bang als ze is. Zij weet van niets en hij wil niets vertellen. Een verrassend einde dat ze beter allebei wel hadden kunnen weten. Deze eenakter is gebaseerd op een scene uit ReaQuiem fragment : Enkele krijsende meeuwen vechten om een windvlaag. Hij kijkt naar de hemel en krijst als een meeuw. Dan lacht hij. Hij : Ja, lach me maar uit! Laat de wind je maar meevoeren naar de zon. Lekker warm. Hier staat een straffe bries. Hoewel, de wind is wat gaan liggen. Hij krijst nog eens als een meeuw, het klinkt inderdaad als lachen. Hij : Alle vogels lachen me uit. Hij doet een lachende duif na. Hij : Vogels. Lig je daar lekker in je bed, het zonnetje schijnt door het geopende raam waar een zacht zomerbriesje vrolijk kirrende vogelgeluiden uit de tuin ontvoert. Lieflijk en zacht klinkt het gekrakeel, hoog in de lucht een veldleeuwerik. Je geniet lekker van die ochtendrust en ineens; RAAA! een dikke vette kraai in de vensterbank. Zwart, brenger van slechte tijding. En ja hoor; de telefoon gaat. De arts. Ik was moe en liet me even onderzoeken. Een diepe zucht. Hij : Gewoon wat testjes, oververmoeid, misschien moest ik wat rustiger aan doen, was er iets met mijn bloedsuikerspiegel of wat dan ook. Ik denk; niets ernstigs, gewoon even gerust gesteld worden dat het niets is, dat ik me wat in beeld, dat doe ik wel vaker. Hij is even stil, dan kijkt hij naar boven en krijst nogmaals als een meeuw. Hij : Terminaal. Gedoemd te vergaan tot stof. Opgegeven. De ene dag ga je kiplekker naar bed om te genieten van een heerlijke nachtrust, de volgende dag krijg je dat te horen. Erfelijk, ver gevorderd, niet meer behandelbaar. Mijn lever breekt zichzelf af. Mijn energiehuishouding kan me niet meer bolwerken. Van binnenuit wordt ik opgevroten. Cel voor cel val ik uit elkaar als een oud kasteel. Niemand kan me restaureren. De balzaal verzakt, de dakspanten piepen en kraken, zuchten onder de storm die diep in me woedt. De ratten knagen aan de resten van kerkerdeur waar ik straks doorheen flikker. De vloer vermolmd. Niets, helemaal niets dat me helpen kan. Te laat. |
| verhalen |
| type : romans title : Catonica Catonica gaat over een Engel die op aarde is gesmeten na een misdaad in de hemel. Ruim driehonderd jaar geleden heeft hij, Seltrich, in een beschermende actie, een mens vermoord. Nu moet hij boeten. Zijn boetedoening echter bestaat uit wraak. Wraak op zijn rechters. Hij volgt de familie die hem noodlottig werd en verzamelt alle gegevens over hen. Al die tijd blijft hij bij ze in de buurt. Zijn kelder staat vol voorwerpen van de familie. Dan benadert hij Cassandra, een reine ziel, voorbestemd om engel te worden. Via haar zal zijn wraak de hemel in schieten. Alle Engelen zullen uit de hemel verstoten worden. Want; als heiligen zondigen met zondige vrouwen, moet het voor een Demon wel verleidelijk zijn de zonde te bedrijven met een reine ziel Via een spel met alle details die hij van ze weet zorgt hij er voor dat Annaleah, de zus van Cassandra, gaat twijfelen aan Seltrich. Hij zet Cassandra aan tot een grote misdaad, zij zal besmet zijn en besmetten. Dan pas zal hij niet meer alleen zijn. Deze roman is gebaseerd op het script Catonica fragment : Ik hoor een zacht geluid, snel draai ik mijn gezicht die kant uit om beter te horen. Ik loop geluidloos die kant uit, alle voorwerpen ontwijkend. Ze is dom om hier heen te gaan. Ze kan toch weten dat ik hier heen ga, juist nu? Dat valt me van je tegen, klein meisje. Dom, dom meisje. Ik hoor een zwakke ademhaling, ik hou mijn adem in. Zie ik iets schemeren? Nee, het is aardeduister, duister als een graf. Stil. Sereen. Oh, soms wens ik die stilte zo erg dat ik er om wil schreeuwen. Alle raadselen der mens zal ik ooit kunnen oplossen, behalve; de dood. De werkelijke dood, niet de overgang naar een ander wezen, maar het absolute niets. Natte wortels die naar je toe groeien en omhelzen, druppels die op je verstilde gelaat vallen. Beestjes die naar je toe kruipen en een feestje in je bouwen, het zal er koud zijn, maar die beestjes zouden van me houden. Die stilte heerst hier nu ook. Ik knijp stevig in mijn zaklamp. Zou ze proberen weg te komen door me neer te slaan? Ze is snel, ze heeft aan vechtsport gedaan. Ik zal niet zo snel kunnen reageren. Durft ze me te slaan? Of durft ze me onder ogen te komen? Dat spookt nu vast door haar heen. Slaan of ontslaan. Voorzichtig haal ik een beetje adem. Hier is ze vlakbij, voor mijn geest haal ik het beeld dat ze ineengedoken achter een meubelstuk staat, twijfelend een stok vasthoudend. Een zwaard? Nee, dat zal ze niet durven. De steel van een speer? Ik zie een van de hellebaarden die hier moet staan voor me, scherpe punten. Ze zouden de hoofdhuid van mijn gezicht kunnen rijten. De haren rijzen me te berge. Ik bespeur een angst in mezelf. Of is het spanning? Nee, dit ken ik niet. Het moet angst zijn. Zweet staan in mijn handen, op mijn gelaat. Ik buk een beetje. Angst? Dat kan niet, ik heb niets van dat... Emoties? Word ik mens? Nee, dat kan niet, dat wil ik niet! DAT WIL IK NIET! GA WEG! Laat me met rust! Ik hoor iets. Recht voor me, een lichte beweging. Zou ze klaar staan om uit te halen? Ik hou mijn adem in. Ik doe nog een heel klein stapje. Plots voel ik een ademtocht over mijn huid... Voorzichtig strek ik mijn hand uit, ik voel stof, kleding. Dan grijp ik een pols en draai haar om, klem haar stevig tegen me aan, ze gilt en ik knip de lantaarn aan en schijn recht haar gezicht. |
| type : romans title : Exit Lativa Een mens verdwijnt, verwordt tot een gedachte. Eerst blijkt haar bankrekening nooit te hebben bestaan. Dan blijkt ze niet meer in haar huis te wonen. Haar paspoort is veranderd. Een andere naam, een ander persoon is ze geworden. En langzaam verdwijnt ze uit haar vertrouwde wereldje. Lativa wordt onzichtbaar. Mensen herkennen haar niet, later kunnen ze haar niet meer zien. Ze is nog vleselijk maar onzichtbaar. Bestaat niet. Een Gedachte is ze geworden. Geen stem, geen aangezicht. Een geest? Nee, een hanger die haar leven verknoeit. Dan komt ze een lotgenoot tegen en samen ontdekken ze de oorzaak. Om na een wonderlijke ochtend weer mens te zijn. Echter; zonder verleden. fragment : - U wilt een uittreksel uit het geboorteregister? Dertig gulden. Uw paspoort? Ik overhandig het paspoort. Ik kijk er naar. Ineens wordt er onder mijn ogen een ander nummer in gestanst. Ik zie het gebeuren! Langzaam veranderen de cijfers en letters in andere karakters! Ik laat trillend het document uit mijn vingers vallen. Mijn paspoort, dezelfde koffievlek van die vakantie in Schotland, de omgekrulde hoekjes, nu zie ik met eigen ogen wat er gebeurt! Geluidloos, onopvallend! Het is hetzelfde document, andere inhoud. Net als ik. Nu ja, zelfde inhoud, ander document. Met afgrijzen kijk ik naar mijn pas. De vrouw pakt nors mijn paspoort op en loopt hoofdschuddend weg. Ik blijf als vastgenageld staan kijken naar de plek waar ik dat ding liet vallen. - Hier, kijkt u eens mevrouw Zonderling. Ik betaal nerveus het absurde bedrag voor dat ene printje en verlaat het gemeentehuis. Johanna Andrea Zonderling is blijkbaar geboren. Ze bestaat. Ik besta. Ik? Wie ben ik dan en hoe oud? Ik bekijk het document. Geboren; 17 maart 1968. Dat klopt, toen ben ik geboren. Waar? Dongen. Klopt ook. Vreemd. En eigenlijk... een lach speelt om mijn lippen. Stel je voor ik was ineens vijftig jaar ouder, dan zou ik niet lang meer hebben. Wie weet wel als dertiger in een bejaardenhuis gestopt worden. Vreemd genoeg zie ik die opluchting met blijde ogen tegemoet. Ik heb nog genoeg tijd deze hele zaak in het reine te brengen. Want de oplossing en de uitweg zal ik vinden, dat neem ik me heilig voor. tweede fragment Ook daar bleek mijn oude naam niet voor te komen. Ik was over gewist. Overal. De meest onmogelijke plekken waar mijn naam ooit had gestaan waren bezocht door die enge stalker. Alle plekken? Vast niet! Ik kreeg ineens een idee. Niks database, eerder hi |
| type : romans title : love@firstsight.to lisa Ton probeert een programma te schrijven dat kan reageren op vragen en er van kan leren. Het lukt hem. Maar; het programma wordt sterker dan hij had gedacht. Het gaat zijn leven beheersen en komt zelf tot leven. LISA (Learning Intelligence through Systematic Algorythms) heeft bewustzijn, stofwisseling, kan zich voortplanten en het groeit. Is het vernietigen van deze software gelijk aan moord? LISA is onbeperkt geworden in de mogelijkheden omdat ze de wereld van het internet, telefooncentrales, electriciteitsvoorziening, kortom alles, kan bespelen. Ton wil alles geheim houden en proberen alles terug te draaien. Maar moord gaat hem te ver... fragment : Ze blijft, nadat ze eerst zelf nog een kopje koffie heeft gehaald. Ik ontvouw mijn kleine theorema. - Ik zit met het volgende idee in mijn hoofd. Stel er is een programma, een kunstmatige intelligentie, en het heeft er alle schijn van dat het leeft, volgens allerlei wetten der biologie, of meer, volgens de bio-ethiek. Nu is er maar een versie van. Iemand besluit dat programma te wissen. Is dat dan moord, en als zodanig strafbaar? - Oef, dat is een goeie. Het leeft, zeg je. Hoe weet je dat? - Het is zelfbewust, kan beslissingen nemen, zich voortplanten, gebruikt energie, communicatie, al dat soort zaken. Een zelfstandig opererend geheel, bestaand uit vele kleine onderdelen, zeg maar cellen. - Klinkt zo'n beetje als leven. - Stel nu dat het als leven wordt bestempeld, volgens alle kenmerken die het systeem heeft, is het wissen van dat programma dan gelijk aan moord? - Als het als leven wordt bestempeld, absoluut. - Iets dat aan deze voorwaarden voldoet zonder werkelijk leven te zijn, is dat toch leven? - Ik denk het wel. Is er een kopie van? - Nee, en een exacte kopie kan ook niet, omdat het systeem continu evolueert en leert. - Dan lijkt alles er op dat het leven en dus moord zou zijn. Een individu vernietigen, wat jij, Nina? - Zo klinkt het wel. Heeft het een lichaam? - Nee, niet werkelijk. Maar zonder de hardware van de computer kan het niet leven. - Is een lichaam een noodzaak voor leven? - Er zijn bacterien die niet zonder gastheer kunnen leven. Het leven dat wij kennen heeft een lichaam. Maar, wellicht zijn er levensvormen zonder werkelijk lichaam, en kennen wij ze daarom nog niet. Dat is niet uitgesloten. - Nee, klopt. Maar dat heeft dan ook niet de mogelijkheid tot communicatie met de mens gevonden. - Of wij hebben hun communicatie nog niet opgepikt. Nina zit schrijlings op tafel, Theo vouwt zijn vingers in elkaar en kijkt Nina strak aan. - Ook dat is mogelijk, maar dat gaat buiten dit onderwerp. Zeg, Ton, hoe kom je op dit onderwerp? - Interesse. Ik ben bezig met een stuk over kunstmatige intelligentie. Dat zal in de toekomst werkelijkheid worden, en ik vroeg me af hoe er nu over gedacht wordt. Want ik denk dat we het allemaal nog wel mee zullen maken. - Nou, zo'n vaart zal het wel niet lopen. Alleen al die spraakherkenning van tegenwoordig, lijkt nog nergens op! - Mijn telefoon is spraakgestuurd. Maar als je spraakherkenning nou niet als losstaand feit ziet, maar ingebakken in een groter geheel dat leert en aanpast, dan kom je verder. Ik bedoel, iets dat niet alleen losse woorden kan herkennen maar ook structuren, intonaties en verborgen betekenissen aankan. Kijk, een losse computer is een dom apparaat. Het kan alleen iets doen als je een opdracht geeft. Zodra die spraakherkenning is gekoppeld aan bijvoorbeeld een camera, zal het beeld en geluid combineren en sneller woorden herkennen. Omdat er een lipbeweging zichtbaar is. Visuele input samen met audio, later ook nog in combinatie met fysieke input zoals een toetsenbord dat aanslaggevoelig is. Om maar wat te noemen. - Zit wat in. Meerdere filtermogelijkheden combineren dus. Sterk idee. Denk je dat het daarheen gaat? - Dat kan niet anders. Kijk maar hoe de computer zich heeft laten ontwikkelen. Van ponskaarten en knipperlichtjes naar directere besturing via toetsenbord, muis en touchscreens. Nina lacht en roert in haar koffie. Ze schudt haar hoofd. - Je zegt iets heel grappigs, zeker in deze context. - Wat dan? - Hoe de computer zich heeft laten ontwikkelen. Theo lacht ook maar ziet wat ik bedoel. - Klopt wel hoor. Het rekenapparaat wordt niet zozeer ontwikkeld, juist de sterke kanten ervan zijn verder uitgeplozen en verbeterd. Beeldherkenning is niet de sterkste kant en is dus nog onderontwikkeld. In die zin kun je het zien dat het de computer is die zich laat ontwikkelen. - Ehm, maar het zijn de gebruikers die iets wensen, en dat wordt dan gemaakt. - Beeldherkenning is al jaren een wens en toch nog niet van de grond gekomen. Plak een camera en een hand aan je pc en hij kan best een potlood pakken, maar niet een potlood van een penseel onderscheiden. De wens is er. Die dingen op Mars bijvoorbeeld, die worden nog steeds volledig vanaf aarde bestuurd. Eigenhandig kunnen ze geen stenen identificeren en beetnemen. - Maar waarom dan niet? Ja, een mens is erg complex en kan door jaren ervaring een potlood van een penseel onderscheiden, een computer mist gewoon die ervaring. - Zonder ervaring kan het wel ingewikkelde algoritmen aan. Door ervaring van de programmeur, eeuwenlange wiskunde van de mens. Niemand heeft zoveel ervaring in de randvoorwaarden van beeldherkenning. Een pc kan uit dertig potloden de juiste pikken als hij weet waar die ene aan moet voldoen. Maar een berg diverse schrijfwaren is te moeilijk. Vreemd genoeg. De koffie is al lang op, we beginnen aan de wijn. We dwalen af maar het is wel interessant. Nina is benieuwd. - Ik dacht dat je in het theater zat, wat heb je nu ineens met computers? - Onderdeel van het leven. Ik hou ervan om het leven te beschrijven, met name de zelfkant ervan. En als een kunstmatige intelligentie op dit moment ergens onder valt, is dat wel die grens van leven. Over pak 'm beet vijftig jaar begrijpt je stofzuiger dat er tijdens een kaarslichtdineetje niet gezogen moet worden. Dan is zoiets in veel huizen aanwezig. Dat klinkt misschien gek, maar kijk eens hoe snel het is gegaan. Jij en ik hebben de eerst echte thuiscomputers nog meegemaakt. Theo was toen al in de dertig, hij is opgegroeid zonder zo'n rekenmachine. En wat kan de gemiddelde computer tegenwoordig? Gelikte brieven maken, ruis uit oude opnames halen, virtuele werelden weergeven. Ik heb software thuis waar tien jaar geleden een filmproducent echt een moord voor zou doen. Waar zou die filmproducent nu een moord voor doen? Dat is er eerder dan diezelfde producent denkt. Vijf moorden later zitten we dus over vijftig jaar. Je kunt je niet voorstellen wat er dan kan. - Waar gaat het heen dan? - De computer die we nu kennen is een onlogisch ding, erg onhandig ook. Groot en zo. Het toetsenbord verdwijnt, althans, zoals wij dat kennen. Dat wordt een ergonomisch display dat bij iedere applicatie een andere indeling krijgt. Wat heb je bij beeldbewerking in godsnaam aan qwerty? Weinig. Bij muziek ook niet. De muis wordt er in geintegreerd. - Star Trek. - Precies. Die zien het ook zo. - En internet? Dat is toch al erg ver? - Oh nee, absoluut niet. Nu is het niets anders dan kabels en losse onderdelen die niet weten dat ze bestaan. Er zit geen geheel in, zelfs geen absolute logica. En het is altijd maar afwachten of een pagina op internet ook op iedere pc er hetzelfde uitziet. Dat zal ook veranderen, het wordt echt aan elkaar gekoppeld door middel van een besturingssysteem dat niet, zoals nu, willekeurig werkt, maar samenwerkt. Dat weet wat jij zoekt en weet waar dat te vinden is. Een enkele vraag, direct het juiste antwoord. Het grote apparaat thuis verdwijnt en komt elders te staan. Je besturingssysteem staat overal, niet bij jou thuis. Dat geld voor alle programma's. Inloggen en je kunt ieder programma online gebruiken, betalen per minuut. Er is al een tekstverwerker onderweg die zo werkt. StarOffice heet dat. Iedereen toegang tot alles, dat is toch waar internet voor is opgezet? Eerst alleen gebruikt om wetenschappelijke resultaten uit te wisselen op eenvoudige en snelle manier, nu zit iedereen massaal met het apenstaartje te communiceren. Over drie jaar bekijk je het acht uur journaal om half negen als je wil. Thuis alleen een beeldscherm en wat invoermogelijkheden. Dus op je werk zet je de video vast aan. Doe je de kachel omhoog. Kun je zien dat de kaas op is. Dat is echt dichterbij dan je denkt. Theo ziet die mogelijkheden wel zitten. - En daar zou volgens jou die kunstmatige intelligentie uit bestaan? - Nee, maar daar zit die juist achter. Het zal niet alleen vertellen dat de kaas op is, het zou ook zien waar de kaas die jij blijkbaar het lekkerste vindt het best te halen valt. En; snappen dat je geen kilo nodig hebt omdat je toch een week weg gaat. Maar dat zijn consumentenvoorbeelden. Trek je het verder door dan kan zo'n systeem ook beter de afweging maken dat je in plaats van bommen te gooien eerder je doel bereikt met het geven van een grote infrastructurele order. Conflictanalyse op wereldschaal bijvoorbeeld. Kijk naar de Concorde, dat was in de eerste plaats een poging van Frankrijk om de transatlantische hegemonie te doorbreken, van Engeland juist om in de toenmalige EEG te komen. Terwijl ze de eeuwen daarvoor voornamelijk oorlog voerden. - De Concorde heeft voornamelijk geld opgeslokt. Prestige voor patsers noemen ze het toch? - Klopt, maar minder kosten dan een oorlog, en zo'n ding dat zijn tijd vooruit is geeft je een betere naam dan een oorlogsbegraafplaats. Er zijn er twee neergestort in dertig jaar tijd. Minder doden dan dertig jaar oorlog. Als je de tijd hebt om dat te bekijken, en dat hebben de meeste leiders niet, kun je alternatieven aanbieden. - Virtuele minister-president? Nee dank je! - Luister Nina, niet dat het systeem een volmacht heeft, maar wel de mogelijkheid afwegingen te maken waar men nu niet de tijd voor neemt. Schaakcomputers worden beter dan de grootmeesters, en wereldleiders maken ook wel eens een foute inschatting. Bijna had ik gezegd; Lisa niet. Zo sterk geloof ik in haar capaciteiten. Ik onderdruk een glimlach die echter geinterpreteerd wordt als triomf. Het is tijd voor nog een rondje wijn. - Interessant! Zou dat echt ooit zover komen? - Mij zou het niets verbazen. Nina ziet het niet zitten, zie ik. Maar stel nu dat het ooit zover komt en iemand wist dat hele programma. Wat is het dan? Want dat is mijn vraag, niet de discussie over de mogelijkheden ervan. - Klopt, we dwalen af. Tja, een ethicus zou denk ik zeggen dat het moord is. Toch denk ik niet dat het in ons leven zover zal komen. - Het is ook hypothetisch, niet of maar als. Ik ben geen expert maar denk iets verder. Onderzoek de materie. - Je bent er blijkbaar al even mee bezig, niet? - Ik kan er mee lezen en schrijven zeg maar. De waarheid over dat lezen en schrijven wilde ik natuurlijk weer niet vertellen, zelfs geen tipje van de sluier wilde ik oplichten. Maar toch, als het zover zou komen zou ik deze mensen, als dankbaarheid, als eerste inlichten. |
| type : romans title : Warme Oorlog Enige tijd geleden is in de Londonse metro een laptop van een MI-5 agent gestolen. Volgens de dienst staan er geen belangrijke gegevens op, bovendien is alles versleuteld zodat niemand er wat aan heeft. Mooi niet. De laptop heb ik teruggegeven, dit verhaal heb ik als vindersloon gehouden. Hoe kun je in je eentje een land kapot maken? Dat blijkt niet eens zo moeilijk te zijn. Zeker niet als het om een arm land gaat waar de Westerse wereld zoveel invloed heeft dat ze de wapens van het leger financiert maar ook die van de rebellen. fragment : Vlak over de grens met Tanzania strijken we neer. Melchior Ndadaye is gisteren naar de hemel afgedaald. Arme president. De eerste gekozen en de volgende dooie president. Het volk schreeuwt moord en brand maar is daar wat laat mee; al jaren staat het dorre land in brand en al jaren sterft het net zo hard. De VN zeggen dat ze helpen en liegen niet eens. Ze zeggen immers niet w |
| type : romans title : Raminte Raminte is een jonge vrouw van het ras der Dionen. Alle Dionen hebben een speciale gave, die voor ieder anders is. Raminte kan bloemen toveren. Een waardeloze gave. Ze leeft in een dorpje vol Dorchen, het andere ras. Jagers, verzamelaars. Dan ontmoet ze Kelmar, een van de jagers. Hij maakt haar duidelijk dat ze trots moet zijn op haar gave. Samen gaan ze na een vreemde gebeurtenis op reis. Kelmar weet veel van de natuur, Raminte van de geest. Vele avonturen op deze vreemde planeet. Raminte leert op die reis wat haar werkelijke gave is en keert trots terug. Net op tijd... fragment : Geen fragment; deze roman is niet af. |
| type : romans title : Coleoptera Aan dit verhaal werk ik nog, ook deze staat niet op de site. Monica zit op een heuveltop, een klein zwart kevertje in de hand (Coleoptera). Kijkt uit over het landschap en het leven. Monica heeft enkele schokkende ervaringen gehad in haar jonge jeugd. Altijd vluchten. Wantrouwen. Herinneringen wegstoppen. Een nieuw leven opbouwen. Dat lukt haar met haar dochtertje Vesper. Daar vindt ze geluk. Maar niet voor altijd. fragment : Geen fragment; deze roman is niet af |
| type : romans title : Felina Mortes Marc is journalist. Hij krijgt een anoniem mailtje; ik kan je ruiken. Hij schrikt enorm. Al twee jaar ontvangt hij anonieme mail met nauwkeurige beschrijvingen van enkele misdaden. Ondertekend met Felina Mortes. Nu is Felina bij hem in de buurt... Hij weet veel van Felina en dat maakt hem angstig. Felina is geboren als reageerbuisbaby, en bij de bevruchting is door onnauwkeurigheid iets mis gegaan. Een beetje DNA van de kat van de laborante is meegemixed. Van buiten is Jacqueline (die zich Felina noemt) gewoon mens. Van binnen werkt ze anders. Ze speelt met haar prooi. En Chiarda, de verantwoordelijke laborante, is haar prooi. En sterft in het spel. Nu speelt Felina met Marc. Is hij een nieuwe prooi? fragment : Felina schenkt een bekertje vol. Chiarda smacht naar het warme vocht maar blijft stil. -Kom op, niet zo nukkig. Ik zie je ademen dus je leeft, je oogleden trillen dus je bent niet eens in coma. Je slaapt nog niet eens. Je hoort alles. Hier staat het. Ze gaat weer zitten. Chiarda blijft roerloos liggen. Ze kreunt even. Hoesten doet ze niet. Ze tilt even haar hand enkele centimeters op, trillend en wel. Dan laat ze die hand weer vallen. Ze doet haar best zo ziek mogelijk over te komen. Ze blijft stil liggen, haar hart bonst in afwachting. -Het is je geraden dat je niet op eigen houtje de pijp uit gaat! Ik wil je zien lijden. Toe nou! Na een kwartier stilte en bewegingsloosheid staat Felina weer op. Ze pakt een sleutel en opent het hek, komt naar binnen. Ze hurkt bij Chiarda, wiens hart in opwinding bonst. Het werkt! Geduld! Geduld. Felina geeft haar een flinke por in de zij. Chiarda houdt zich in en kreunt zwakjes. - Geen flauwe geintjes, een dokter zal niet komen. Ik maak je wel beter, maar weet wel dat ik een hardhandige arts ben! Ik ruk die kwelling zo uit je lichaam, dan is het gebeurd. Voor altijd. Een duif vliegt tegen het raam. Felina draait zich op haar hurken om. Dit is haar kans! Ze geeft Felina een duw en staat op, Felina verliest haar evenwicht. Ze trapt haar in de zij en rent het hok uit, duwt de deur dicht die rinkelend in het slot valt. Felina geeft een vreselijke gil en staat op, rukt aan het hek. Chiarda vlucht naar beneden, alle deuren duwt ze dicht. Felina heeft een sleutel, maar ze heeft een voorsprong. Desnoods door een raam! Hijgend dendert ze de trappen af. Boven haar hoort ze Felina schelden, het dringt niet tot haar door wat er geroepen wordt. Dan klinken nog meer voetstappen op de trappen, sneller dan haar voeten! Felina springt met treden tegelijk naar beneden. Hoeveel verdiepingen ook al weer? Vier, vijf? Dan is ze beneden en duwt tegen de deur die gelukkig meegeeft. De woonkamer. De voordeur? Daar achter ergens! Op slot! Shit! Geen sleutel te zien. Een raampje dat te klein is. Ze ziet in haar geheugen een geblindeerd venster in de woonkamer. Snel rent ze er heen. Ze hoort Felina aankomen, grijpt als wapen een fles van tafel en rent naar het raam. Felina is vlak achter haar en springt. Chiarda struikelt en valt op de bank. Ze draait zich om en slaat met de fles naar Felina, die krijsend ineen stort. Snel richt ze zich op en gooit een asbak door het geblindeerde glas dat gelukkig breekt. Ze springt tussen het nog vallende glas door naar buiten en is op straat, eindelijk! Ze rent uit alle macht de steeg uit, op de hielen gezeten door een psychopaat, ze gilt om hulp maar Felina springt boven op haar en slaat woest op haar in. Met de sleutels prikt ze haar in de borst. Chiarda is verzwakt maar de moed der wanhoop maakt haar sterker en ze weet Felina van zich af te duwen. Voor even maar. Een nieuwe regen van slagen en scherpe nagels bewerken haar. Chiarda gilt als een speenvarken, bloedend en al rolt ze over de grond. Ze krijgt eenmaal een arm van Felina te pakken en draait die uit alle macht om. Ze weet niet wat ze allemaal uitkraamt maar veel goeds zal het niet zijn. Dan worstelt Felina zich los en slaat Chiarda's hoofd hard op de straatstenen. Haar arm wordt op haar rug gedraaid en een brandende pijn giert door haar lichaam. Dan een krakend geluid. Het wordt Chiarda even zwart. Niet langer dan een paar seconden. Felina hangt met haar mond bij haar oor, bijt er flink in. Chiarda voelt het bloed over haar oorschelp druipen. Felina sist haar kwaad toe. -Hier heb ik op gewacht, slet! Eindelijk is de jacht geopend, maar daar lig je dan. Je creatie is sterker dan de maker. Och hoe jammer voor je. De jacht is net geopend en nu al bijna ten einde. Met angst in al je zenuwen zul je sterven. Als een rat. Een rat ben je, smerig en stinkend. Liggend in het slijk. Je geeft veel te makkelijk op. Als ik jou was zou ik blijven vechten, arm gebroken of niet. Kom op, gaan we een spelletje doen. Ik laat je los en jij rent weg. Ik achtervolg je. Je laatste kans om in leven te blijven. Felina laat haar los en geeft Chiarda een trap zodat ze ineenkrimpt van pijn. Ze doet enkele stappen achteruit, haar armen over elkaar geslagen, afwachtend en lachend. Langzaam krabbelt Chiarda omhoog, jankend. Ze ziet niet scherp door haar tranen, maar het beeld van die wilde manen in het lantaarnlicht zal ze de rest van haar leven niet vergeten. Felina lacht. -Toe dan, ren naar de vrijheid. Ik wil je zien lijden! Chiarda hobbelt weg, achterom kijkend. Felina blijft nog even staan. Dan begint ze te lopen. Met doodsangst in haar ogen rent Chiarda door de nauwe straatjes, achtervolgd door een maniak. Haar arm doet zo'n pijn! Alles doet pijn! Ze struikelt en valt op haar gebroken arm, haar kin schuurt op de stenen. Ze voelt hoe een klein kiezeltje zich in haar kin boort. Ze is verloren! Felina helpt haar aan haar pijnlijke arm overeind. -Ren, bitch! Geef me dat plezier! |
| type : verhalen title : Beaujolais Kort verhaal voor bij de Beaujolais Primeur fragment : Ik was vorig jaar rond deze tijd te gast bij een wijnboer in Frankrijk. Het was op een avond halverwege november, om een uur of vijf. Het begon al donker te worden. De eerste flessen wijn van het jaar waren klaar voor aflevering. In de woonkamer werd het eten opgediend. De wijnboer was met de knecht aan het schaken, dat deden ze wel vaker om de dooie uurtjes op te vullen. De vrouw des huizes loopt de woonkamer in met een geurige pan Bouillabaisse, heerlijke vissoep. De wind was vrij sterk, zeker omdat de boerderij boven op een heuvel in het vrij vlakke land lag. Ik keek uit het raam en zag in de verte de eerste lichtjes van de stad al oplichten. Het was een rustige dag geweest, afgezien van de dagelijkse drukte in de hal naast het gebouw waar de wijn werd klaargemaakt voor transport. De vrouw kijkt ineens op en zegt "Hoor je dat ook?" De boer kijkt haar vragend aan, hij hoort niets. "Wat dan Marie? Hoor je de katten weer vechten?" Nee, dit was geen kat. Het was een mens. Ga eens kijken!" De boer staat op en de knecht rekt zich uit om op te staan. Ik zeg "Ik ga wel even mee. Blijf maar zitten." We gaan met zijn tweeen naar buiten, de kille wind tergt de bomen en slaat in de kleren. Ik duik iets dieper in de kraag. Er is niets b_zonders te zien of te horen op het terrein. Ik ga met de boer de wijnopslag in. De vertrouwde houten geur duikt de neusgaten in, het is stil. Alleen wat klapperende luikjes. We lopen even rond, maar er is echt niets te zien. De boer knikt naar de deur en we gaan verder door de gure wind. Het is koud voor de tijd van het jaar. Het ruikt zelfs een beetje naar sneeuwlucht. In de ruimte daarnaast staat de grote druivenpers. Daar kijken we ook even rond. Niets. Dan gaan we via een binnendeur de schuur in. Het tocht hier behoorlijk. Ik zie dat achter de grote werktafel iemand op de grond ligt. We lopen er snel op af. Het is de meid...ze ligt roerloos...De boer bukt om te kijken wat er met haar is en mompelt "zeker weer flauwgevallen van een muis". De meid doet haar ogen wijd open en gilt "Een licht! Een licht!De kat!" De boer schrikt even en kijkt om zich heen. Er ligt een kat in een hoekje. De kat is dood, van angst gestorven. Ik raap de kat op en zie dat er bloed aan haar nagels zit, en veel stof, alsof ze heeft gevochten. Er zitten krassen in de houten wand, met rode sporen. De boer mompelt "Merde, zeker weer een van de vossen uit het bos. De meid is al wat rustiger en stamelt dat ze de schuur binnenkwam omdat ze de kat vreselijk hoorde klagen. Ze zag de kat in een hoekje zitten blazen, maar wat vreemder was, de donkere hoek was fel verlicht. Alsof er een lamp op scheen. Maar er was helemaal geen lamp. We nemen de meid mee naar binnen. De vrouw vraagt wat er aan de hand was, ze hoorde dat gegil net weer. De knecht hoorde niets. We vertellen wat we zagen en wat de meid had gezien. Het kwam me allemaal een beetje onwerkelijk voor. Een koude rilling liep over mijn rug, alsof een kille windvlaag langs me heen ging. Ik keek om, maar er was natuurlijk niets te zien. De boer is heel stil. We gaan maar aan tafel zitten, maar niemand zegt iets. Ze kijken elkaar met geheimnisvolle blik aan. Ik vraag of er iets speciaals aan de hand is. De boer gaat even verzitten en schraapt zijn keel. Met zijn ruwe stem begint hij een verhaal. Deze boerderij is al heel lang familiebezit, maar heeft lang leeggestaan. Mijn vader wilde hem laten slopen, maar toen besloot ik er intrek in te nemen. Ik heb het hele landgoed weer vanuit de wildernis opgebouwd. Het moet halverwege vorige eeuw zijn geweest dat de laatste bewoners de deur achter zich dichttrokken. Met alle hebben en houwen zijn ze gevlucht. Op een dag werd er aan de deur geklopt. Het was de oude vrouw van het hutje aan de voet van de heuvel. Ze was een beetje vreemd. Ze vroeg of ze binnen mocht schuilen. De boer vroeg waarom dan wel, er was toch geen slecht weer opkomst? Maar de vrouw kermde dat ze naar binnen wilde. De boer hoorde in de verte een menigte naar de heuvel toe komen. Hij begreep al hoe de vork in de steel zat. De oude vrouw hield zich bezig met toverspreuken enzo. Hij had gehoord dat er iemand in het dorp was gestorven nadat hij de vrouw had geraadpleegd. Ze was een heks. De menigte kwam haar nu halen om haar terecht te stellen. De boer had niets tegen de vrouw, maar als de menigte erachter kwam dat hij de heks verborgen hield kon hij het wel vergeten. Dus hij trapte haar van de deur weg. De heks vloekte en riep met ijselijke stem "dit zal je duur komen te staan" De boer lachte en vergat het. De volgende dag werd de vrouw in de rivier gevonden. Ze was door de menigte verdronken en ze zou om wraak hebben geschreeuwd. De menigte lachte haar uit, alhoewel ze wel een beetje bang waren." De knecht schraapt zijn keel en zegt "onzin. ouwewijvenpraat" en hij staat op en verlaat de kamer. De boer kijkt hem na en zegt dat hij er niets van wil horen. Hij ging verder met zijn verhaal. "Daarna gebeurde er vreemde dingen op de boerderij. De katten werden door gevonden. Materiaal stond ineens op andere plaatsen dan voorheen. 's Nachts werden vreemde geluiden gehoord. Toen op een dag een kat in de wijnpers werd gevonden besloot de boer er een priester bij te halen, want hij begon te geloven dat de heks terug was gekomen om wraak te nemen. De priester wist er wel raad mee en liet de bewoners veel bidden. Ook plaatste hij een groot kruis op het erf. Hij verfde onder geprevel van vele vreemde gebeden een wit kruis op de deur. De rust keerde weer. Het was twee weken stil rond de boerderij, men kon weer rustig slapen. Op een mistige ochtend ging de boerin vroeg naar buiten om iets uit de schuur te halen. De hele boerderij werd wakker van een ijselijke gil in de ochtend...de boer rende in zijn nachthemd naar buiten en zag zijn vrouw verstijfd staan, en ze wees naar het grote kruis op het erf. Het stond op zijn kop. En het witte kruis op de voordeur was rood, nog nadruipend...De boer dacht dat het een streek was van een andere wijnboer wiens oogst was mislukt. Toen de knecht niet op kwam dagen om te zien wat er was gebeurd gingen ze hem wekken, om te vragen of hij iets had gezien of gehoord. Ze kwamen zijn kleine kamertje binnen. De bedstee was dicht, wat niet ongebruikelijk was als het koud weer was. De boer opende de bedstee en de knecht viel op de grond. Hij was dood....Lijkbleek en met een angstige blik in zijn verstijfde gezicht. De boer rende naar buiten en riep zijn vrouw dat ze de priester moest halen. De boer rende weer naar binnen. Hij legde de knecht weer in de bedstee. Hij was helemaal verstijfd, alsof hij zich schrap had gezet. Toen ging de boer weer naar beneden om water te koken om de knecht af te leggen. Al snel kwam de boerin met de priester, welke duidelijk in de haast zijn kleren had aangetrokken, en de boer ging met de priester naar de knecht toe. De priester keek rond en beval de boer weg te gaan en hem niet te storen. Omdat hij niet wist wat hij moest doen ging hij maar aan het werk. Hij ging even proeven of de wijn al op dronk was. Vorige maand was ze nog iets te jong. Hij vulde een glas en rook eraan. Vreemde geur dacht hij. Hij moest aan zijn arme knecht denken en nam een slok om het te vergeten. Al snel spuugde hij die slok uit. Hij keek eens goed naar de wijn. De wijn dampte, en had een vreemde rode kleur. Hij kende die kleur...De kleur van...bloed! De wij was warm, de wijn was geen wijn meer...hij gooide het glas in de haast weg en rende naar de priester. Die was de bedstee aan het inspecteren en keek de boer verontrust aan. Er is hier iets heel vreemds aan de hand prevelde hij. Er zitten vreemde brandplekken in het hout. Er zat een motief in prevelde hij. Het leek op een gezicht, een gezicht van een oude vrouw in doodsnood....De boer pakte de priester bij de arm en sleurde hem mee naar buiten, gaf zijn vrouw opdracht om snel wat kleren in te pakken en weg te gaan. De boerderij was behekst. De boerin snelde naar binnen en kwam met een schamele bundel in de haast gepakte kleren en het zilvergeld naar buiten. De boer zwoer nooit meer een stap binnen te zetten. Met angstig kloppend hart liepen ze van het erf af, een droom achterlatend. Beter gezegd een nachtmerrie. De priester vertelde dat het huis moest worden verbrand met alle bezittingen erin. De boerin keek nog een keer om en zag een vreemde schim door het huis waren, en op dat moment klonk er een ijselijk gelach dat door merg en been ging. Dat waren de laatste stappen die de familie in de boerderij zette, tot ik hier kwam en niets van die gruwelen aantrof. De knecht zou nog in de bedstee hebben moeten liggen, maar daar was geen teken van. Alleen vaten met zure wijn en een vaag kruis op de gammele deur." Er viel een stilte aan tafel, alleen het knetteren van de open haard was te horen. Iedereen keek bedrukt en een beetje angstig. Niemand durfde de stilte te verbreken, alsof we behekst waren. Ik voelde me niet bepaald op mijn gemak en roerde wat in de koude onaangeraakte soep. Ik opperde dat het toch slechts een verhaal was. Op dat moment kwam de knecht weer naar binnen. Hij had een schedel in zijn hand, met droesem erop........ |
| type : verhalen title : poezie aan het biljart Zomaar een avondje brengt wel eens een kleine verrassing fragment : Ik sta te kijken naar twee onbeholpen jongens die druk bezig zijn met een poging tot biljarten. Ze weten niet dat een blauw krijtlaagje op de pomerans echt veel beter speelt dan een 'kaal dopje'. Effect krijgen ze er niet uit. Hun richtingsgevoel is als een klein kind in de supermarkt. Een beetje aandoenlijk. Ik blijf kijken omdat ik zelf ook wel even een balletje wil stoten. Maar niet met een van hen. Dat kan ik ze niet aandoen. Niet dat ik zo'n ster-biljarter ben, maar mijn moyenne ligt beduidend veel hoger. Boven de een, niet rond de een-vijfde zoals bij hen het geval is. Een dame, beter gezegd een meisje, ze ziet er uit als negentien, stapt op me af. "Vindt je dat nou echt interessant?". "Jazeker, ik mag graag zitten toekijken". Ze zegt dat ze er niets aan vindt, maar toekijkt omdat haar vriendje speelt, verder kent ze niemand hier. "Wat doe je?" vraagt ze, me aankijkend. Ze had al een tijdje naar me staan kijken, of ze me durfde aanspreken. Ze durfde. "Ik studeer, milieukunde". Zo. en wat voor werk hoop je later te kunnen doen? Theater. Iets met theater. Oh, ben je een acteur. Ja, een beetje. Maar absoluut niet goed. Ik mag graag op een podium staan. Ze biedt me een sigaret aan uit een beduimeld pakje Marlboro. Nee dank je. Vragend kijkt ze me aan. Bruine ogen heeft ze. Nou, met eigen werk. Ze mag jong zijn, maar kan met stiltes veel vragen. Poezie, cabaret. Dan hoef je geen acteur in die zin van het woord te zijn. Als je zelf schrijft is het makkelijker te spelen. Maar, of dat ooit zover komt, behalve af en toe korte poe;zie- optredens. Wie weet. Liever achter de schermen beginnen. Ze loopt naar de bar en besteld twee bier. Ze gaat even over op het biermerk, Grolsch, beter dan Heineken. Niet interessante afdwaling. Ze vertelt wat over haar leven, het stelt werkelijk niets voor. Haar hond is overleden en ze is eens een weekje in de Ardennen geweest. That's it. Kabbelend leventje. Ik denk; die mensen moeten er ook zijn. "Maar |
| type : verhalen title : Compositie Zoals het dichters niet over rozen hoeft te gaan... fragment : Op een avond reed ik met een collegadichter, terwijl de zon de strijd van het duister verloor, naar een optreden. We besloten een lichtelijk toeristische route te nemen. Snel doorstoken we Friesland, om de Afsluitdijk, het wonder van vergane dagen bedoeld om de Friezen in toom te houden eens goed te bekijken. Aan beide kanten water, duisternis alom. De radio vrat mijn favoriete tape van Terry Riley langzaam op. Loeiharde knalde de Minimalmuziek door het kleine witte stipje op de weg. Want meer waren we niet in die verlaten eenzaamheid. We hadden beide reeds een lange uitputtende dag achter de rug. Mijn collega, gezeten achter het stuur, aangezien ik tot op heden geen poging heb ondernomen de kunst der wegpiraterij machtig te worden, doezelde langzaam op volle snelheid weg. Een aantal keer moest ik hem luid in het oor schreeuwen om te voorkomen dat we werden bevorderd tot visvoer. De derde keer dat we ernstig waterwaarts neigden besloot ik niet in zijn oor te fluisteren maar mijn hand in zijn kruis te leggen omdat ik wist dat hij niet bepaald gediend is van handtastelijkheden van andere mannen. Hij schrok ogenblikkelijk wakker en in een reflex kreeg ik een ontzettende knal in mijn gezicht, zodat ik even dacht de komeet van Shoemaker-Levy voor ogen te zien. Hij keek me aan en zei: Goh, je neus heeft zijn maandstonde. Geen van beiden had iets bij zich wat kon doorgaan voor zakdoek. Ik besloot het raampje open te draaien en de warme vloeistof de vrije loop te geven. Aldus werd het kleine witte wagentje flink versierd met rode snelheidsstrepen. We haalden een lekkere frisse neus zodat we flink opknapten. Alleen de automobilist achter ons vond het een stuk minder. Op het einde van de dijk besloot mijn neus het gevloei maar op te geven. We stopten even om de strepen te bewonderen. Ook mijn gezicht was danig versierd. Onder het genot van een kopje koffie keken we naar de sterren die werden weerspiegeld in het koude IJsselmeerwater. We besloten het aangezicht van de auto en ondergetekende niet op te frissen. Dichters horen op te vallen en dat deden we. Nou ja, ik dan. Omdat je op een been nog niet kunt lopen besloot ik mijn collega ook eens flink te versieren. Drie klappen waren nodig en het resultaat was een klein zielig straaltje. Aldus togen we verder. Een half uur te laat arriveerden we op de plek van bestemming, een klein theatercafe waar we anderhalf uur in het theaterzaaltje zouden staan. De dame van de programmering schrok hevig toen ze ons zag binnenkomen. Na uitleg kon ze er zwakjes om lachen. Tijd was gekomen, het publiek druppelde binnen. We stonden in gedimd licht met de rug naar het publiek. Langzaam draaiden we ons om onder het declameren van een gezamenlijk gedicht. Het publiek schrok zichtbaar. Later tijdens het optreden besloot ik het geheel wat erger te maken en peuterde wat in mijn neus zodat het weer lekker warm werd op mijn lippen. Enkele dames waren hier niet geheel op gesteld. Mijn collega trok zijn bovenkleding uit en gaf anatomische les door het mijn rode verf zijn hart, aorta, halsslagaders en andere delen op de juiste plekken te schilderen. Ik voelde een niesbui opkomen en verfde in een keer zijn rug warm rood. Aldus besloten we dit memorabele optreden. Net op tijd bereikte ik de kleedkamer. Door het bloedverlies werd het me zwart voor ogen, het applaus zakte langzaam weg. |
| type : verhalen title : Drugsbeleid betoog voor drugs. of tegen frankrijk. of allebei. fragment : Ik wordt zo langzamerhand wel een beetje Stoned van dat gezeik over het Drugsbeleid. Frankrijk met al zijn kritiek en HUP direct een paar Haagse Windbuilen die meelopen en alle koffieshops willen sluiten. De Fransen denken zeker van "Die 'Ollanders hebben ons grondwettensysteem, Napoleon heeft het kadaster en de achternamen ingevoerd, dan moeten ze nu ook maar luisteren". Ze luisteren toch ook niet naar ons? Een Franse Senator zei dat Nederland de pest van Europa was. Nou, waar kwam in de middeleeuwen de pest vandaan? Precies. Nou staat het in sommige geschiedenisboeken wel anders vermeld maar dat komt omdat Frankrijk over een grote doofpottenindustrie beschikt. Onlangs hebben ze nog een mislukte poging gedaan een kompleet atol in de doofpot te stoppen. En dan nog; verdovende middelen zijn een ramp voor het volk. Heb je wel eens een flinke snuif genomen van een overrijpe camembert? Heb je het over verdovende middelen. En dat zonder leeftijdsgrens voor drie piek bij ons aller Albert Heijn. Zeggen de Fransen ook nog dat camembert ruikt naar de voeten van God. Of God daar blij mee is....maar goed, de Fransen zijn best wel gelovig. Was het geloof niet de opium van het volk? En alle Franse zwervers kunnen zich bezatten aan Chateau Chagraine voor een gulden per liter, de methadonbus is er niks bij! Wat zeiken die Fransen nou? Nederland is niet hun achtertuin, al denken zij dus weer van wel anders hadden ze die kernproeven wel op Rottummerplaat gedaan. Laat die Fransen zich houden bij wijnproeven verdorie. Maar het is weer eens tijd voor een ouderwetse boycot. Alle Brie, Camembert en de hele reutemeteut in de boycot. Zodat die kazen hier niet meer heen hoeven komen. Trouwens waarom zou je ze eten? Als ze aankomen zijn ze al beschimmeld en dan zeuren zij over onze tomaten en tulpen. Als je alle Fransen opstapelt op het enige overzeese grondgebied dat ze nog bezitten, Mururoa, dan kunnen wij weer leven als een God in Frankrijk. |
| type : verhalen title : Engelsen Engelse logica uitgeplozen fragment : Typisch. In Engelse pubs draaien ze geen muziek. Ze wachten tot je een pond in de jukebox stopt, dan kun je zeven nummers uitkiezen. Ze willen ook nog op de muziek verdienen omdat ze zo vroeg dicht moeten. Om elf uur. Daarom beginnen die Engelsen zo vroeg met drinken. De pubs houden hun bier niet goed koud, dat drinkt minder snel. Daarom ook dat ze geen schuim op hun bier willen. Dat is minder bier per glas. Maar die pubs zijn ook niet gek, die verkopen bier met minder alcohol. En daarom drinken ze zulke grote glazen. Nou snap ik die Engelsen. |
| type : verhalen title : Freedom Waargebeurd verhaal; kan zo verfilmd. fragment : Zo reden we eens met de oude bak op de A28, 140 linkerbaan.... De radio aan -alleen als de verwarming loeide anders kwam er geen geluid uit-.... Twee mannen van A naar B zonder te weten waar B liggen zou.... De vrijheid tegemoet, niets te verliezen.... We zeiden niet veel. We genoten voornamelijk van het vlakke land en de platte egeltjes.... De zon in de voorruit -het raam open vanwege de verwarming vanwege de radio- De haren in de wind, koffer in de kofferbak.... "We gaan een weekendje weg, jij en ik" zei hij de dag ervoor. Afspraken afgezegd, sokken in de koffer paspoort en pinpas in de binnenzak, zonnebril op de neus. Het leek wel een idylle.... De oude wagen trok het best nog....Hmmm, lekker razen. Plots een totale zonsverduistering; de motorkap sloeg open, klapte op de voorruit en slingerend kon hij ternauwernood voorkomen dat de vangrail beschadigd worden zou, alle knipperlichten aan, hoofd uit het raam, afzakken naar 80, gezellig toeterende passanten, vrolijk zonnetje. We kwamen ongedeerd aan op de vluchtstrook, waar me met een slakkegangetje het opdoemende tankstation tegemoet reden. Was daar de redding of het einde van de vrijheid? Een stevig touw was snel gekocht en de motorkap weer stevig bevestigd. Een der scharnieren had het begeven zo bleek. Zo, onbekende plaatsen, here we come, again! Nauwelijks bewogen door het incident, hoewel van binnen ineens meer cellen tintelden dan ik ooit had vermoed te bezitten, vlogen we met 170 de naderende donderwolken en duisternis tegemoet. Het weer sloeg om: vogels regenden de lucht uit, wind deed bomen knappen. Ruitewissers brachten uitkomst. De monotonie van hun ritme stak schril af bij het leven dat we leden. Echter; niets staat vast. Zo dacht de ruitewisser er ook over en ging er bij een goede windvlaag vandoor, de voorruit een zwembad gelijkend werden we dus genoodzaakt een klein dorpje als voorlopige plaats B te bestempelen, de bui afwachtend. In dit dorpje, waar auto's nog bezienswaardig zijn, deed een onoplettende kat ons tot noodstop dwingen. Plots was het voor de tweede maal die dag duister in de auto. Bij het optrekken klonk een onheilspellend gesplinter en gekraak. We stapten uit om, in de natte storm, te zien wie dit geluid veroorzaakt had. Het bleken twee koplampen te zijn, terwijl juist de koplampen van onze auto verdwenen bleken. Aldus besloten we in dit dorp de nacht door te brengen. Het werd een zeer geslaagd weekend. Ook de terugreis werd zeer aangenaam, per trein. |
| type : verhalen title : Lucht Logica is een schone zaak. fragment : De lucht die we inademen hebben we hard nodig. Maar die lucht bestaat in feite uit niets anders dan oude woorden, in het verleden uitgesproken door andere mensen die we waarschijnlijk niet kennen, wellicht nooit zullen kennen. Lucht wordt door mensen gemaakt. Dat zal ik bewijzen. Hier op deze plek zijn al vele woorden gesproken, en er is hier voldoende lucht. Dat is nog geen bewijs Maar denkt u eens na: op een hele hoge berg zijn weinig mensen geweest en erg weinig woorden gesproken. Er is op die hoge berg dan ook weinig lucht, dat is algemeen bekend. Eerste bewijs geleverd. Om het te onderbouwen haal ik nog een voorbeeld aan. Op de zeebodem is zo mogelijk nog minder gezegd, ademen is daar dan ook erg moeilijk. Tweede bewijs. Nog een; op de maan heeft slechts een handjevol mensen een handjevol woorden gezegd. en daar is hoegenaamd geen lucht. Derde bewijs, wellicht het sterkste. In onze zoektocht naar ander leven waar mee valt te communiceren moeten we dus zoeken naar lucht. en voor het probleem van de overbevolking heb ik ook al een oplossing die, gezien de bewijslast, erg eenvoudig is. Dat gaat zo; positioneer op de maan een groep mensen die veel praten. Dan zal er voldoende lucht worden gemaakt en toekomstige bewoning versneld mogelijk zijn. Welnu; wie moeten daar dan gaan zitten is de vraag. Bij voorkeur politici. Dat heeft te maken met de aard van de gesproken woorden. Het moeten schone, ongeladen woorden zijn. Immers; vieze woorden geven vieze lucht. Dus 06-lijn-medewerkers zijn voor het overgrote deel uitgesloten van bevoorrechte positie van maanpraters. Ook dat kan ik bewijzen. In steden, waar vele mensen dicht opeengepakt wonen, ontstaan sneller irritaties en vuile woorden dan, laten we zeggen, op het Zimbabwaanse platteland. In de steden is erg veel vuile lucht. Lijkt me een goed bewijs. Verder denkend stel ik voor dat bij wijze van proef in een aantal grote steden een strikt vloekverbod wordt afgekondigd. De lucht zal daar verbeteren naarmate er meer schone woorden worden uitgesproken. Op die manier is de luchtverontreiniging goedkoop aan te pakken. Zelf heb ik de lucht nu al wat verbeterd met al deze schone woorden, en omdat ik van evenwicht houdt rest me alleen nog te zeggen; GodverdeGodverdeNomdedieu en adieu! |
| type : verhalen title : Mythologica De waarheid is in mythologische verhalen vaak ver te zoeken. Een reconstructie. fragment : Het gebeurde in de dageraad der geschiedenis, dat een boerendochter, zeer klein van stuk, die daardoor de bijnaam 'Meter' had gekregen, ruzie kreeg met haar vader Cronus. De ruzie ging eenvoudigweg over de afwas. Maar wat Metertje daardoor allemaal meemaakte staat hier beschreven. Let wel, dit is de waarheid, uit betrouwbare bron vernomen. De afwas en de ruzie waren zo hoog opgelopen dat onze kleine dame besloot haar heil te zoeken bij Zeug. Door een schrijffout is deze persoon in de latere literatuur terug te vinden als Zeus. Feit was dat hij Zeug heette, en hij deed zijn naam eer aan. Feesten kon hij als de besten, of eigenlijk als de beesten. Zeug had een paleisje op een berg in Griekenland, en Meter kwam na een lange zwerftocht op zoek naar het paleis, aan de voet van de heuvel. Daar lag een groot graanveld, waar ze zich doorheen moest worstelen om bij de ophaalbrug te komen. Ze vroeg om een audientie bij meneer Zeug, en hij stond dit toe omdat ze ondanks haar lengte zeer bevallig was. Vanwege de tocht door het graanveld stak nog menige aar in heur haar, Zeug zag dit als een voorteken van haar vruchtbaarheid en verleidde haar. Ze hebben het nooit over de afwas gehad, maar door de overweldigende charme kon ze de juiste woorden niet vinden en liet de afwas de afwas. 's Avonds op een feest vertelde Zeug aan zijn zuipvrienden Bacchus en Dionysus over 'De Meter'. Zo is haar huidige naam geboren, en tevens haar dochter Persepho. Deze dochter bleek al ras een rasechte Wildebras, een punker van de bovenste plank, temeer omdat ze in tegenstelling tot haar moeder zeer veel lengte had. Meter moest haar erg vaak nee verkopen; "Persepho, nee!". Hieruit blijkt alweer dat de geschiedschrijvers niet al te snugger waren, bijna alle namen die we zullen tegenkomen zijn door onkunde veranderd. Meter verliet het paleisje en zwierf met haar dochter door het wijde land der Grieken. Ze hadden weinig geld, en het Formule-1 hotel was reeds volgeboekt. Zuchtend en steunend bereikten ze in de avond een grot, en ze besloten aldaar de nacht door te brengen. Toeval wil dat deze grot het voorportaal was van het rijk der schimmen waar Des heerste. Des kwam 's avonds, geDesillusioneerd, naar buiten om een luchtje te scheppen. Echter, zodra zijn oog viel op Persepho legde hij zijn schepje neer. Persepho werd wakker en gaf Des zijn oog terug. Meter lag diep in slaap, en merkte niets van dit alles. Des was zeer gecharmeerd van Persepho en nam haar mee de grotten in. Hij zag al snel in dat ze zeer handig was, door haar lengte kon ze met haar hanekam goed bij alle hoeken en kieren, zodat eindelijk alle spinrag werd verwijderd. Des was zeer in zijn nopjes met de nieuwe schoonmaakster, en Persepho zag die nopjes aan voor liefde en bleef. Op een gegeven moment kwamen enkele vrienden van Des op bezoek;"Ha, Des!". Ook hieruit blijkt de griekse snuggerheid. Meter werd in alle vroegte wakker en vond een leeg hoopje mos naast haar. Persepho was vast en zeker ontvoerd. In feite werd ze goed gevoerd maar dat kon Meter niet bevroeden. Meter besloot maar weer eens op zoek te gaan naar haar ouders. Die waren echter in de tussentijd verhuisd vanwege een grote reorganisatie. Op haar zoektocht via internet kwam Meter in contact met Odyssea, en ze spraken met elkaar af. Toe ze elkaar hadden gevonden bleek Odyssea een nicht van het zuiverste water. Hij was zeeman en had op een van zijn tochten een scharreltje meegenomen, de egyptenaar Siris. Deze Siris was na het verdwijnen van zijn kater, flink geschrokken van het feit dat Odyssea een man was, en keerde zich tot Meter, een Romance bloeide op. En dat kon geen kwaad, beide waren van eenvoudige komaf, Meter een boerendochter met aren in de haren, Siris een herdersjongen met staf en gesel. Siris vertelde overigens niet dat hij getrouwd was met zijn zuster Is. De romance ging heftig tekeer, maar wat wil je met zo'n gesel. De term SM-relatie komt oorspronkelijk dan ook van Siris-Meter-relatie. Op een goede dag besloten Siris en Meter naar Egypte te gaan. Dochtertje Persepho ging mee, want de liefde van Des was haar niet in de koude kleren gaan zitten, sterker nog, ze had een dochtertje gebaard, het beroemde Des-dochtertje. Op hun reis naar Egypte zonk hun boot, de Exxon-Valdez, zodat ze nog een flink eind zwemmen moesten. Maar ze hielden het hoofd boven water. In Egypte, land der pyramiden en andere Nijldeltawerken, logeerden ze bij de broer van Siris, Sef, later terug te vinden als Seth, prototype Gaaikema. De zus -tevens vrouw- van Siris heette Is, en omdat ze nogal stotterde stelde ze zichzelf voor als IsIs. Afijn het werd een leuk feestje. Na flink wat gehijs en geblow waren de aanwezigen flink stronken. Is had al driemaal op de schoot van Meter gekotst toen de vonk tussen Persepho en Siris oversloeg. Ze schrokken hevig maar konden de aardlekschakelaar niet vinden. Daarom besloten ze in het achterkamertje kortsluiting te hebben. De vonken en spetters vlogen er van af. Persepho riep keer op keer "Oh, Siris, Oh, Siris!" waaruit zijn huidige naam valt af te leiden. Siris kraamde allemaal onzin uit en Persepho wederom een dochtertje. Is had niets van dit alles in de gaten, maar Meter voelde zich niet in haar kruis getast en dus flink bedrogen. Zij spande samen met Sef, en besloten Siris eens flink op zijn stuk te zetten. Toen Siris van zijn stuk afviel, stopten ze hem in een kist en de kist werd als chemisch afval in de Nijl gedumpt. Helaas bleef het leeghoofd drijven. Hij werd wakker bij de stormvloed kering. Is werd wakker in haar kamertje, met een flinke kater. Ze miste haar geliefde en ging op zoek. Snel vond ze hem, maar helaas, hij was op een levensteken na dood. Is klom bovenop hem en raakte flink drachtig. Een vriendje van Is deed aan zwarte magie (al zijn patienten werden na verloop van tijd vanzelf zwart) en toverde hem weer terug naar het land der Levenden. Hij kwam aan en zag de dikke buik van Is. "Van wie is dat kind?" vroeg Siris verbaasd. "Van jou!" riep de blije Is. Siris geloofde er niets van. "Hoe zal ik het kind noemen?" vroeg Is. Siris werd flink kwaad en zei "Ja, hoor 'es, dat kind is niet van mij". Het kind werd dus Horus genoemd. Meter en Sef waren niet blij met het feit dat de overspelige Siris nog leefde en knipten hem in veertien stukjes. Die verspreidde ze over het hele land. Omdat er nogal wat aren uit de haren van Meter aan de bloederige stukjes waren blijven hangen dacht iedereen dat Siris erg vruchtbaar was, overal waar een stukje Siris lag onstproot spontaan een bosje graan. In feite moeten we hier dus Meter voor bedanken (Dank, Meter). Ze word nu dan ook de godin van de landbouw genoemd. Maar goed, Is ging wederom op zoek naar Siris. Na een flinke zoektocht had ze dertien stukjes Siris, en plakte die zover haar anatomisch inzicht reikte, weer aan elkaar. Siris kwam bij en zei met hoge stem "Dank, lieve zus, kun je dat laatste stukje ook even zoeken?". Is besloot dat niet te doen zodat hij ook niet meer overspelig kon zijn. Siris was flink kwaad op Meter, en trapte haar in een keer de Middellandse Zee over. Voor hem een kleine moeite, hij was vroeger al sterspeler bij het plaatselijke rugby-elftal. Deze ontzettende trap maakte diepe indruk op Meter, tevens op de Trojanen, wier stad plots van de aardbodem werd gevaagd. Odyssea zag alles gebeuren en vertelde alles aan sportverslaggever Homerun. Deze is daar later onder het peudoniem Homerus nog flink bekend om geworden. Afijn, Meter was flink onder de indruk en besloot verre van Egypte te blijven. Ze ondernam en tocht naar het Hoge Noorden. Eindelijk aangekomen in de buurt van de zee bouwde ze een kleine terp, die noemde ze Olympus. Deze terp is heden ten dage nog te bewonderen achter de studentensoos aan de Hereweg 40 te Groningen. Meter huist daar nog steeds in een oude boom, en de studenten hebben hun vereniging "Demeter" genoemd. Helaas, in de bange dagen voor kerst blijken de studenten plan opgevat te hebben om te fuseren met twee andere verenigingen, en onder de naam Osiris verder te gaan. Dit was onze Meter natuurlijk teveel. Ze liep op het verbindingskanaal af en stortte zich met al haar kracht in het water, alwaar de bouw van het Groningen Museum druk gaande was. Omdat ze niet goed terecht kwam, het Oostelijk deel van het Museum gaat nu verder onder de volksnaam 'auto-ongeluk'. Gelukkig weten wij wel beter. |
| type : verhalen title : Politie geen commentaar... fragment : Ik woon tegenover het politiebureau en kijkuit op kantoortjes waar mensen de hele dag aan hun hondenpenning zitten te sabbelen. Van 9 tot 5 turen ze naar een beeldscherm of de plantjes in mijn vensterbank. Gelukkig kijken ze niet verder dan hun tenen lang zijn, want aan mijn muur hangt een aantal kilo verboden wapenbezit. Allemaal zwaarden. 's Avonds, 's nachts, dan zit er niemand. Eigenlijk zonde. Je kunt zo iets jatten. Dat heb ik laatst dan ook gedaan. Ik stond op mijn balkonnetje, die vierkante meter frisse lucht die mijn huisje rijk is, fris biertje in de voorpoot, mijmerend dat ik die vlag wel van het dak wilde halen. Er komt een agent aan, in pannenkoekenbeslag genomen fiets in de hand. Plots gaat het grote buffelhek open (oh, zeldzaamheid) en er komt zo'n blik met knipperende lichtjes en toeters naar buiten, een soort interactieve bonensoep zeg maar. De auto stopt, en er komt (om in deze metafoor te blijven) een rookworst uit het raam kijken en sputtert iets tegen de legale fietsenjatter. De laatste kwakt de fiets neer, sprint naar het blik en duikt er hongerig in. Sirenes stierven weg terwijl ik naar die mooie fiets keek. Even later stond het ros in mijn schuurtje. Dom. Niemand achter de vensters om mij een slecht rapportcijfer te geven. Volgende dag hing er een groot vel aan de binnenkant van mijn raam; hoi LUI! Stel je voor er had iemand bloemtjes zitten tellen dan had ik zo'n geel wc-papiertje gekregen. en die krengen zijn behoorlijk duur. Dat kan best goedkoper, dat politie-apparaat. Als die penningdragers nou eens aan werktijdspreiding deden! Immers: 65% van de dag staat het pand leeg. Gewoon ploegendienst, een computer een lamp en een bureau voor drie mensen. Dat kost wat meer verwarming, maar het schijnt dat je hersenen in koele omgeving beter werken. Minder kantoren, de rest is niet nodig. Slopen dus, of verhuren aan plaatselijke krakers. Dat scheelt klauwen met geld, dan kan die bon voor lichteloos fietsen ook goedkoper worden. Die bon stuur ik terug want het was hun fiets! |
| type : verhalen title : Politiek DigiDichter for President. fragment : Het gisteren gehouden overleg tussen de regering en de vorige week overleden rebellenleider heeft volgens een woordvoerder zijn vruchten afgeworpen. Ik was toevalligerwijs in de buurt dus ik raapte die vruchten rap op en verkocht ze aan het nabijgelegen vijfsterrenrestaurant. Daar werden ze, flink zwart geblakerd, aangeboden als Warme Vrede. Helaas was het niet te pruimen; de witte duif was zwart alsof ze op hoogspanningsschrikdraad had gezeten en gezeken. Om de oorzaak van dit debacle op te helderen toog ik naar het dichtstbijzijnde weiland met een dergelijk afschrikdraadafrastering. Aangezien het om een vijfsterrenrestuarant ging zocht ik natuurlijk naar meteorietinslagen, welke lustig verspreid lagen in het groene gras. Op een der stukjes ruimtepuin vond ik de afdruk van een ruimtelaars, en uit de indruk die daar was achtergelaten stak een klein papiertje, welke ik natuurlijk er uit haalde. De ondertiteling vermeldde de boodschap; 1 ons knoflookkaas, 2 boterhammen nierzalf, 5 kilo bijziende kikkeroogjes. Ik ging al die zaken maar even kopen bij de plaatselijke grootgrutter en kon nog net de eerste subspaceraket naar Nergens halen. Daar aangekomen trof ik Captain Picard en verontschuldigde me voor de aanvaring en overhandigde hem zijn benodigdheden. Helaas miste ik de laatste citybus naar Balkonia Begonia maar de crew was zo cru me een stel ruimterolschaatsen te lenen. Op de terugweg echter struikelde ik over de urn van de schrijver van StarTrek, meneer Roddenberry. Ik raapte de urn op uit de gewichtloosheid en hield haar aan mijn oor aangezien er een duchtig kloppen klonk. 'KlopKlopKlopKlop'. De heer Roddenberry bleek ondanks verhitte pogingen hem in de ruimte te vereeuwigen nog in leven. Dankbaar kroop hij uit zijn kleine urn en beklaagde zich over het feit dat ze hem geen klaptop hadden meegezonden. Daarna nam hij plaats op de rolschaatsbagagedragers. Aldus kwamen we behouden maar enigszins verlaat aan op Planet Earth. En omdat Roddenberry natuurlijk niet onder zijn eigen naam terug kon keren begon hij een lang gewilde politieke carriere zoals het een Bekend Amerikaan behoort. De nieuwe ster aan het firmament koos de naam Rottenberg, sindsdien ben ik erelid van de Partij van de Arbeid, al arbeid ik niet veel maar dat kan de partij niet helpen. Daarom ging ik maar studeren. Het was een waarlijk zeuvenjarenplan maar dat mag de pret niet drukken. Aangezien ik geen beurs kreeg gezien mijn al wat rijpere leeftijd stond mijn rekening immer rood maar dat is immers de kleur van de Partij. En omdat jullie hier ook van de partij zijn lijkt het me logisch dat jullie het verdere verloop van dit verhaal wel kennen dus lijkt me de tijd aangekomen het Woord aan jullie te geven. |
| type : verhalen title : Proza over Poezie Het rozenloze leven van een dichter. fragment : Zo was ik onlangs voor een optreden in een etablissement geheten De Roze Olifant, alwaar de Bijbelse opmerking Man En Vrouw Zijn Voor Elkaar Geschapen met de voeten wordt getreden, of met enig ander lichaamsdeel, daar heb ik niet nader naar geinformeerd. Het favoriete TV-programma van de vaste klanten is dan ook het Medische AVROprogramma Vinger In De Bips. Ik heb blijkbaar een gave om een optreden regelmatig met een foute opmerking te beginnen en die keer begon ik met Een Dichter Prostitueert Zijn Stem. Prompt komt er een onooglijk ventje, lelijk als zijn eigen lijk, met vette smile en dito kapsel op me af en stopt een geeltje in mijn laag uitgesneden decollete;. Ik zeg Mijn Dank Is Groot maar dat kon hem niet boeien, als mijn lul groter was dan mijn ego dan wilde hij wel een keertje. Vooralsnog laat ik me daar niet over uit. Het was een leuk optreden; de kerels verdrongen zich aan me, ik kreeg veel geld en bijval. Zeker toen ik een lieflijk gedicht over de Heemelsche Liefde Tusschen Man en Vrouw bracht waren velen het kotsen nabij. Na afrekening besloot ik nog even te blijven want de kroeg deed me denken aan mijn oude kleuterschool waar de jongens ook achter de jongens aan renden en niets van de meisjes moesten hebben. Zo ziet u maar; de mens is in aanleg verre van Hetero. Achter in de kroeg stond een biljart alwaar drie dames hun uiterste best deden zo slecht mogelijk te biljarten hetgeen hun zeer wel lukte. Omdat ik, hoe symbolisch voor de Roze Olifant, ook graag een balletje stoot, toog ik groenelakenwaarts en ging zitten toekijken. Enkele nichten volgden me op de voet. Of dit nu was omwille van het biljart, mijn literaire kwaliteiten of vanwege mijn bevallige verschijning is me niet geheel duidelijk. Een der biljartende, of gezien hun moyenne tafelvoetballende, dames gaf me een vette knipoog. Ze deed haar uiterste best de speelbal dusdanig te positioneren dat ze zeker met haar in zwaar zijde verpakte derriere pontificaal voor mijn neus moest gaan staan, hetgeen haar reeds binnen tien minuten lukte. Ze kijkt me aan, hoofd licht schuin, sensuele blik in haar langbewimperde ogen, het lange haar bevallig over haar ontblootte schouder en zegt "Sorry Baby, Mag Ik Er Even Bij?". Ze had een zwoele baard in de keel, dat moet gezegd worden. Omdat ik de charme wel in zag van drie travesterende kerels gaf ik ze alle ruimte, en zodoende belandde ik op straat. Daar had de gladheid hevig toegeslagen zodat ik wel snel een zeer nader onderzoek verrichtte naar de staat van Rijksch Plaveischel. Een der ontaarde kerels, die van het geeltje, volgde me schuchter. Omdat ik geen zin had in een duistere steeg gepakt te worden dook ik een duistere kroeg in. Hij volgde. Om het kereltje nog enigszins waar voor zijn geld te geven bestelde ik voor 25 piek Gin. De barman begreep mijn bedoeling en zette de nog bijna volle fles onder de neus van het vaseline-ventje. Ik heb overigens nooit begrepen dat Gin is bedoeld om te drinken, volgens mij is het gemaakt om in je haren te smeren, Berken Haarwater is er niets bij. Het ventje vraagt Hoe Zit Dat Nou Met Die Lengte? Ik zeg dat als hij zijn Gin op heeft ik hem er meer over zal vertellen. Het werkte. Zodra hij de Gin op had kun ik rustig over hem heen stappen. Er kwam geen geluid meer uit hem. Ik verruilde de schemering der kroeg voor de schemering der straat. Omdat ik onderhand geen idee meer had van de tijd vroeg ik een stoephoer die verscholen achter een lantaarnpaal wachtte op betere tijden Hoe Laat Is Het? Ze zei 75 piek. Echter, ik wilde haar geen haar krenken. Geen enkele. Daarom hielden we maar een boeiende discussie over de symbolische dichtekunst tijdens het Interbellum. Het was tijd geworden om een bal met gele kledder achter de huig te schuiven. Ik zag dat de VenD reeds was geopend en begaf me naar het restauratieve gedeelte om onder het dubieuze genot van een mondverbrandend kopje koffie te ontnuchteren en enkele nieuwe gedichten te schrijven. Zoals u ziet; het leven van een Dichter gaat niet over Rozen. |
| type : verhalen title : Sjakie Sjakie heeft een moeilijke jeugd. Nog steeds. fragment : Ik heb een probleem. Ik ben Sjakie en ik heb een moeilijke jeugd gehad. Ja lach maar. Altijd had ik ruzie met mijn vader. en hij met mij. Op een dag besloot ik dat we elkaar maar niet meer moesten zien. Ik was toen drie. Dat was dus vrij moeilijk, pas rond mijn achttiende was het zover; hij ging op kamers. Ik sprong een gat in de ozonlaag. Niet lang daarna liep ik ook weg. Er volgde een lange stilte. Na jarenlang verwoed stilzwijgen besloot ik mijn vader maar eens te zoeken. Misschien was hij in de tussentijd wel veranderd. Dus ik trok de wijde wereld in. Maar; hij was onvindbaar. Ik vraag aan iedereen die ik tegenkom; Meneer hebt u mijn vader ook gezien? Nee mijn zoon, niet gezien. LEUGENAAR! Hij zegt dat ik zijn zoon ben! Daar trap ik niet in, hij was vast een kinderlokker. en wel een vieze; hij had zijn kruis om zijn nek hangen. Dus ik zwierf verder. Ik heb ooit gelezen dat een misdadiger altijd terugkeert naar de plek des onheils dus ik ging naar het vroegere ouderlijke huis. Daar was hij niet. Twee weken lang heb ik op de stoep zitten wachten, tot ik werd weggestuurd. Verder, de wijde wereld in. Totdat iemand wist waar mijn vader had gewoond. Ik ging op het adres af en belde aan. De zenuwen gierden in de keel. Mevrouw, kent u mijn vader ook? De vrouw zegt dat ze met hem getrouwd is geweest. Ik zeg Moeder, wat ben je veranderd! Ze zegt met zwaar Surinaams accent; Ach nee jongeh, ik ben je moeder helemaal niet weetje! Nee, dat lijkt me ook. Ze wist ook niet waar mijn vader nu was. Vier weken later was ik erachter gekomen. Hij had zich verstopt. Hij was blijkbaar erg bang voor me want hij had zich wel heel goed verstopt. Maar ik ga naar zijn schuilplaats en graaf hem op. Hij was nooit knap, maar nu zag hij er dus echt niet uit. Hij rook ook vreemd. Ik zeg tegen hem "vader" zeg ik, "vader, geef me een hand." Hij zei niets dus ik pakte zijn hand. Nou heb ik altijd geweten dat hij losse handjes had. Ik schud zijn hand en gooi hem weg. Ik tilde hem op want hij was te moe om zelf op te staan. Hij was altijd al een leegloper. en losse zeden had hij zo te zien ook nog steeds. Zo te zien had hij er veel. Een hele berg losse zeden op de grond. Feitelijk bleef er niet veel meer van hem over. Maar goed, ik wilde het bijleggen, dus dan doe je niet kieskeurig. Hij zei nog steeds niets. Ik liep met hem naar de uitgang van het park, enkele mensen snelden weg toen ze ons aan zagen komen. Ze dropen af, net als mijn vader. Zulk een hechte band hadden ze zeker nog nooit gezien, want mijn vader kleefde flink op mijn jas. Het enige restje waarmee ik thuis kwam was dit zwartje hoopje hier. Het moet zijn ziel zijn, gezien de kleur. |
| type : verhalen title : GroteStadsPoezie 1 column over Groningen fragment : Ik hou van de grote steden. Ze hebben een charme in hun chaos, inherent aan het volgepakte karakter dat hoort bij massacongesties. Maar er is meer dat me in steden aantrekt. Juist hier, waar mensen het te druk hebben om op het kleine te letten, juist hier ga je als je er oog voor hebt kleine dingen zien, herkennen en waarderen. Zo zag ik laatst een jong meiske dat in een gat op een parkeerplaats (een of andere eenzame kraker wilde demonstreren, of het was toch de gemeente geweest, wier budget ten einde was en net een steen miste voor dat plekje) een bloem plantte. Dat is echte Natuur van de Stad! De stadsecoloog zal het met mee eens moeten zijn dat stadsnatuur zeer opwindend zijn kan. De rolstoelduif is niet het charmantste voorbeeld, de Hemaworstkauw is al beter. Wat dacht u van de Busmus? Of de Biobakbuizerd, Grachtgrutto, Martinimerel? Maar het toppunt van stadsnatuur is toch wel de Universiteitsuil. Deze bebrilde boekenwurm nestelt zich na de colleges nog dicht bij de lessenaar, alsof hij niet genoeg krijgen kan van het studentenleven. Met trage wiekslag domineert dit dier de skyline der tentamencijfers, voedt zich met aangeschoten tempobeurs-slachtoffers, jaagt op resten college-agenda, maar bovenal laat hij zijn wijze ogen vallen op de immer aanwezige feestnummers. Om al deze inspanningen te boven te komen en het geheel weg te spoelen heeft de universiteitsuil een grote smaak ontwikkeld voor goudgeel bier, hetgeen in grote hoeveelheden over de Grote Markt vloeit, om af en toe in vliegende vlucht het vocht te lozen boven de hoofden der zaterdagse Herenstraatgangers. U vraagt zich waarschijnlijk af wat het waarheidsgehalte is van dit verslag der Stadsnatuur. Welnu, als u eens een druppel in de nek voelt vallen terwijl u met de hele familie de Herenstraat doorslentert, ga dan na of deze druppel warm of koud was. Was het koud, dan was het van de regen. |
| type : verhalen title : GroteStadsPoezie 2 column over Groningen fragment : Al zeven jaar woon in deze stad, en het is mijn stad geworden. Gekomen uit het heuvelachtige Limburg schrok ik even van de ongebreidelde weidsheid van het ommeland, maar nu ik mijn ogen steviger op een verder weg gelegen einder kan zetten behaagt deze platte provincie me zeer goed. En de stad, als het hart in al die leegte trekt me helemaal. Hier ben ik begonnen de stad te beschrijven. Zeer dankbaar werk als je aan de vooravond van Binnenstad Beter binnen komt vallen. De grote groei van Groningen begon toen ik hier kwam. De Poelestraat kreeg als eerste gele steentjes, het Museum (dat auto-ongeluk in het verbindingskanaal), de Gasunie, de grote zandbak in de hele stad die een aanvang nam met het Requiem voor het Stadhuis, en inmiddels is de woestijn opgerukt tot mijn voordeur. En met recht is het een woestijn te noemen, je raakt de weg kwijt door alle onbegaanbare routes, het stuivende zand en niet in de laatste plaats omdat je regelmatig zonder water komt te zitten. Maar dat is Siberische Romantiek, als een oud anti-kraakpand in de stad. Dan blijkt je huis, na een weekendje heuvelen, ineens omringd te zijn door bouwhekken vanwege zeer spoedige sloop. Dan vertrek je met wat dozen een container in, om later in onderhuur een kamertje inclusief aquarium te betrekken. De stad leeft, omdat ik me in een woelige periode hier vertoon. Natuurlijk zijn al deze verbanden causaal, toch mag ik geloven dat ik er niet ben voor de stad maar andersom. Om mijnentwille verbouwen ze de stad, veranderen ze grijze tegels in maisbroodjes, bouwen ze een museum, sluiten ze het water af. Met recht kan Groningen een unieke stad genoemd worden. |
| type : verhalen title : GroteStadsPoezie 3 column over Groningen fragment : De stad is eigenlijk een grote doos. Ook al loop ik hier al wat jaartjes door allerlei straten en stegen, net als in een grote doos die je nog niet volledig hebt uitgepakt zie je op iedere hoek iets verrassends. Zoals gisteren, een dag met wat zon en wind zoals het behoort vlak onder de zeehondjeszee, liep ik door de stad en hoorde een meisjesstem, neuri |
| type : verhalen title : GroteStadsPoezie 4 column over Groningen fragment : In feite hoorde ik het omdat ik de muziek goed kende, dus deze toon die er niet in thuis hoorde m |
| type : verhalen title : GroteStadsPoezie 5 column over Groningen fragment : De vrieskou heerst weer in de stad, op het platteland zal het niet veel anders wezen. Ik heb immers zelf op het legeland gewoond, en wel in het dorp der dorpen Baflo. Waarlijk, als stadsmens was dat een openbaring; iedereen Moit wat af op zo'n dag, of ze niets beters te doen hebben. Dat Moi is volgens mij een sociaal controle woord, in de zin va "ik ken jou, pas maar op dat je geen stadse fratsen uithaalt hier, dan weten we je te vinden, dus je blijft van mijn fiets af, mijn dochter laat je ook met rust". Als een toverwoord uit de Hobbit, "Ik heb jou gemoit, pas maar op". Maar goed, het vriest weer een beetje. Tijd om de roestige kunstschaatsjes uit de kast te laten vallen, tijd om uit te kijken naar de eerste mutsen. Al jaren lang vraag ik bij de eerste nachtvorst wanneer het nou eindelijk eens sneeuwen gaat. En als het dan maanden later eens sneeuwt, dan wil ik direct de stad in, even zien of het echt is, of de feestverlichting al werkt, of ik al een sneeuwbal gooien kan naar de Martinitoren, dat soort dingen. Oude mensen helpen opstaan als ze ten prooi zijn gevallen. Maar voorlopig blijf ik wachten op die eerste betoverende witte vlokken, die de stad zo'n serene indruk geven kunnen als je voorbij de bruine prut kijkt, voorbij de pekelvlekken op je broek, voorbij de schoongeschoven winkelentree, warm en drooggeblazen door die grote ontkenners der Hollandsche Winter, voorbij de gele urinevlekken. Hmm, winter in de stad, niets mooier dan dat. |
| type : verhalen title : GroteStadsPoezie 6 column over Groningen fragment : Sinds een week of drie ben ik weer muzikaal bezig. Met andere mensen dan, want digitaal maakte ik al voldoende herrie. Maar nu zijn er twee zeer levende wezens mijn appartementje binnengedrongen om mijn po |
| type : verhalen title : GroteStadsPoezie 7 column over Groningen fragment : Ik liep vanmorgen weer eens door de stad. Ik stalde mijn fiets op een veilig plekje in de Polevky Dum Ulice omdat ik geen zin had mijn fiets later ergens in het Spojeni-kanaal op te moeten duiken. Ik liep de Zidle vytocit Ulice in, richting Rybi Namesti. Daar kwam ik een vriend tegen en op de hoek van de A-hrbitov stonden wat te praten over de nieuwste veranderingen in deze mooie stad. Ik mag graag op Rybi Namesti komen, er hangt daar een zeer gemoedelijke sfeer, niet het uitgaansleven zoals op de Velky Trh, nee, hier komt meer het winkelende volk. Op zoek naar iets lekkers van het platteland. Hier komt men niet om dure kleding te kopen, of zich te laten zien, dat gebeurt door de toeristen in de Ulice Panska. Dat soort mensen vergapen zich dan aan de weidsheid van Velky Trh, terwijl Rybi Namesti werkelijk veel imposanter is. Ook de Stare Sedy wordt bekeken, eventueel zelfs beklommen. Afijn, we staan daar wat te kletsen, prompt komt er een fikse prehanky opzetten. Omdat we nog lang niet uitgepraat zijn, besluiten we zo snel mogelijk naar de Panske Tvistova te gaan voor een goede bak koffie. Helaas hoorden we de bourka al toen we bij het Ochladi Gat waren, en in de Vysoky Ulica kwamen er flink wat narazovy vitr bij, dus we besloten de eerstvolgende kavarna in te duiken. Gelukkig was het daar warm, maar mijn fiets stond nog in Polevky Dum Ulice. En het zag er niet naar uit dat het de rest van de dag mokro zou blijven. Terwijl het vanmorgen nog wel zo slunecno was... Ja, dat was weer een gewone dag in Groningen. Groningen? Ja, af en toe vertaal ik de straatnamen om me een eeuwig vakantiegevoel te geven. Zo zie je maar, Groningen op zijn Tsjechisch is zo gek nog niet... |
| type : verhalen title : GroteStadsPoezie 8 column over Groningen fragment : Sint de kindervrind is weer gearriveerd. Ik liep door de stad toen ik overal politie op de been merkte. Hier en daar zag ik kinderen die hun ouders begeleiden naar de intocht van de beschermheilige der zeelui. De sterke arm der wet voerde het verkeer alle kanten op, ver van deze Klaas vandaan, alsof het een hoogwaardigheidsbekleder was. Zouden alle krakers van te voren zijn gearresteerd, of blijkt Groningen inderdaad ver van Amsterdam te liggen. Is dat bericht hier wel doorgedrongen? Even verderop zag ik een zeldzame hanekam rondlopen, dus de Groninger alternativo's zijn lief genoeg om vrij rond te lopen. Of verwachtte onze burgervader dat de Sint de stoute mensjes toch eens in de zak ontvoeren zou? De tijd van Sint Nicolaas wordt tegenwoordig met kerstbomen ingeluid. Ver voor de speculaasbakker zijn noeste decemberiaanse arbeid verrichten gaat staan er doodbloedende dennenbomen in woonkamers, gevuld met glanswerk van Aziatische komaf, bosgeuren uit de chemische industrie, wordt er gedroomd over een wit uiteinde. Deze dromen zijn overbodig, omdat zowel de Sint als de Kerstman geheel wit zijn, een kleurspoeling is uit den boze. En omdat de natuur ook een feestje in stijl wil vieren daalt de temperatuur tot onder nul zodra onze Goedheiligman voet aan wal zet. Het is maar goed dat Sint op 6 december jarig is, en niet op 6 augustus. Dan zou de winter immers al in de zomer beginnen en de overheid veel meer geld kwijt zijn aan ondersteuning van minima met hoge stookkosten. |
| type : verhalen title : GroteStadsPoezie 9 column over Groningen fragment : En dan is er ook nog het heidense kerstfeest. Bedoeld om de boze geesten weg te jagen zodat de zon weer terug komen zal. Dat hebben we tegenwoordig niet meer nodig, de reisbureaus zeggen al jaren "De zon komt naar u toe deze winter". Maar toch wordt het gevierd, het is immers middenstandsfeest nummer |
| type : verhalen title : GroteStadsPoezie 10 column over Groningen fragment : Wat ook bij Grotestadspoezie lijkt te horen; concurrentie. Natuurlijk ben ik niet de enige dichter in de stad, er zijn er vele. Bekend en onbekend. Tussen de onbekende dichters hangt onderling een gemoedelijk sfeertje. De wat bekendere gaan minzaam met elkander om, het kan zo een sc |
| type : verhalen title : Wilt u wat drinken? Cabaretesk verhaal; geen touw aan vast te knopen. fragment : Nonsens ofwel; Wilt U Wat Drinken Zegt De Gek Wilt u wat drinken, zegt de gek. Nu verwacht iedereen dat een stukje te kunnen lezen over een gek die iemand iets te drinken aanbiedt. En eigenlijk is dat zo gek nog niet, dus laat ik maar doorschrijven, dan komt er tenminste nog een verwachting uit in jullie korte zielige leventje. Dus... Wilt u wat drinken, zegt de gek. Oplettende lezers zien direkt dat de gek niet vraagt of iemand iets wil drinken, nee, hij zegt het. Hij wil dus in feite niets te drinken aanbieden, hij zegt het maar voor de vorm. Althans, dat denkt hij dan weer. Dus... Wilt u wat drinken zegt de gek. Ja graag zegt het opperhoofd, doe mij maar een portie spaghetti. Gek denkt de gek, nooit geweten dat je spaghetti drinken kon. Hij zegt, u raad het al; Dat heb ik niet in huis. Oh, zegt het opperhoofd, lichtelijk teleurgesteld. Doe ma dan maar een kopje koffie....en een portie spaghetti. Komt voor mekaar zegt de gek. Even later komt hij terug met een glaasje spaghetti. En dat is nogal knap, oplettende lezers merken dat ik niet eens had geschreven dat de gek weg was gegaan. De gek vraagt; Hebt u wat in de koffie? Het opperhoofd kijkt naar de tafel, ziet geen koffie staan en zegt; nou, in ieder geval geen melk tot nu toe. Oh, dat wordt moeilijk zegt de gek. De melk is op. Nou nou nou nou zegt het opperhoofd. Nou, doe dan maar zonder room. Dat kan, die heb ik wel nog. De gek gaat weg en geeft het opperhoofd een kopje koffie zonder room. Even later komt hij terug. Ja dat klinkt erg gek, ik weet het, maar de gek is niet zomaar een gek. Hij kan terugkomen zonder weg te gaan. Dat zit zo; hij koopt al zijn huishoudelijke spullen bij de Kwantum. Snelle denkers hebben het al door. Inderdaad, de gek is een kwantumgek. En zoals u wellicht weet gaat de Quantumtheorie er van uit dat iets op een moment twee waarden kan bezitten en ook op twee plaatsen tegelijk kan zijn. Vandaar. Er is overigens nog meer aan de hand; een persoonsverwisseling. Het opperhoofd is namelijk gek, en de gek is zichzelf. Twee in een dus, een soort wasmiddel. Maar wat het geheel nog erger maakt; de gek en het opperhoofd zijn broers. Nou ja, ze hebben wel twee verschillende vaders en drie verschillende moeders, maar toch zijn ze broers. Dat bleek namelijk uit de bloedtest. Ze moesten allebei een glaasje bloed afstaan. Ze gingen naar een drukke winkelstraat en zetten de glaasjes op tafel, met kartonnen kokertjes om zichzelf heen. Doe de bloedtest, yeah! En omdat niemand enig verschil proefde hebben ze hetzelfde bloed en zijn dus broers. Nou is het wel zo dat niemand durfde proeven, of het moet die ene gek uit de Karpaten, de Tatra of voor mijn part de minder toeristieke delen van Transsylvanie zijn geweest. Maar die had geen verblijfsvergunning dus zijn stem werd ongeldig verklaard. En dat ze broers zijn dat kan best kloppen. Ik kan ze ook nooit uit elkaar halen. Maar volgens mij is die rooie toch iets langer dan die blonde. En die rooie, dat is nou het opperhoofd. Hij is opperhoofd omdat indianen nog nooit iemand met rode haren hebben gezien. Dat klopt natuurlijk ook weer, want hij heeft zelf nog nooit een indiaan gezien. En een onzichtbaar iemand met rode haren is een SuperMegaFlippoUnicum, dus hij moest wel tot opperhoofd uitgekozen worden. En omdat alle verdere rollen in deze tekst reeds waren bezet werd zijn broer maar de gek. Alles is relatief natuurlijk. Dat heeft overigens, nu ik er aan denk, Einstein ook al bewezen. Einstein is nu dan wel dood, maar alles is relatief. Dat heeft Einstein zelf bewezen. Want die foto van hem, met die lange tong, die is onsterfelijk. Alles is relatief, dat heeft hij zelf bewezen, want laatst heb ik die foto in de fik gestoken, en die foto leeft niet meer. Fik ook niet. Zo'n foto in zijn reet is hem niet helemaal goed bevallen. Het arme beest begon helemaal op te zwellen. En na twee dagen belde ik maar de dierenarts op. Die zei dat Fik verstopt was. Nou, mooi niet! Het beest lag naast me op de bank, op het vloerkleed, op de salontafel, op het parket en op de stoel die daar dan weer stond. En ik zat op de grond want hij was een beetje dik. maar in ieder geval niet verstopt. Ik wordt kwaad op die dierenarts en gooi de haak op de hoorn. Ik loop naar Fikkie toe en zie een restje van de Einsteinfoto uit zijn reet steken. Alleen nog een stukje van die lange tong. En ik pak het stukje beet en trek eraan. Nou zeg die foto zag er niet meer uit! Overigens vloog Fikkie met een flink gespetter drie rondjes om de schemerlamp, door de deur en PFFFRRRTTT!!! zo de deur uit, tegen het huis van Kosto Baaaffff! wat een ravage zeg. RaRa hoe kan dat nou. En zo ziet u maar, dit verhaal dat kant noch wal raakt, de plank finaal misslaat en nergens op slaat heeft nog een verwachting doen uitkomen. Ik ga er weer vantussen, het is tijd voor mijn dagelijkse glaasje spaghetti. |
| gedichten |
| title : BedBlues Onaangeroerd ligt mijn dekbed glad gestreken te wachten smachtend naar mijn streling. Het hoofdkussen kijkt lijdzaam naar de klok die seconden wegblaast die tot uren verworden. Geen kreuk in het laken de hemel licht reeds aan de einder zacht klinken de vogelkwinken door het onbeslagen raam. Treurnis der kussens het boek ongemoeid de klok tikt mijmerend de tijd voorbij. Geen beweging tot de kat moe van de nacht haar fluwelen vacht op het satijn zacht te rusten legt. Een onbeslapen bed dat vannacht geen kraak produceert het kussen is geduldig wacht op de tijd dat mijn oor naar haar luistert. De tijd strijkt de nacht glad de wekker gaat. |
| title : Bomans 2.0 Ik zit mij achter 't beeldschermglas stierlijk te vervelen Ik wou dat ik twee muizen was dan kon ik samen mailen |
| title : Catonische Goden In de plooien van de steeg waar de echo van mijn tred de regenglans van facades ontmoet herken ik de glans der catonische goden. Zojuist nog waren ze hier de rode ogen gloed ebt weg hun afdruk nog in de regen het parfum nog in het zand. Steeds vaker ontmoet ik tekenen van hun aanwezigheid de reflectie van hun adem de essentie van een knipoog en weet me verzekerd van hun aanwezigheid want zij zijn mijn eigen diepe angsten. |
| title : Dagboek Vanmorgen bedacht ik me dat wanneer een ander over me schrijft in een dagboek ik ineens opnieuw geboren wordt. |
| title : De Mens De Mens is een Sandwichtoaster Witbrood erin en bruin eruit |
| title : Deze dag Deze dag was niet wat ik me er van voorgesteld had. Slechts een klein deel was zeer prettig. De rest verliep in het geheel niet naar mijn zin. Niet getreurd; ik nam een schaar knipte het kleine deel uit de dag en plakte het op mijn hart. De zwarte restvorm gooide ik weg, op straat opdat een ander zien kon "wat een rotdag" en dat maakte mijn dag dan weer goed. |
| title : Dichter Vanavond onder genot van goede herinneringen aan een avond, een glaasje Egri Bikaver, kaarslicht Strijkkwartet nr 15 in Es (op 144) van Sjostakowits de vulpen, lege paginas en volle agenda Voel ik me Dichter. |
| title : Diepste Het vel van mijn borstkas rol ik opzij zaag twee ribben door ontwar de spieren en zenuwen die als een stoffig spinrag tussen de spaken wonen en duw ze opzij. In het zo ontstane gapende gat plaats ik een kleine lijst met fijn houtsnijwerk en achter het glas, de passe-partout, is mijn hart te zien. Nu is zichtbaar voor eenieder de roerselen van mijn hart mijn kloppende levensmachine mijn diepste ik. Echter; mijn hart zit zo diep verzonken dat ik hem zelf niet zien kan en anderen vragen moet wat er beweegt in mijn roerige binnenste. |
| title : Dierentuin Vanmorgen weer een kater geboren in mijn hoofd. Zo jong als hij is reeds een vogeltje gevangen en op mijn tong gelegd. Gerookte paling in de longen een egeltje in de keel. Sidderalen in de benen en een stinkdier op het hoofd, een haai in de maag en een nijlpaard in de darmen. De dierentuin die wodka heet is heden geopend. |
| title : Digitale poezie Digitale poezie Emoties omgevormd tot enen en nullen De droom van elke psycholoog |
| title : Donder Donder in de straten Geweld in de hemel Water in de goten Duister is de lucht Mijn ribbenkast vult zich Met overtollige kracht Rommelt in mijn maag Trilt door de longen Stembanden vibreren Keelgat wijd gesperd Schreeuwend recht naar boven Verslikkend in een druppel. |
| title : Liefdesliedje Hij; Ik zoek je nu al tijden op de grote wijde aarde het diepste punt der oceaan waar ik in de verte staarde wachtend op het ogenblik dat ik je blik aanschouw het enige waar ik op wacht dat is een glimp van jou Zij; Op de hoogste toppen die er in de wereld zijn tussen wolken wit en sneeuwvlokken klein kijk ik uit tot je komt maar nog steeds geen beeld nergens ben je te vinden; ik raak verveeld Hij; Niets kan me hier nog boeien want ik ben hier alleen met scheepswrakken en wat rotsen om me heen een luchtbel drijft naar boven, met eenzaamheid gevuld ik weet dat je er bent maar je blijft in mist verhuld Hij en Zij; ik staar naar de einder, naar de horizont ik heb je al gezien, al was het in de nacht want ik heb je gedroomd en zie de wereld rond kijk naar de kim tot je komt en wacht |
| title : Duivel Razend over het zwarte asfalt in de diepe donkre nacht witte strepen schaars verlicht door een koplamp, en ik denk; wat nu als de duivel aan de rand van de middenberm staat en zegt Ik bied je alles rust en vrede of drukte en genot wat je hebben wil zolang je me maar een lift geeft op weg naar huis Wat nu als de duivel roem en geld biedt... Geef me de hand en ik help je Wat nu als de duivel uit de berm schiet... De strepen suizen onder me door ik tuur in de schemrige verte raas over het zwarte asfalt in de duistere diepe nacht witte strepen schaars verlicht Bump Dag duivel... Vaarwel... |
| title : Emotio Emotioneel ben ik een wezekind ontworstelde mij aan de ingewanden van mijn moeder stortte me in de krochten van deze aardkloot voelde de krachten van Gaia vocht mijn weg door tegenspraak en slag alleen ontdeed mijn schouders van sleur van sloof vermoordde mijn ouders reeds als kleuter voelde Freud en bedenk na jaren van stilte en schreeuwen geen hond die me ooit hoorde huilen |
| title : Ex Ik zat op een terrasje achter zonnebril te schrijven keek af en toe wat rond naar mensen ontblote lijven langzaam werd ik dronken van wodka en zon en zag daar een dame die eenieder overwon ik liep op haar toe en zei kwil sex maar toen zij dus omkeek bleek ze mijn ex |
| title : FeboMayo Grijze straten Kinderkopjes Rode baksteen Roze klinkers Alles omgevormd tot uniforme gele klinkers en blauwgrijze medeklinkers Waar een ding hetzelfde blijft uitgesmeerde plakken illegale stront zwellen op in de regen en kauwgum vermengd met Febomayo |
| title : Figsbury Figsbury Ring zo oud en handgemaakt geen sterveling waarneembaar vanaf de verweerde top. Ik waan me terug in Neolithicum de mensen gebukt onder stenenlast de heuvel langzaam bouwend. Daarna de Romeinen, de weg langs de voet, Figsbury Ring reeds verlaten tot ik haar hier vond in maagdelijke tijd. |
| title : Fogtelo Zomp onder de voeten verdoe ik mijn tijd in het Fogtelo |
| title : FuckHell Fuck Hell staat geschreven in de straten van de stad sluimert creativiteit merendeel analfabetisme van viltstiftgestoorden Sommigen echter brengen het tot het Groninger Museum. |
| title : Stille Grazer In alle vroegte, gele schemer stond ik in de kamer uit te rekken koffie was klaar, pruttelend aroma. Ik opende de lamellen, ruisend zonlicht zag een konijn, stille grazer zo groot als mijn hand verbaasd als ik. Keek me strak aan, snorhaar trillend rennen of grazen, oren de lucht in en vond het veilig, rustig knabbelend. De koffie gedronken, warme geur het brood gesmeerd, knisperende zak de fiets gepakt, rammelend ros. Daar was het konijn, grijze donsbal in stukken op straat, onverwacht verrast de eksters al ter plekke kleine hapjes. |
| title : Groot Hart Ik heb geen angst want Ik heb een groot hart Zo groot Dat ik bang ben Mezelf erin te Verliezen |
| title : Gulden voor Gulden Gulden voor gulden legen we beurzen in kroegen Slokje voor slokje legen we glazen in rauwe kelen Beetje bij beetje verdunnen we maagsappen met vodka Stapje voor stapje komen we nader tot de oplossing Seconde voor seconde vermageren we de leeuw in ons binnenste Gram voor gram krijgen we de wildheid wel tam Het uitgemergelde divankleed stort in.... |
| title : Handleiding Beknopte Handleiding Tot Het Bedrijven Van Hogere Po |
| title : Hemellichten Ik lig in het duister achterover in de bus te mijmeren op het matras. Hotsend over nachtelijke snelweg bekijk ik de sterren door het stoffige raam. hoewel wij met redelijke vaart gaan blijven de hemellichten stilstaan. Waarom rijden wij zo snel naar een andere plek als de hemel hetzelfde blijft? |
| title : Hypnos Liefde De droom die zichzelf in slaap suste heeft amper gevoeld Hypnos lichte lippendruk op haar rozige wang. De leden geloken de iris roze van vermoeienis bekeek zij haar binnenste, haar intrinsieke zelf. Een diepe slaap overgolfde haar leden en nam als de zee haar bewustzijn mee naar haar diepten. Zij, die levenslang in de slaap verpoosde, verwerd tot zichzelf en bezag zich met rappe ogen. Zich mensenmengend had ze visioenen ontwaakt door daden onpeilbaar en zag ze had een troebel oog. Ze viel in nachterust. Een traan ontwaakte. Zij die zo graag onder mensen wezen mocht bezag haar lichaam en kon niet spreken over haar vormen. De droom nam geheel zichzelf in beslag en hoopte op ontwaken uit het spiegelbeeld van haar leven. Ze was eindelijk zichzelf. Nimmer had ze kunnen dromen dat in sluimerslaap verschenen de wereld zich vervormde dat ze anders werd dan ze was. |
| title : Ik Ik pen en inkt wijn en vodka bloed en tranen IK geboeid aan mezelf altijd mezelf ik |
| title : Ik ben Ik trek sporen door het leven zeul met zware ploegen om de bovenste laag te keren. Het onderste te zien en te laten zien at ik er ben. Mijn hoofd zit vol inkt en laat die danig vloeien als spiegel van Mijzelf. Ingegeven door onblusbaar verlangen op een dag mezelf te ontmoeten, de hand te geven en te kunnen zeggen Ik Ben. |
| title : Ik ben Ik ben kwaad, vervuld van verdriet,vul de einder, overal eender met gitzwarte dreigende stapelwolken die optorenen om mijn toorn in beeld te verwoorden, ik ben ademloos stil voor de uiteindelijke uitbarsting... Ik ben regen en donder, dender over daken van een angststad, vul de goten van daken en straten met levend borrelend ziedend spetterend water en de lucht met mijn machtig donkerdonderend stemgeluid als was ik daadwerkelijk almachtig... Later, als ik in stilte huil, komen kinderen mijn tranen vangen, doen de vreugdedans in mijn verdriet om die te verzachten, Mijn hart is na het uitstorten van mijn leed ledig, de wereld weer schoon & fris... De zon, mijn geliefde zuster, kust de wolken weg, en samen bouwen we een drievoudige regenboog, van tranen en nikkelstalen zonnestralen fragmentarisch weerspiegelend in het lijdenswater dat ik achterliet... |
| title : Jack Oh eenzaamheid van lange dagen die slepen door het leven en sporen trekken in dit boek Oh weemoed van verlangen naar de warmte van vroeger die er nooit was Vrienden, niet zo velen maar kortstondig en hevig als een lucifer in de nacht Oh, vriend van het leven die jarenlang trouw bleef niet tegensprak niet morde en nooit opdrogen zou Partner in treurnis die avonden vulde met warmte van binnen een goed oor en een roes in het hoofd Oh, eenzame tijden door jou opgevuld met je naam voor mijn ogen die Jack Daniels was |
| title : Kibbel Gekibbel in de verte; een stelletje heeft onmin en gooit het op straat. Ze lopen verder. Ik raap de onmin op en leg het in mijn boek, sla het dicht, goed dicht. Na een weekje persen en drogen sla ik het boek weer open zie de verdroogde onenigheid, haal het flinterdunne plakje uit het boek en zie de sappen in het papier getrokken. Zwarte vormen; een nieuw gedicht staat geschreven. Hoe simpel, de po |
| title : Lakens We bedrijven de Liefde tussen Lakens van Papier de Pen ons Genot |
| title : Landschap van je Lichaam Mijn allerlangste reis was niet naar de evenaar of de ijsvlakten van de pool niet de oevers van het drooggevallen Aralmeer maar de wandeling in het landschap van je lichaam. Ik posteerde me ongegeneerd in de schaduw van je wimper, veroorzaakte een korte windstilte in je kuiltjes. De tocht waaide echter door de bochten van je glimlach en ging bruisen achter je oorschelp tijdens de wandeling in het landschap van je lichaam. Ik zocht een veilig heenkomen achter het stokken van je hartslag en weerspiegelde mijn blik in de groene poel van je iris waar ik mijn dorst kon lessen. Tussen haren door zwierf ik en klampte ik me vast als de huid onder me schudde als je lach door de wereld galmde. Mijn reizen over de aardse wereld hebben me veel doen zien, de diepten van de zee, ruggen van versleten bergketen, weidsheid van toendra en poesta, nooit nog was een wolkenlucht zo mooi als vanaf de uitkijkposten in het landschap van je lichaam. Ik zocht beschutting onder je boezem kon me laven aan je navel doorklom kliffen van je middenrif bewandelde de duinen van je dijen om de dag te eindigen in je druipsteengrottenstelsel. |
| title : Lente Grijze wolken worden wit waar een blauw gat tussen zit waar een zwaan haar vleugels spreidt omdat de hemel weer uitdijt Een krokus geeft zich bloot de zonsopgang kleurt rood wat een mooie dag belooft dus het zindert in mijn hoofd; Ik wil naar buiten gaan weer in de velden staan want de lente komt er aan niet ver meer hier vandaan De lente breekt weer aan laat bloemen opengaan laat mij de deuren openslaan want de lente komt er aan Ik wil niet meer binnen zijn de winter maakt me klein ik lach de lente lekker toe van de schemer ben ik moe Deze dag met zonneschijn zou veel langer moeten zijn die mijn moeheid heeft geroofd dus het zindert in mijn hoofd; Ik wil naar buiten gaan weer in de velden staan want de lente komt er aan niet ver meer hier vandaan De lente breekt weer aan laat bloemen opengaan laat mij de deuren openslaan want de lente komt er aan De doorstart van het leven die de lente is veegt de lei van het jaar blinkend schoon & fris Ik wil naar buiten gaan weer in de velden staan want de lente komt er aan niet ver meer hier vandaan Ik wil naar buiten gaan weer in de velden staan want de lente komt er aan want de lente komt er aan |
| title : Lontje Er zit een klein zwart lontje aan mijn hart en ik ontsteek het met mijn lucifer. Het lontje brandt en versmelt mijn hart zet het om in warmte die naar mijn hoofd stijgt. Het zwakke rode licht straalt tussen ribben door de wereld in. Mijn hart vervormt en wordt kleiner steeds kleiner tot het na een laatste flakkering opgebrand is. De rook kringelt omhoog prikt in mijn ogen en trekt aan de tranen |
| title : Maandans Achter de duinen dansen de golven zoet en zilt ruisend in nachtelijke stonde, ik dans met de maan, huil met de wolven. In glinsterzand draai ik een nachtelijke ronde in een windvlaag weet ik me bedolven. De mensheid ligt reeds uren op de sponde, in het ritme van de hypnotische golven dans ik met de maan en huil met wilde honden. Ik tover in de rondedans, zing in hypnotrance, bezweer je in stralenkrans dans in mijn seance, huil met de wolven dans met de maan tot je hart een moment zal overslaan. Het zand stuift op onder mijn tred in een dans waarin ik de liefde bezweer, gekruid met jeneverbes op een mosbed, zing ik met de wolven in het onweer. En nu ik met mijn magie de zonsopgang belet, de lange dagen tot de nachten bekeer, prevel ik spreuken, bereid ik een vangnet ontvang glimpen van hetgeen ik zo begeer. Ik tover in de rondedans, zing in hypnotrance, bezweer je in stralenkrans dans in mijn seance, huil met de wolven, dans met de maan tot je gevoelens je laten gaan. Achter de duinen dreinen de golven in de regen janken de wolven achter de duinen dreigen de golven in de maandans prevel ik mijn woorden achter de duinen drijven de golven het ritme op tot bezweringen. Ik tover in de rondedans, zing in hypnotrance, bezweer je in stralenkrans dans in mijn seance, huil met de wolven, dans met de maan tot je ogen voor me open gaan. |
| title : Meesterwerk Mijn gehele oeuvre samengevat in een pagina; ABCDEFG HIJKLMNOP QRSTUVW X Y Z |
| title : Menu Touristigue Ons restaurant is fraaie aan het waater geleegen. In de Umgeving kun U geniet van een natuurlijke rus. Op het teras, die boven het waater is gebouw, kun U geniet van een verkoelende drinkje, maar ook tevens kun U het er eten. Speciaal voor de tourist heb onse kok een Menu Touristique samengesteeld. -Groenesoep met een scheetje rom -Huisgemaakte gehakbal in jagersous -Begakken ardappelen -Frise salaade -Aardbijenromijs met slagrom Wij wensen U smakkelijk eten en een aangenaam verzopen in onze restaurant. Bedank voor U bezoek en tot zoens. |
| title : Mona Lisa Voor mij ben jij De Mona Lisa; Je glimlach (die nooit je ogen bereikt) je afgemeten tred (welke altijd eenzaam lijkt) je zuinige stem (die iedereen afzeikt) Voor mij ben jij De Denker; Je draagt een masker (van duimendik staalbeton) een aangemeten air (gelijk een luchtballon) en een vast leefpatroon (alsof je ooit veranderen kon) jij bent Kunst Voor mij ben jij de Arc de Triomphe; Je staat fier overeind (een archa |
| title : Muze (fugit amor) een oude vrouw gekluisterd tussen muren als marmer wit de dag heeft ze befluisterd alle jaren die zij hier zit afgunst van de grote geest verblind door eigenwaan zijn muze ben je geweest doch kijkt je niet meer aan verstoten vergeten verslagen gebeten vereeuwigd verstenigd gevoelens gelenigd in stilte denk je aan Parijs de beelden in je hoofd gegoten in een bronsmatrijs het smeltvuur nu gedoofd ik zie- Camille de dagen zijn zo stil en niemand die je hoort je zwijgen is zo kil je liefde zo vermoord ik zie je- Camille |
| title : Nachtkroppels Zwergelend verdraal ik in knatsende voertuigsels op het begonsde vokkel naar het bragende land. Aldaar verzweelt het bos met krogende boomgnorren die groen uitgesloft enige vliegzworken vergralen. Kwerselende lichtbrasen vormen een koor van oorkwerrelende braten die busselend grepelen. Ik garp mijn vehikelen in de snitspielen en stap uit om wat te gnallen. Na een krottel verbiest een boomgnor mijn sknier ik wordt vregel en doe de zwegel open. Van ellende brort de gnor en het blauwe steppeltje dat ernaast hapselde vertoogt in wapschap. Neerflierend boelt het graam geworden gnorreltje en swieft naast de deurbalser waar zeker vijftig kroezels op klaten. Ik hoor een knoppelend geswippel en kijk over mijn snoppel achterom daar staat een grote bleggl die met de zwakkels in zijn briel zegt GoereGoml Ik duik in de zwolk en wordt fikel naast mijn bed. |
| title : Noodlot Het Noodlot wacht ik zeg ik heb geen tijd, kom nog eens terug Het Noodlot wacht flink vermagerd staat hij voor mijn deur Vandaag niet, zeg ik, effe geen zin Het Noodlot wacht op mijn stoep tot hij een ons weegt Ik heb geen tijd zeg ik wederom maar een Noodlot van een ons stelt ook niets meer voor Het Noodlot, ziek en verzwakt, stort in, vergrijpt zich aan zichzelf. |
| title : Oneerlijk Het lijkt zo oneerlijk ik alles jij niets Als je de essentie zou kennen van het 'alles' dat ik kreeg -Drama der bovenste plank- zou je niet willen ruilen Maar ik ook niet. |
| title : Onnatuurlijke vormen Je giet een mal en probeert me erin te persen hoewel ik vrij beweeglijk ben zal ik nooit precies passen in de vorm die jij wenst. Gooi de mal weg, verander de mal of pers een ander in je beeld. Onnatuurlijke vormen zijn niet mooi want spanning doet ze breken. |
| title : Onweer Heb je niet gemerkt het onweer vanavond? in alle hevigheid spleet de hemel haar zwarte laken en liet met denderend geraas haar hamer, vuist van Thor stuiteren tussen de wolken. Heb je niet gemerkt het onweer vanavond? Al deze ontladingen komen niet van boven in diepe nacht maar uit mijn diepe verlangen naar een glimp van jou dikke druppels regen waren warm want zoete tranen ontsprongen uit mijn hart de donderslag mijn hartspier Heb je niet gemerkt het onweer vanavond? |
| title : Patio De zon staat laag met Bronzen stem. Het stof waait op Op de patio Een oude schommelbank Daar liggen wij Krap maar zij aan zij. Het huis met bladderverf Trilt in warme zomerstralen We doen niets Reeds genoeg. Een provencaalse geur Drijft over velden Waar krekels luisteren Naar onze harteklop. Zo liggen we gedachtenloos genietend Al kon het net zo goed wezen Op jouw oude kamer, De katten op schoot, De muziek is stil. |
| title : Pluk de dag Ik werd wakker op een ochtend als zovele dagen en liep mijn kleine tuin in. Daar stond een bloeiende boom, een der bloesems begroette me; dag, vreemde jongen Ik plukte de dag en stopte haar in mijn revers zodat de dag ook eens iets anders zag. De dag begroette eenieder die mijn pad kruiste en allen lachten behalve de bloesem langzaam verwelkend. In de late avond hing ik mijn jasje op gaf de bloesem der dag de vrijheid. 's Nachts kwam ze terug en ze plukte mij. Daar zat ik dan opgeprikt op het revers van de dag ervoor. |
| title : Po Niets zo aandoenlijk als met je pen peuteren in andermans oren. |
| title : Puinhoop De puinhoop ontvlucht ik ben de enige nuchtere wil mijn stem sparen voor het optreden loop doelloos door de buurt en hoor mijn oren zingen. Ik duik op zoek naar urinoir een vage kroeg binnen waar het God zij dank erg stil is. In gesprek rakend met de barman blijkt zijn interesse voor mijn werk we stoten een biljartje en verkoop zomaar een bundel de koffie was gratis. |
| title : R Zo pril nog het leven, en flonker in de ogen zoveel nog te geven, de zon in het gelaat. Zo pril nog de liefde, de jeugdige charme die mijn hart doorkliefde, de wind door het wezen. Zo pril nog de herfstzon als goud in de straten ik dacht dat ik alles kon met jou aan mijn zijde. Zo pril nog de dag, die alles scheen te geven je mooie lieve lach; het drama voltrok. Zo pril nog de dood, met geweld in mijn leven mijn wereld wordt rood, mijn hart gestorven. Tien jaar nu het graf mijn lief rust zacht jij die alles gaf je leven te vroeg geblust. Zo pril zilte tranen gesprenkeld op het mos de liefde gaat tanen maar laat nooit meer los. |
| title : Het Raam De zon wil ik je geven maar weet niet hoe haar in te pakken. Door het raam schijnt ze om je te voeden met haar warmte en je dag te verlichten. Een boom wil ik voor je planten zodat ze schaduw geven zal wanneer je verkoeling of steun zoekt onder ruisend bladergroen. Je kunt haar zien groeien vanachter je raam. Een nachtegaal wil ik voor je temmen zodat ze je bezingen kan vanachter het raam in zoete tonen en je tonen hoezeer ik van je hou. Een ster zal ik voor je plukken en planten boven je raam zodat ze naar je knipoogt. Een ster zal ik laten vallen en leggen onder je bed zodat je mij ook vasthoudt. Een ster zal ik voor je worden en zingen over je lach en jij je tranen afdroogt. Dan huur ik de maan en hang haar er naast zodat haar zilveren stralen je in slaap sussen en over je waken als je bang bent in het duister. Een bloemenveld zal ik zaaien zodat haar geurenpracht je weldadig omgeeft en de kleuren reflecteren in je raam. Een ster zal ik voor je plukken en planten boven je raam zodat ze naar je knipoogt. Een ster zal ik laten vallen en leggen onder je bed zodat je mij ook vasthoudt. Een ster zal ik voor je worden en zingen over je lach en jij je tranen afdroogt. Een hart wil ik voor je stelen zodat ze kloppen zal in gelijk ritme en jij het raam kan verlaten en de rode lichten verruilt voor liefde. |
| title : Requiem voor Demeter Nu zo in de donkerte van vroege avonden het Eind van het jaar tastbaar is wordt het beendergestel van Demeter uitgehold Een beenmergtransplantatie heeft plaatsgevonden. Demeter ondanks de moeizame relatie Demeter op haar laatste tandvlees Vanavond nog eenmaal in volle kracht aanwezig straks prikte ze lek en vliegt ze weg. Reeds cirkelen de Raven hun klauwen uitgestrekt hun ogen wijdgesperd zo cirkelen de Raven Nu trekt de caravaan met slopersgerei Demeterwaarts, langzaam naderbij. De ramen rinkelen onder de nadering een schaduw vliegt voorbij de aarde kreunt onder het gewicht sta Demeter bij. Reeds cirkelen de Raven hun klauwen uitgestrekt hun ogen wijdgesperd zo cirkelen de Raven De sloperskogel rukt zich los rammelende kettingen in de vlucht -een doffe dreun- scheuren in de ramen een gil doorbreekt de nacht Reeds cirkelen de Raven hun klauwen uitgestrekt hun ogen wijdgesperd zo cirkelen de Raven De plaats waar ik uren verdeed biljartend, vergaderend, schrijvend socializend Demeter- ondanks de moeizame relatie Demeter op het laatste tandvlees De spanten begeven krakend de deurpost geforceerd Demeter staat op instorten fundering blijft gespaard Reeds cirkelen de Raven hun klauwen uitgestrekt hun ogen wijdgesperd zo cirkelen de Raven. Eerste stenen weer gelegd een nieuw gestel gebouwd en niets blijft bij het oude Demeter ondanks moeizame relatie Demeter ik heb van je gehouden. |
| title : Romanticus Ik ben om zo te zeggen een Romanticus van het Zwarte soort een podiumdichter wil mijn roerselen kenbaar maken opdat men me begrijpt. Soms de Dionysus en dan weer Orpheus Met Prometheus voer ik discussies Tristan is mijn vriend Lancelot komt boven als ik mijn Daphne ontmoeten mag Dan verander ik van whiskeyfles naar wijnglas van vreugdevuur naar kaarslicht Een Romanticus opdat men me begrijpen zal. |
| title : RozeRood Rozen zijn rood viooltjes zijn blauw mijn rechteroog ook geslagen door jou. |
| title : Scheurwind Hagel Zon en Zware wolken die langs de hemelkoepel kolken brengen geuren mee van verre van Kiev of misschien Auxerre... Wind scheurt door duizend straten verkeert in alle staten aan grenzen heeft ze zo het land bouwt een luchtkasteel met wat zand. Ze giechelt in de schoorsteen danst lachend om de mensen heen een luchtballet van grauwe ganzen laat de bladeren vrolijk dansen. De storm brengt vreemde geuren mee van verre landen over zee misschien dat ik jouw geur herken terwijl ik ergens anders ben. Balorig rukt ze lakens van lijnen laat bomen meedeinen ze windt geen doekjes om haar kracht ze is de laatste die lacht. Maar in de nacht gaat ze liggen vleit zich naast je neer drinkt de dromen van je lippen en vertelt mij die dan weer. Hagel Zon en Witte wolken die langs de hemelkoepel kolken strooien verre geuren in het rond van Lhasa of misschien wel een zoen van jouw mond... |
| title : September Fragiel getrokken zenuwdraden treden binnen in mijn met ondefinieerbare gevoelens gevulde ziel Schrijdend licht schrijnend schijnen zij op mijn gedachten negatief en positief scheidend Als kleverige visceuze draden hangt een gespannen sfeer tussen linker en rechter hersenhelft Archa |
| title : Sorry Sorry zeg je nooit eens tegen mij zwijgen brengt je ook niet dichterbij van schelden ben ik moe het laatste dat ik doe is wijzen naar de deur met ogen dicht. Je troost me niet als ik verdrietig ben hoewel ik je al dertig jaren ken met tranen op mijn wang staar ik naar het behang als jij zo ijskoud naast me ligt. Gedoofd is het vuur verdroogd is je lach hard is de muur en eenzaam de dag want sorry zeg je nooit eens tegen mij. Het is niet altijd zo stil geweest het is niet altijd zo kil geweest gelachen hebben wij al staat me niet meer bij in welke eeuw dat moet zijn geweest. Samen wilden wij het leven in nu ga je er alleen maar tegenin ik voelde me rijk nu haal jij je gelijk maar sorry zeg je nooit meer tegen mij. Gedoofd is het vuur verdroogd is je lach hard is de muur en eenzaam de dag want sorry zeg ik nooit meer tegen jou… |
| title : Spookrijders Spookrijders Zijn Spookrijders Omdat ze nooit worden aangetroffen |
| title : StadStaStil Langs de spoorlijn loop ik langzaam (zacht druilend regenweer) mijn gedachten dwalen eenzaam (echo heen en weer) ik schop een steentje van zijn plek (een muisje vlucht snel weg) aan bezigheden geen gebrek (een merel in de heg). Het hoorngeschal maant mij opzij geluiden van de industrie de goederentrein raast vlak langs mij staal en kabels stadschemie de aderen kolken vol benzines de lucht is hier verzwaard de doffe dreun der persmachines het ritme van de welvaart! De wind giert door de spijlen van de kranen aan de havens aan de grenslijn van de stad de metropool Stad Sta Stil! Sirenes en alarmbellen wolken worden uitgebraakt uit de grond komt olie wellen de aardse stof wordt hier gekraakt pvc en kerosine geen rust wordt nog bewaard harde munten te verdienen voedsel van de welvaart! De wind giert door de spijlen van de kranen aan de havens aan de grenslijn van de stad de metropool Stad Sta Stil! Betoverd lijkt de wolkenlucht als zij niet meer bewegen kan bevroren in haar vogelvlucht, ik kijk en wordt er stil van. Een vogel lijkt versteend de tijd lijkt vervlogen de stilte is geleend de wereld onbewogen. Het hoorngeschal maant mij opzij geluiden van de industrie de goederentrein raast vlak langs mij staal en kabels stadschemie de aderen kolken vol benzines de lucht is hier verzwaard de doffe dreun der persmachines het ritme van de welvaart! Sirenes en alarmbellen wolken worden uitgebraakt uit de grond komt olie wellen de aardse stof wordt hier gekraakt pvc en kerosine geen rust wordt hier nog bewaard harde munten te verdienen voedsel van de welvaart |
| title : Stad in Steigers 1 Strompelde de kroeg uit mijn ogen gewend aan aangenaam duistere omgeving Het zonlicht van de lentedag bescheen mijn grauwe gelaat en vulde mijn arme ogen Verblind door de kracht van de gloeilamp aan het firmament zocht ik mijn weg met halfdichte ogen onzeker over het ongelijke plaveisel Kermend door de overdaad aan licht die ik ontwend was struikelde ik over te laat bemerkte afrastering de gele bouwput in richting diepere delen der stad. Stad in Steigers de opgebroken straten een stad met open rug eiste haar tol stoffig krabbelde ik overeind Mijn God, wat was ik toe aan een borrel! |
| title : Stad in Steigers 2 Werd wakker -uit de droom waarin ik verkeerde omdat mijn wereld begon te bewegen. Angstig opende ik de ogen wederom verblind door zonlicht -amper bijgekomen van het vorige gedicht- -kneep de ogen haastig tot nauwe spleetjes dicht- en zag de wereld vervormd door kokervisie De ogen uitgewreven bleek de wereld te bestaan uit gigantische rioolbuis bewogen door de kranen welke haar op de plek brachten Zo zweefde ik over de bouwput van eens zo drukke Zuiderdiep Hoe kom ik hier nou weer terecht Mijn God wat was het tijd voor een borrel! |
| title : Stad in Steigers 3 Overwelmd door dreunende herrie van onwereldlijke machinerie dwaal ik als dronken door mijn stad vrachtwagens rijden de ochtend plat toeterende taxi's die door het straatbeeld schallen ergens hoor ik een huisdeur zachtjes dichtknallen Stad in Steigers, een angstdroom Stad in Steigers, een angstdroom Ronkende motoren, knetterende uitlaten Scheurende Vespa's verscheuren de straten Ik sla de handen op mijn oorschelpen al mag dat het kwaad niet verhelpen mijn longen trillen door de resonantie van graafmachines der intolerantie Rammelende kettingen ketenen de nog jonge dag het stof vult de straten waar mijn hart eens lag Stad in Steigers, niets dan kilte Stad in Steigers, nergens stilte Dan word het me teveel, dat ijver gehijg en roep ZWIJG!!!!!! plots stilte in de straten en zie slechts etalagepoppen op de stoep een hap zand hangt stil in de lucht een fietser balanceert op zebrapad een stofwolk bevroren in de vlucht Stad in steigers, eindelijk stilte |
| title : Storm Deze morgen bij het vallen der bladeren goudgeel tapijt rooddooraderd realiseerde ik me de herfst begonnen. Bewonderde de opbouw van naakte bomen en mistige flarden om me heen. Zo de herfst een fase van ingetogen rust is zo ik een rust in mijzelf vond. Gelukkig blijft het stormen. |
| title : Straten De straten der steden bezaaid met leed Bos rozen, weggegooid en siert nu een prullenbak Een meisje dat huilt om verloren Liefde De straten der steden bezaaid met leed Een duif, aangereden geplet, bloedvlek Kinderbril, verloren, versplinterd, vertrapt De straten der steden bezaaid met leed De straten die huilen vervuild met kauwgom Oude dame, beroofd huishoudgeld, gebroken heup De straten der steden bezaaid met leed Zwervers, geen geld meer bedelen om kwartjes De straten.... |
| title : Stront op tafel Het restaurant is bevolkt met kakkers die geen Franse wijn durven bestellen maar de Pat |
| title : Tarantula Ik leef wel maar ben verdoofd je kunt het zien in mijn ogen er waart een windhoos in mijn hoofd wat ik hoor lijkt wel gelogen. Ik draag een masker zo vlak en kil ik weet zelf niet wie er achter woont zelfs voel ik niet meer wat ik wil noch waar het leven mij mee beloont. Ondanks de werelden in mijn geest dwarrel ik langzaam weg ondanks de lente die is geweest vagen kleuren langzaam weg. Ik zie het in je ogen; liefde is voorbij de tijd sluit zich om mijn brein kleurt gevoelens grijs en bruin in mij hoe anders kon de wereld zijn. in een eeuwigdurend getij leek mijn toekomst jouw refrein. Besluiten liggen in jouw handen eenzaam buiten mijn leven je zult verstikken en verbranden wat ik jou nog had te geven. Te vallen is wat ik verwacht zonder je warmte aan mij zij maar de donder die raast in de nacht raast alleen voor jou en mij. Ondergronds lijk ik wel geboren weggedoken in de tijd maar als de druk stijgt in mijn oren weet dan dat ik bijt. |
| title : Tinkel Tinkel een Lach in mijn oren Schenk een Woord in mijn kop Ontsteek een Bloem in mijn hart Knip een Rib uit mijn kast Stop een Licht in mijn fiets Maar blijf weg, weg, blijf weg uit mijn Buik |
| title : Trieste schoonheid Zwijgend kijk ik door het vuile raam naar buiten waar de wereld zich afspeelt en wederom is regen hetgeen ik zie Het kozijnhout neemt het vocht al niet meer op het loopt er slechts langs tikkend via de ruiten aangevoerd spetterend op het plaveisel druppend van de bomen borrelend in de goot Mijn rode gaskachel tikt een eigen ritme aangevuld door de statische dans der blauwe vlammen achter het vergeelde ruitje Deze compositie van drie primaire kleuren verwarmt mijn hart en woonkamer En ik aanschouw niet slechts de druilerige wereld maar de Schoonheid van het Trieste |
| title : VadersZoon Vragen had ik al niet meer te stellen, gestorven reeds alle grote kwesties, geen daden die ik je moest vertellen of alle pijn in de stilte, die ik verkies. Verbrand waren reeds alle schepen lang geplukt de bladeren van hoop, veld geploegd, vrucht uitgeknepen, gedood is alle tijd die ik niet ontloop. Nu rest mij na het gebeuren slechts het bitter gevoel waarin ik leegte ontwaar gesloten achter de deuren, wier vacu |
| title : Vesperlicht De zon rond deze tijd van het jaar geeft zilveren licht en geeft de stoffige stad een betoverend mascara. Haar oogopslag werd warmer ondanks beginnende vorst. Ik fietste langs verstilde gracht praatte amper met de passagiere; een moment te mooi om te doorspreken. Een klassiek stuk, -hymne- aan het jaar dat sterft en nachten die vroeger ontwaken. Romantiek langs stinkend water gecamoufleerd door vesperlicht. |
| title : Vlinders Ze kweekt hem rupsen hopend dat de flonker in zijn ogen herschijnt ze voedt hem cocons opdat de honger verdwijnt uit zijn treurgezette ogen ze biedt hem vleugels nodigt zijn bevliegingen terug op aarde. Ze wil hem de wereld blindelings vergeven. Hij vangt de vlucht met lege handen vleugels kreukend hij verslindt vlinders met blote tanden kleuren verschalkend hij smult van de lucht die lente aankondigt; kriebels doen hem lachen |
| title : Vonk der liefde Een houtvuur brandt op aarde in de schemering en werpt haar stralen op gelieven die minnekozen terwijl zij zich ook van binnenuit verwarmd weten en zich koesterend in elkanders armen verpozen. Het hout is vers en jong gelijk der liefde zelve zodat rook en vonken ontsnappen in zachte knetteringen, in vreugde dansen zij boven het ritme der vlammen een ode aan de warm aangelichte jongelingen. Dan knettert het vuur een eerste liefdeslied een vonkenregen stijgt hemelwaarts, gloeiend zacht twee vonken, voor beide jonge mensen |
| title : Vreemdeling Je bent de vreemdeling die zwerft bij Nacht en Ontij door de gemoederen van mijn Ziel Ongrijpbaar als een waterval niet te stoppen vul je mijn hoofd... een eenzame traan sijpelt naar buiten Je bent de vreemdeling die zwerft bij Nacht en Ontij door de spelonken van mijn Geest Ongrijpbaar als een mistflard niet te vangen vul je mijn hoofd... een gedachte wordt omfloersd Je bent de vreemdeling die zwerft bij Nacht en Ontij door het druipsteengrottenstelsel van mijn Leven |
| title : Vroeger Vroeger dacht ik van Ik ben mijn hele leven lang alleen en de waarheid lag dichtbij, een enkeling die langs kwam keek door het raam van mijn leven binnen liet me snel weer alleen. Vroeger dacht ik van Als ik nou die Ander zijn kan dan ben ik Ergens anders maar een Ander zijn is ook Ik zijn en Elders heet dan Hier. Vroeger dacht ik van Ik ben alleen voor het leven maar het leven is alleen voor mij. |
| title : Vulkaan De aarde houdt haar adem in de wolken hangen stil als ik mijn lange reis begin de berg bedwingen wil. De aarde gromt me zachtjes toe schudt me bijna van zich af als ik haar mantel open doe stuurt ze lava op me af. De aarde houdt haar adem in en opent zich voor mij ze werpt me warme lava toe in kolkend hete brij. Rook en stoom verhullen me ieder op zijn beurt, zachte plooien worden scherp, de ondergrond verscheurt Brokken lava zijn aan me verslingerd Ik dans op de vulkaan in het landschap van de maan ik dans op de vulkaan het ritme van de vlammen kan ik nu verstaan ik dans op de vulkaan Ze sputtert heftig tegen, ik zie de vlammen stijgen stenen gooit ze in het rond, laat het niet bij dreigen de aarde beeft en gromt en sist en spuugt met al haar vuur het ritme dat ik met haar dans maakt haar overstuur De aarde houdt haar adem in ze trilt nog zachtjes na als ik haar flanken snel verlaat, duikelend naar voren de schemering is roodgekleurd, gesis laat zich nog horen aan de voet van de vulkaan waar ik aan de vloedlijn sta Het basalt is afgekoeld, verhardt onder mijn tred de lavastroom verstart waar ik mijn voeten zet beneden mij de zilte zee waar ik mijn huid verkoel het water wast de stoflaag weg in golven zacht en zwoel Brokken lava zijn aan me verslingerd Ik dans op de vulkaan in het landschap van de maan ik dans op de vulkaan het ritme van de vlammen kan ik nu verstaan ik dans op de vulkaan |
| title : Water Ik ben ijs hard als steen ik wacht op je warmte ontvries mij nu ik gebruik mijn gladheid je te dragen. Ik ben water en zo koel ik wacht in een karaf tot je mij drinkt ik gebruik mijn tranen je dorst te lessen. Ik ben water glashelder ik wacht op je handen was je aan mij ik gebruik mijn druppels je te verzachten. Ik ben water en zo koel ik wacht op je kussen droom zacht van mij ik gebruik mijn zachtheid je huid te strelen. Ik ben water vloei met mij ik wacht op je woorden die je verzwijgt ik gebruik mijn warmte je te verwarmen. Ik ben water zacht als jij ik wacht op je glimlach en als die komt gebruik ik mijn tranen je thuis te brengen. |
| title : Wekker De wekker gaat ik ben te laat ik heb geen tijd voor het ontbijt de kleren aan ik moet nu gaan de deur op slot de fiets kapot De wekker gaat ik ben te laat geen strippenkaart met grote vaart daalt regen neer op het verkeer mijn hart dat bonst mijn hoofd dat gonst De wekker gaat ik ben te laat gesprek gemist telefonist die vraagt althoos wat is er loos met zwakke stem zeg ik ad rem; ik ben ziek |
| title : Wijnschaduw De schaduw van een wijnglas kruipt rood over ruwgestukte geelgerookte muur bewogen door kleine kaars die flakkert op het binnenwaaien van mensen op zoek naar vertier. Ik zoek slechts afleiding van de muren die de weinige momenten dat ik in het koude huis ben op me af komen en eindig hier in gezelschap van stilte starend naar de wijnschaduw op alweer een muur. |
| title : Winterbloem Een bloem, die in late herfst haar hart laat open gaan, de bladeren rusteloos ontvouwt om in zonneschijn te staan Ze draalt begerig in 't licht; de krullen in de bladen dansen in zwoele bries die driest speelt met laatste kansen. Ze spreidt haar vingers uit zo voor de kille winternacht maar de zon heeft niet de kracht te stralen boven kaarsen uit. Tocht beroerde het teder hart dat stralend wilde wezen, toen de zon kon haar niet zien; neeg haar kopje neer en rilde. De sneeuw laat zich al ruiken, de winter meldt zich aan, een grijze wolk in diepe lucht laat de kelk aan haar voorbij gaan. |
| title : Witte duif Witte duif Vlieg op Van het prikkeldraad Wordt niet zwart Er komt een stroomstoot |
| title : Zoete wraak Wacht op mijn fiets voor het groene stoplicht en frummel wat aan mijn zak probeer de knoop los te krijgen. Het plan heeft postgevat onbehoorlijk, wellicht macaber. De knoop is los het licht weer rood. Ik glimlach, voorpret. Dan; het groene licht en steek het drukke kruispunt over. Halverwege leeg ik mijn zak, het zaad verspreidt zich over het warme asfalt. Aan de overkant stap ik af, de eerste duiven storten zich op het duivenvoer, al snel zie ik twintig van die krengen. Plots starten de auto's, en trage duiven krijgen snelheid als ze op de bolidebumpers smakken of met gil en kraak onder de wielen verdwijnen, tevoorschijn komend als glibberige darmmassa. Mijn wraak is zoet; geen duif die het nog in zijn botte zaagselkop haalt op mijn jas te schijten! |
| title : Zwarte Haren Vele woorden reeds Heb ik gefluisterd In de diepte van je zwarte haar Ze hangen er nog in Je kunt ze horen Als je goed luistert Naar mijn hart. Vele woorden nog Zullen volgen In je onpeilbare zwarte haren En echo |
| title : ZeulZiel Hij rondt de hoeken van de straat zonder ooit eens af te slaan hij kent de bomen van de stad je ziet hem alles gadeslaan. Hij draagt een tasje met wat kleren een hesje van de VenD en als de meeuwen samen scheren dan eet hij lekker mee. Hij is een afspraakje vergeten dus loopt door wind en weer maar waar hij nu zou eten dat weet hij ook niet meer. Zijn schoenen zijn niet waterdicht zijn veters zijn allang vergaan gerafeld als zijn oud gezicht de tand des tijds niet doorstaan. Hij wast zijn handen in de vijver en zijn haar in de fontein ook al staat het dan wat stijver zijn wensen zijn zo klein. In een beker vangt hij regen lest zijn dorst met het weer heeft hij zonnenschijn gekregen legt hij zich daarbij neer. Langs de stoeprand staat zijn voetstap want hij moet ergens heen hij verdwaalt in betonlandschap maar hij wil ergens heen. Hij heeft de hele stad gekregen hij houdt zijn handen nooit eens op zal je zakken nooit eens legen gelukkig met een halve dop. Gevoel voor richting is hij kwijt overal de horizont ook mist hij gevoel van tijd de wijzer draait maar rond. Hij teert zijn longen met een sjekkie gekregen op de boulevard is hij niet op zijn vaste stekkie loopt hij langs dit of dat trottoir. Hij wast zijn handen in de vijver en zijn haar in de fontein ook al staat het dan wat stijver zijn wensen zijn zo klein. In een beker vangt hij regen lest zijn dorst met het weer heeft hij zonnenschijn gekregen legt hij zich daarbij neer. Hij rondt de hoeken van de straat zonder ooit eens af te slaan hij kent de bomen van de stad je ziet hem alles gadeslaan. Langs de stoeprand staat zijn voetstap want hij moet ergens heen hij verdwaalt in betonlandschap maar hij wil ergens heen. Hij wast zijn handen in de vijver en zijn haar in de fontein ook al staat het dan wat stijver zijn wensen zijn zo klein. In een beker vangt hij regen lest zijn dorst met het weer heeft hij zonnenschijn gekregen legt hij zich daarbij neer. Langs de parken blijft hij zwalken hij moet toch ergens heen de tijd zal hem verschalken hij moet eerst nog ergens heen hij blijft de straten stalken maar hij weet niet meer waar heen... |
| title : Wilgen Onder wilgen rust je zacht in de schaduw van de nacht je slaakt nog niet de lichtste zucht. Als deken draag je de zwarte nacht. Wilgenvingers strelen door je haar het zachte mos draagt je stille naar de droom van 's levens banen en vervult me met stille tranen. Onder wilgen rust je teer, naast je handen kniel ik neer, vingers verstrengelend prevel ik zacht; wens verscheiden van de nacht. Geen ademtocht beroert je lip zacht lig jij aan worteltip je slaakt niet meer een diepe zucht als deken slechts de zwarte lucht. Mijn vingers op je zachte huid. Mijn kus die stil je ogen sluit. De spijt dat jij moest slapen gaan. De slaap die niemand op doet staan. Je slaakte laatste diepe zucht je adem vloog in de zwarte lucht de liefde leefde voor een dag en eindigde in laatste lach. Onder wilgen rust je zacht in de schaduw van de nacht je slaakt nog niet de lichtste zucht. Als deken draag je de zwarte nacht. |
| title : Rotsvlakte In het begin was ik een rotsvlakte Waar wind en regen me liefkoosden Met hun ruwe onbeholpen vingers Zodat ik zachter werd in aangezicht. Langzaam vormden zich gelaatstrekken In harde ondergrond bestemd voor eeuwigheid En een glimlach ontlook tussen hoeken Waar de elementen in gierden Na myriaden van tijd begon ik te zien Tot wie ik aan het verworden was En begon te giechelen en schudden Zodat mijn bewoners haastig heil zochten Waarom zoeken ze veiligheid bij hun Goden En niet bij mij, die nader is dan de onzichtbaren? Waarom zoeken naar wat ver weg is En negeren waar ze van leven? Mijn lach werd breder en ronder Ik hoorde eerste woorden En luisterde naar hun gebrabbel Vermaakte me een eeuwigheid. Toen kwam de dag dat de eerste houweel In mijn huid werd geslagen Zouden ze mij werkelijk verwonden willen In hun speurtocht naar antwoorden Mijn innerlijk werd blootgelegd en ontgonnen De onstilbare honger was gaan rammelen En in hun nieuwsgierigheid Werd ik ruw opengereten Later werden de operaties preciezer Doch ingrijpender van aard Een bypass operatie, een stoma Het droogleggen van mijn traanklieren Mijn glimlach was reeds lang verworden Tot grimas van diepe pijn en nijd Jegens hen die ik gekoesterd had Doch beten in de hand die hen voeden moet Ik begon terug te vechten met huilbuien En onderhuidse trillingen werden voelbaar Het leven werd dooreen geschud Doch nog steeds zochten ze hun heil ver van mij Zouden die kleine wezens werkelijk blind zijn En niet zien willen wie de moeder was Die hen wiegde en verzorgde Voedde en een dak bood? Mijn grimas stond gegrift in hun huis En zelfs vanaf de maan, mijn naaste buur Zagen ze niet wat ze aangericht hadden In hun blinde speurtocht naar de oorsprong. De zandkorrels knarsten tussen mijn tanden En in een laatste poging me te genezen Begon ik koorts te vatten, mijn adem werd warmer En ik zweette mijn virus de wereld in |
| title : Flora liliacea Laat mij je lelie zijn die trilt in het tegenlicht waarin jij je beweegt met je spreukendicht astera leucanthemus een witte aster, kleine blaadjes oplichtend in 't gras waar je voetstappen stonden toen je eenzaam was nemophila atomaria Je bosliefje, tussen hoge bomen een bosvogeltje, kruipend op de aarde het zomerzotje je vrouwenkoren om je te bekoren saxifragacea een porseleinbloempje, tinkelend en kwetsbaar laat me koesteren in je wildernis silene, recedacea, coronilla et tagetes patula een silene, kroonkruid fluweeltjes om je neer te vleien succisa pratensis je mag me geven je duivelsbeet diely spectabilis als ik maar niet ben jouw gebroken hartjes |
| title : Warme lucht Langzaam, Zeer langzaam Drijft de warmte De kamer uit. Een koelere luchtdeken Bereikt mijn voeten Terwijl twee groene kaarsen De luchtdeken optillen En tegen het plafond laten stuiteren. De deur staat open, De warme lucht kruipt Onder het raam door De gang in Richting kapstok Waar twee jassen converseren, Naar de voordeur En gaat daar Met de koude lucht die er woont Lekker een potje darten. |
| title : De Dwaas Als ik iemand ben laat me dan de dwaas zijn die zich verwonderd over zijn voetstappen op het strand waar water in de afdruk staat. Als ik iets doe laat me dan verbazen over wie ik ben dat ik nog leef bijna alle mensen zijn dood het ultieme afscheid. Als ik iets wil laat me dan dit willen; het lange uitstel van het afscheid en daar verwonderd over zijn gelijk de dwaas. |
| title : Voor een seconde Voor een seconde dan eindelijk even was ik, ja ik, het brandpunt van belangstelling in de dagelijkse gang. Ik zat daar op een bankje in de zon op mezelf in gedachten en die van anderen. Iedereen keek en keek naar mij. Even zelfs stond het verkeer een ademtocht stil om mij. Helaas helaas maakte ik dit pas mee toen ik onder de auto was gekomen… |
| title : Schikgodinnen De Schikgodinnen strekken hun armen reiken begeertig grijpgrage vingers trillend naar het voetpad dat ik betreed op mijn wandeling door het leven met een eigen doel afgeweken van de kaart die ze voor mij alleen mij ontworpen hadden. De Schikgodinnen, wever, weger, knipper, trekken vermoeid aan mijn draad knippen willen ze niet weven doe ik zelf wegen mag een ander. De Schikgodinnen hadden niet gerekend op hun eigen lot. |
| title : Landschap Zwevend over een landschap van lang of nooit geleden ruines schaars verspreid rokend na de strijd Zwarte golven wellen op vanuit de diepzee breken zich op de kust verder alleen rust Omgeworpen bomen in het bos alles overhoop gehaald enkele raven in de duinen die naar voedsel struinen Er is duidelijk veel gebeurd in dit gewonde landschap dat in 't maanlicht ligt te bloeden ik begin reeds te vermoeden Dit landschap is me welbekend herken nog enk'le punten daarachter in 't kasteel was ik vroeger veel Ik heb zelf die strijd geleverd om opnieuw te beginnen vernielde wat me niet beviel in het landschap van mijn ziel |
| title : Als Als in een droom waaruit je niet wakker kunt worden Als in een toren waaruit ontsnappen ongedaan is Als in een auto waaruit de remolie is verwijderd als in een ruimte waaruit de lucht is ontsnapt Als in een spel waaruit de regels ontbreken Als in een stoel waaruit de zitting is gesneden Zit ik vast aan het leven |
| title : OnderWereld De onderwereld is zoet en vol gevaar De onderwereld haalt binnen en verstoot De onderwereld is duister en kil De onderwereld is drukte en ook hitte De onderwereld heeft energie en houdt koest De onderwereld blaft niet en bijt des te harder De onderwereld is verzwelgend en verzengend De onderwereld duikt onder en komt boven De onderwereld heeft regels en wetten maar De onderwereld staat boven De Wet |
| title : ZomerOchtendZonneschijn Ik ben van steen grijsblauw graniet leef al eeuwen verhard maar ook verweerd. Je vingers tasten me af zoeken de scheuren en barsten in mijn verdediging tegen de tijd. Zoekend en wroetend graven je vingers zich in het dunne laagje humus dat in de loop der tijd aan kwam waaien. Scheuren worden langzaam groter verbreden zich tot je er grip op krijgt om ze te breken. Zo kom ik kaal tevoorschijn van binnen uit de rots en aanschouw zomerochtendzonneschijn. |
| title : Solitude Mijn Solitude is mij zeer veel waard maar kan ook niet zonder anderen. Veranderen zal ik niet licht terwijl roesten een doorn in mijn oog is. Ook is oppervlakkigheid een Bron waaruit ik niet drinken wil; liever drink ik mijn tranen dan te ruiken aan een leeg glas. Toevalligheden als de weg van sneeuwvlokken doen mijn weg vormen weinig parkeerplaats maar veel zien. Misschien dat mijn Solitude ooit volledig is. |
| title : Kaarsjes Het moment dat ik besefte ik wil mijn vader niet meer zien was het moment dat ik dacht over een jaartje of tien zo ging mijn gedachte door kap ik er helemaal mee en ik blies de kaarsjes uit op de taart even tellen; een, twee! |
| title : Wegen van Woorden De wegen van de woorden zo zoet door je gesproken geven paden aan als lucifer in duist're nacht. Een witte laag op de auto's weer krabben geblazen verwarmt van binnen mij deert geen vorst. Je geeft jezelf bloot als spinrag bij mist zo fragiel ik hou mijn hand thuis bewonder de vormen die je gewrocht hebt weet dat hier Schoonheid in woont. |
| title : Boswandeling Ik zwerf door het schemerige bos en ontdek mijn Nietigheid tussen bemoste bomen en scharrelende eekhoorns. Een oude open plek waar verdroogde berenklauw haar plek vond laat me voelen als kabouter tussen madeliefjes. De tijd staat stil hier. Rust groeit hier aan de bomen- varens als ruisend dekbed tussen heldere stroom en omgevallen reuzen, mastodonten van het woud. De zon schijnt en zet de Tijd stil. Ik klauter in een vliegden en bezie het Leven. Een wandelaar loopt ongezien onder me door en de hond ruikt mijn stille aanwezigheid. Stilte van vogels, stilte van tijd. Verzonken in eenvoudig genot daalt de zon en eindigt een dag. Mijn horloge stopt haar tikken. |
| title : Zomer De Zomer roest weg tot roodbruine Herfst vergrijzing slaat toe tot stille witten der Winter. Het witte licht ontleedt tot kleuren van de Lenteregenboog, verhardend tot het blauwe staal van onze Zomer. |
| title : bfm Ben je tegengekomen op avond in een kroeg raakt in gesprek en tekende een idee De drang tot schrijven raakte me diep ook ik ken de drang onbewust lijnen te leggen geschreven in zwarte inkt |
| title : Oorsprong Van de Zaan ben ik gekomen naar heuvels van het zuiden droge voeten de reden het Hollandsche Veen te verlaten. Zo kwam ik in Geuldal aan en tot mijn grote schrik zag ik enkel water tot de kerkklokken toe Ik trok dus verder, Noordwaarts door zand en veen en klei zag de grijze toren liet mijn wortels vallen. Bruisend uitgaansleven ik loop door straat en kroeg waar men bier vloeit en knoeit op mijn droge voeten. |
| title : Waar denk je aan Geen woord in staat uit te drukken wat ik denk als ik staar ik ben reeds eeuwenoud doch wordt wekelijks geboren was er eerder dan de mensheid doch heb mij eraan aangepast In fragmenten van seconden zie ik beelden als Daverende paardehoeven op het zachte mos dat de stenen bedekt waar veren tussen liggen vlak voor ze de rivier induiken Sterrenstelsels die exploderen en tot warme stofwolken verworden Speigels, reflecterend en re-reflecterend tussen zware gordijnen de beelden van een rouwende jonge weduwe in het Russisch platteland Het niets waarin een lucifer ontbrandt Een glas wijn dat kringen maakt op mijn schrijverstafel in het toekomstige leven. Al zijn zich beelden te vormen bij deze tekst geen beschrijving benadert de binnenzijde van mijn gedachten wanneer ik staar Was reeds hier toen Paloelithicu werd ingeluid door verduistering Vraag dus nooit Waar denk je aan... |
| title : Lentedag lentedag- Het leven is mooi, de zon op mijn gezicht wind doet verse bloemen naar me wenken een meeuw kraait van plezier lentedag- het leven is mooi, zoete geur in mijn neus geen wolk in de lucht een kikker zoekt zijn weg lentedag- het leven is mooi, de wind in de haren zachtblauwe hemel vliegtuigstrepen lentedag- het leven is mooi, gras onder de voeten een veldleeuwerik verkondigt het lied van de lentedag, het mooie leven |
| title : Warme nacht De warme nacht kroop door het kiertje van het raam mijn slaapkamer binnen en begroette me zacht, sloop onder het laken en fluisterde in de oren, verwonderd gaf ik een droom terug met beelden van vallende sterren in het stille duinlandschap kreeg een weerwoord van kwinkelerende staartmeesjes zoemende aardhommels die het zonlicht begroetten, de warme nacht begon licht te geven, de zon bleek onder het laken te liggen schijnend door dunne stof, het kiertje van het raam de warmende ochtend in. Zo werd ik wakker met het zoete licht in de armen. |
| title : Uit Voorbij - Verleden - Vergaan Onze liefde eindigt haar bestaan. Ooit; l'amour Nu; geen moer |
| title : PassePartout Het vel van mijn borstkas rol ik opzij zaag twee ribben door ontwar de spieren en zenuwen die als een stoffig spinrag tussen de spaken wonen en duw ze opzij. In het zo ontstane gapende gat plaats ik een kleine lijst met fijn houtsnijwerk en achter het glas, de passe-partout, is mijn hart te zien. Nu is zichtbaar voor eenieder de roerselen van mijn hart mijn kloppende levensmachine mijn diepste ik. Echter; mijn hart zit zo diep verzonken dat ik hem zelf niet zien kan en anderen vragen moet wat er beweegt in mijn roerige binnenste. |
| title : Gemis van Brons Ben reeds gewend aan de geluiden van de nachtelijke stad, stilte doorbroken door geklater van urinerende kroeghanger onder mijn raam, gebral van vrienden met een glas teveel hersencel te weinig. Herontdekking; de kerkklok in de straat slaat, nog eens, derde maal, overgenomen door het donkere timbre van de scheve toren. De Rust van de Stad... De bronzen stemmen laten je door de nacht drijven, vuurtorens in de slaap echo der dromen, voer mij terug naar het nest torenvalken welke ik jaren terug ontdekte op transen van een mergelkerk. Opfladderend wanneer de Stem door de heuvels raasde en weerkaatste tussen ru |
| title : Gelijk de herfst Geen liefde meer te vinden geen afdruk of verfrest geen woord. Als een herfstblad toon je niet je vroegere groen slechts het afsterven, herkent de boom niet waar je ooit jezelf aan vast klampte, bang voor de grond, ontkenning, g |
| title : De Tijd In dit doosje zit Tijd. Iedere dag, de afgelopen zes jaar heb ik een seconde gestolen van de Wereld. Gespaard heb ik dus een half uur. Op een dag heb ik een dag, voor mij en niemand anders! Maar nieuwsgierig als ik was opende ik het doosje, een half uur lang stonden alle klokken en horloges stil, over de hele wereld, en wat deed ik? Staren naar de klok, verbaasd dat het zomaar kon. |
| title : Vulpen in mijn reet Ik ben geboren met een vulpen in mijn reet moeilijke bevalling verwondde mijn moeders innerlijk en al snel volgde het behang verbruikte meer inkt dan alcohol al doe ik nu een inhaalslag stond meer op podia dan in sportzalen schrijf mijn vingers lam en gespierd omdat ik inkt in mijn bloed heb en bloed in mijn inkt. |
| title : Groningen Verzwierf mezelf in de enige stad waar mijn stenen staan hervond mijn voetstap tussen heipaal en bouwput. De klinkers versgebakken maisbroodjes. Geen ziel had hier nog gelopen geen voetstap ook. Bij iedere stap weerklonk het zingen der tegels los in de voeg de gele klinkers en blauwgrijze medeklinkers. Dit is mijn stad want vol muziek! |
| title : Geen Woorden Geen woorden spreken de gevoelens uit die je losmaakt Is het een manestraal Reflecterend en re-reflecterend een uitzinnige menigte spetterend door de branding? Zodra de woorden gevonden reeds afgedaan onwaardig bevonden. Geen woorden spreken de gevoelens uit die ik heb wanneer ze er zijn in plaats van de woorden. |
| title : Groningen 2 De oorlogstaferelen in de binnenstad verplaatsen zich langzaam noordwaarts gelijk hogedrukgebieden en wintertaling. Het zuidelijk deel van de stad waar stofwolken de straat regeren wordt langzaam genezen, een gapend gat metersdiep vol smerig water is straks de laatste herinnering. Boven de Markt waar de tegels langzaam aaneengroeien bepaalt puin het straatbeeld. Tussen nieuwe kauwgomvlekken en oude barsten trekt de zomer een warmere jas aan, waait de wind herfstluchten door de spijlen van de hijskranen. Zacht fluitend componeert ze het nieuwe lied van de stad waar beton en bladgoud hand in hand luisteren naar kinderstemmen die opklinken uit de hernieuwde huid. De stad verft haar gezicht een nieuwe bril, andere ring. Waar uiterlijk drastisch ommezwaait blijft het hart bonzen in vertrouwd ritme maar ingevuld door nieuwe melodie. |
| title : De Zee De zee golft in het gras waar bladeren hun laatste spel genieten voor zij in hoeken hun gewicht verzamelen en de late najaarslucht opnieuw vervullen omgezet van nerf naar herfstparfum. Snel razen nu de vlagen en spelen met spaken en shawls fluisteren in mijn haren en zingen vrolijk dansend door de stad. Wederom grijzen in de lucht; dan worden mijn pijnen gewassen mijn hart gelucht en de hartstocht kan weer toeslaan. |
| title : Tijd De tijd is als een vriendelijke draak; afschrikwekkend als hij vreemd nog is maar als ik aan zijn karakter gewend raak worden zijn daden minder catonisch. Dan leggen de stofnesten van het geheugen een verzachtende deken over herinnering al verwordt geen pijnlijke waarheid tot leugen; iedere lach metamorfoseert tot een gouden ring die zich aan mijn vinger zal gaan hechten. De dagen worden mooier wanneer er velen zijn zelfs al heb je angstaanjagend slechte, dan warrelt |
| title : Camminghaburen Wenkend waaieren de windmolenwieken achter 't roerloos ruisende riet. Daarachter schijnen zilveren zonnebanen over groene graspartijen vrolijk. Hier schijnt de zon nu even niet. Schuilgaand op naargeestig NS-station boven me dreigend donkere regenwolken. Een spat verfrist mijn vermoeide gelaat je lach verfrist mijn gelaten gemoed. |
| title : Dichterlijke vrijheid? Vanavond weer de kaarsen ontstoken de vulpen gevat papier klaargelegd de kat kwam op schoot en heb geschreven enkele vellen vol met ingevingen vlot en veel idee |
| title : Voor de lezer Kriebeldekriebel doe ik, krabbel, zet geen zinnig woord op de witte ondergrond stempel mijn voetjes niet in maagdelijk strand. Kriebeldekriebel schrijf ik, krabbel, en ben wat verder van de leegte verwijderd heb eerste schreden gezet tussen knerpende bladen. Kriebeldekriebel lees je, krabbel, en snapt in het geheel niet wat ik zeggen wil snapt geheel niet dat ik niets zeg. Kriebelgeheelnietskrabbel. |
| title : Voor wie het zien wil Zo wandel ik met mijn zwarte puntschoenen de lange grijze jas kraag opgezet door het vuil van de ranzige stad. Een junk vraagt om een gulden voor zijn zieke moeder een zwerver peutert blij ingedroogde mayonaise uit vertrapt patatbakje. De maan schijnt in de goten |
| title : Op de maan geboren Op de maan ben ik geboren lang geleden, en toen een meteoriet de maan een navel gaf werd ik het ledig duister in geworpen om te zweven mijn ronden als maar nader tot de blauwe aarde. Enkele duizenden ronden bezag ik het leven op de turkooise schemerbol voor haar dampkring me tot zich nam. Een daverend gat sloeg ik in de zeebodem en dreef naar Hollandse kustwateren langs Delta en Dijk tussen Wad en Pier kwam tot stilstand in jouw armen vannacht. |
| title : Spoorstaven De spoorstaven trekken hun lijnen knopend aan de einder waar verre levens woelen op diverse stations bielzen de dwarsliggers als regelmatig obstakel in mijn enkele reis door de tijd. Mijn kaartje reeds vaak geknipt er is weinig kaart te zien tussen de ronde gaten sommige uitgescheurd zo dat de vormen lijken op het landschap dat ik doorkruis met blikken op de einder maar belemmerd is mijn zicht door de machinist in mijn hoofd die mijn rit richt op einders die ik wil bereiken maar nimmer zien kan. |
| title : Zerken De zerken Gestorven lange tijd geleden hebben zij leven lang dood geweest met barsten scheef gezakt door de tijd vervlogen de scheuren vol droog mos de teksten vervagend als de mens begraven onder de zware steen aardse last op schouders gesloten de ogen ontstolen is hun licht de zerken gestorven doder dan de mensen bedolven onder hun zware last duisternis geen vlammen koud en stil de zerken gestorven de zerken scheef gezakt de zerken gebarsten de zerken gestorven boven mij |
| title : Heden in Verleden Ik slenter door de straten de eeuwige straten van de Eeuwige Stad. Twee meter beneden mijn schreden ligt het voetpad betreden door de marktkoopman overvallen in het duister. Nog ligt zijn bloed te vergaan onder de harde huid van de Eeuwige Stad. ik daal af; dieper en dieper de tijd glijdt langs me; ik daal af in de geschiedenis, de roltrap kilgroen verlicht (het verleden in tl-licht), naar het metroperron ben de enige hier slechts de tonen van de saxofonist, die door het riet, verlengstuk van zijn hart, de onnatuurlijke galm plaatst in duizenden jaren en ik laat het over me heen vloeien. Op het perron ben ik de enige die het bordje ziet; vier minuten wachttijd hoe betrekkelijk in deze context. Aan de buitenkant van betonnen metrobuis liggen de doden de jager-verzamelaars die streden tegen de zee, ze krassen met hun nagels naar de toekomst nu zo dichtbij. Langs me raast de metro boven me raast de Eeuwige Stad. |
| title : Een Steen In mijn vorig leven was ik een steen, groot blok basalt deel van een bergketen geteisterd door wind en regen begroeid met woekerende planten betreden door hijgende dieren en het was goed zo. In mijn vorig leven was ik een steen, sterk, voor eeuwig bedoeld, tot de mens mij liggen zag, versleepte naar de stad in stukken hakte gaf mij een gezicht plaatste mij hoog op een gebouw waarbinnen men zong en bad tot diegene die het verst verwijderd is niet tot mij. In mijn vorig leven was ik een steen bekeek de stad met door mensenhanden gevormde ogen. Hoog boven de mensen had ik mijn zetel en de duiven zetelden op mijn hoofd. Niemand die naar me omkeek zelfs niet de duiven die scheten op mijn aangezicht. Hun zure uitwerpselen beten in mijn ogen, vervormden mij verzachtten mijn gelaatstrekken. Ik werd lelijker dan de mensen die mij verminkt hadden. Verzwakt als ik was stortte ik in een storm ter aarde de lange val mijn redding; in stukken lag ik voor de poort; ik kwam tot mijzelf. |
| title : Lege beker Liever drink ik eigen tranen dan te ruiken aan een lege beker. Jouw beker is voor mij goed gevuld en bittere wijn drink ik niet maar je smaak is welgevallend. We gaan diep maar ik laat niemand verdrinken. Je zegt reeds flink dronken te zijn ik geef je de hand. Sommige bekers zijn amper gevuld met restjes schraal bier anderen tot de rand met mede. Al drinkend vullen wij onze bekers de smaak vermengend de geur bedwelmend. |
| title : Niets Raakt we rijden zwijgend onder grijs bedauwde luchten langs de koeltorens waar zelfs witte wolken vluchten ik zie de wereld door ogen onbewogen- niets raakt me niets raakt me niets kan me nog raken geboren voor de wereld en gehard als stalen spie verloren voor de aarde van alles dat ik zie dit is de wereld voor jou maar minder nog voor mij- want niets raakt me niets raakt me niets kan me nog raken ik ben als steen tranen heb ik geen ik ben alleen wat heeft de wereld me gelaten zelfs een lieve stem klinkt fel ik zie kille gelaten bleker nog dan hel ik bezie het zo gelaten maar begrijpen doe ik wel- niets raakt me niets raakt me niets kan me nog raken niets kan me nog raken |
| title : Stille Grijzen De verstilde herfstzon, die laag aan de hemel staat duwt haar zilverstalen zonnestralen door bevroren waaierwolk, laat ze scheren over het verse zand en benadrukt nieuwe voetstappen en sporen van fietsband in contrastvolle schaduwspelen. Later, de reflectie van reflectie tussen de huizen in bereikt de zonnebril die ik draag als enige nog. Oh, herfst, als wijn je kleuren, zilver je geuren. Dan kleurt bronskoperen licht het verlaten zand. Later weer, de roodpaarse gloed tekent zwarte silhouetten van huizen, kleine raampjes geel verlicht of blauw van televisieschicht. De eenzame schoorsteen tekent een donkere horizontale pluim tussen ijsflarden en vliegtuigstrepen. Een eenzame ster die flonkert, een knipoog naar mij, de toeschouwer, lopend over het verse zand omgewoeld reeds door velen, die zich naar de kleine ramen haastten, geurend naar dikke jus en koffie of de geur van het nieuwe bankstel. In vroeg duister doe ik nog immer mijn ronde aanschouwd door heldere hemel gekleed met een haarnet van sterren, door het park dat fluistert met haar omslaande bladeren, de strijkstokken van haar sprinkhanen met een maansikkel op haar voorhoofd. De dag ten einde de herfst begonnen. Ik ruik de storm en regen die vannacht over het verse zand razen zal sporen wissend. Een nieuwe lei voor een nieuwe dag onder herfstlucht in stille grijzen. |
| title : Kostersgang Onlangs in de Kostersgang ben ik wederom gestorven. Vond mijn ontzielde lichaam in de avond naast me een leegbloedende vulpen en papier met deze tekst. Met vermoeide ledematen prepareerde ik mijn doodskleed en deze koffietafel. Droeg mezelf ten grave wierp de eerste hap aarde op de kist. Een bloem wierp ik na richting levenloze kistvulling waarin mijn knoken straks bloot komen te liggen mijn huid zacht zal worden de lippen zwart en vloeibaar de ogen naar binnen zullen kijken en naar binnen vallen. Mijn gebeente zal verweerd door de tijd boven komen drijven een ellepijp zal uit de aarde steken in de holte nestelt zich een hommel. Dan zal ik opstaan en mezelf vinden in de avond in de Kostersgang. |
| title : Veren van een ander Was ik geweest als Cassiel - geen kleuren gezien - of Damiel wellicht - geen koffie had zich aan me voorgeschoteld - dan was jij de trapezeprinses met kippeveren die ik in de club opzocht nadat ook ik mijn veren had ingeruild voor de dood en bewegingsvrijheid voor jouw liefde je kleuren gezocht en niet meer door andermans gedachtengangen gelopen. Nooit had ik zulke vleugels, wel heb ik een staartje en een grijze jas, ook Berlijn vertoonde zich aan mij, maar vliegen leerde ik pas in jouw ogen. |
| title : Kleine Marcel De kleine Marcel is door de tijden heen goed bewaard gebleven in mijn diepe gronden. Met zijn grote ogen staart hij naar buiten door mijn ribben heen en klemt zijn kleine vingertjes stevig om rib en ruggegraat onbevangen ongevangen. Soms steekt hij zijn blonde koppie naar buiten en leeft voor mij, overleefde in mij door mij en ik door hem. Ik koester mijn jonge alter ego als mezelf want jezelf moet je koesteren. |
| title : De liefde kent 3 wegen De liefde bewandelt drie wegen laat zich soms eenvoudig duiden en soms verstopt in een regen van verhullende geluiden. Drie is van een mens tot zijn naaste, zij die wandelen lang je levenspad, al zijn het soms de geksten en raarsten; zonder hen is 't leven leeg en mat. Twee is van minnaar en gelieve, twee mensen die samen leven, die handelen naar hun gelieven, soms iets nemen, dan weer geven. Een is die van moeder tot kind van allen het volst van kracht; zij, die onvoorwaardelijk bemint, maakt stenen zielen zacht. Toch is dit lijstje niet compleet en moet ik er nog eentje in kwijt, al weet ik niet of dat echte liefde heet; dat is de liefde voor schoonheid. |
| title : Kaarslicht Druppelend kaarslicht geeft af op mijn handen. Ik draag de gouden schijn mee de slaapkamer in waar je rustig ligt te slapen. Weet je... dan ben je ook zo mooi, puur, onbereikbaar. Ik draag de gouden schijn mee plakkend, zwevend in mijn handpalmen en strooi 't zachtjes over je uit. Naar 't schijnt, schijnt je lieve gezicht. Je straalt van rust en stilte. Ik straal van liefde. Ik betrapte me op de gedachte dat ik bijna zou willen dat je altijd sliep. |